*

 
dossier

Archief

Barre tijden voor de dieren

HENK VAN HALM − 10/02/96, 00:00

Het zijn harde tijden voor de dieren. We waren dat de laatste winters niet meer gewend. Schreef ik nog in het begin van de winter dat de vogels de bessen onaangeroerd in de bomen lieten hangen, nu beginnen ze door de honger gedreven aan vruchten die ze eigenlijk niet lusten.

Tot in december zagen de bladerloze lijsterbesbomen oranje van de bessenvracht. Ook in januari nog hingen hele trossen lijsterbessen aan de takken. Dat was nog nooit vertoond. De lijsterbessen worden meestal door de spreeuwen en merels binnen een week weggegrist, zodra ze in september rijp zijn. Maar nu zijn de ze dan toch helemaal kaal gevreten. De meidoorns volgden en nu zijn de meelbessen aan de beurt. De donkerrode appeltjes van de meidoorn kunnen in hun geheel worden ingeslikt, maar die van de meelbes zijn daar net te groot voor. Houtduiven weten er wel in één keer weg mee.

De vogels zijn nu zelfs begonnen aan de harde vruchten van de dwergmispel Cotoneaster salicifolia, een struik zo stug en hard dat hij zelfs onder deze barre omstandigheden zijn blad houdt. Horden kramsvogels vallen erop aan en laten zich daar veel minder door passerende mensen van weerhouden dan een week of zo geleden. Toen vluchtten ze snel in de boomtoppen, zodra iemand in de buurt kwam.

Er hippen kramsvogels rond in het speelbos. Onder een overhangend kantje schoffelen ze het blad opzij op zoek naar winterslapende insekten. Soms pikken ze iets op, dus hun zoeken is niet tevergeefs.

NAAKTE KNOPPEN

Joris dolt onderwijl tussen de struiken verderop. De rode kamperfoelie zag vorig jaar om deze tijd al helemaal groen van jong blad, maar is nu nog volledig kaal. Alleen als je erg goed kijkt, zie je de groene puntjes van de naakte knoppen aan de takken. Naakte knoppen? Ja, dat zijn knoppen die niet worden beschermd door harde knopschubben. Vlier, Gelderse roos, kornoelje en kamperfoelie hebben zulke knoppen.

Twee merels schieten scheldend weg. Alleen katten de schrik op het lijf jagen vindt de tekkel nog leuker dan merels oppesten. Tegelijk gaan ook de kramsvogels de bomen in. Bij het opvliegen vallen de kastanjebruine rug, de dofgrijze stuit en de bijna zwarte staart op. Het zijn er meer dan ik dacht. Toch wel een stuk of vijftien. In de toppen van de Canadapopulieren roepen ze af en toe hun tjakkerende roep.

Veldesdoorn en haagbeuk hangen nog steeds vol bruine vruchtjes, maar de felle oostenwind heeft er heel wat afgerukt en over de grond verspreid. De rolronde katjes van hazelaar en els zitten nog stijf dicht. Wel kun je aan de takken van de hazelaars duidelijk de vrouwelijke katjes onderscheiden als dikke ronde knoppen, die zeker viermaal zo groot zijn als de ovale knoppen, waaruit straks het blad ontluikt.

Aan de stekelige zwarte takken van de sleedoorn zitten blauw berijpte pruimpjes, die voor de vorst wrang waren, maar nu te eten zijn. Er zit alleen weinig vruchtvlees aan. Ik hoorde van iemand dat je er met jenever een lekker drankje van kunt maken. Je moet dan een glazen pot voor een kwart met suiker en voor een kwart met sleepruimen vullen en dan verder met jenever, waarna je de pot stevig sluit. Elke dag even schudden en dan kun je de sleedoornjenever na twee maanden drinken. Over het gronddepot achter het speelbos wandelen we naar de rand van de polder. Het ruikt sterk naar uitgereden mest, die de velden verderop donker kleurt. Een zwerm kokmeeuwen en kauwen dwarrelt achter de drie trekkers, die ronkend de stilte verscheuren.

DODE REIGER

Een smalle bosstrook scheidt de weilanden van de woonwijk. Uit het ijs van de sloot erlangs steken de dorre stengels omhoog van pijlkruid en waterkers. Midden in de sloot ligt een dode reiger. Hij is vastgevroren, de hals in een vreemde bocht gedraaid, de snavel een beetje open. De wind speelt met de lange witte sierveren aan zijn borst.

Doorschijnend rood als glazen kralen zijn de bessen van het bitterzoet aan beige verdorde stengels langs de slootkant. Het fluitekruid sproot al uit voordat de vorst inviel en ligt nu als bevroren groente tussen witte vlekken sneeuw. De ronde blaadjes van speenkruid zijn dof, donkergroen en slap.

Waterhoentjes lopen pikkend op de hoge oever. Ze voeden zich nu met onkruidzaden en kiemplantjes. Ze redden zich wel, zolang er niet te veel sneeuw komt. Een roodborst drinkt wat van het water, dat tegen de oever aan van onder het ijs omhoog welt.

HAVIK

Tien, twaalf eksters schetteren in de Canadapopulieren, een Vlaamse gaai krijst in het onderhout. Het pad maakt een bocht en plotseling sta ik oog in oog met een havik. Letterlijk: een felgeel oog staart me recht aan, vijandig en ongelooflijk woest. Met wijd gespreide en bol gebogen vleugels staat de roofvogel boven zijn pas gedode prooi. Een lichtgrijs donsveertje hangt nog aan de kromme snavel. Een seconde maar staan we zo, dan schiet de havik tussen de struiken weg. Als een foto blijft het beeld in je geheugen gebrand.

Joris komt aanhollen. Hij gaat meteen af op de witte plek vol uitgerukte donsveertjes. De rug van de volwassen houtduif is zo bloot als een kip in de supermarkt, maar verder is de havik niet gekomen. De tekkel snuift er eens aan, maar toont verder geen belangstelling.

Een reiger beent speurend langs de rand van een wak, dat door eenden is opengehouden. Hij ziet er mager uit. Een eindje verder drijven tientallen dode brasems op hun zij onder het ijs. Onbereikbaar voor de spitse dolksnavel.

De zon komt door. Een houtduif begint luid te koeren. Een hele troep koperwieken, wel een stuk of dertig, begint druk te kwelen in de boomtoppen. Het geluid doet denken aan het kwebbelen van foeragerende sijsjes. Soms laat een van de zangers een luide strofe horen, die helemaal niet lijkt op het lied van de zanglijster, waar de koperwiek verwant aan is, maar op het slot van het gezang van een zwartkop.

Goudhaantjes en twee staartmezen maken zachte geluidjes, terwijl ze door het onderhout trekken. Ze zijn volstrekt niet schuw, lijken ons eigenlijk helemaal niet in de gaten te hebben. Een goudhaantje hangt even op een meter van me vandaan als een kolibri zwevend onder een twijgje, voordat hij er zich op neerzet. Hij legt de goudgele veertjes van zijn zwartgerande kruinstreep plat. In het midden ervan zit een fijn oranjerood streepje.

natuur deze week

We zijn nog niet van de winter af. Het is goed om daarbij aan de vogels te blijven denken. Vetbollen worden bij flinke vorst zo hard dat de vogels er niets mee kunnen beginnen. Hang vetbollen daarom op een plek, waar ze door de zon worden beschenen. Oliehoudende zaden zoals zonnepitten zijn voor veel vogels het beste wintervoer. We strooien op een open plek het strooivoer, dat je gewoon in de supermarkten kunt krijgen. Daar komen mussen, vinken, roodborstjes, Turkse tortels en mezen op af. Denk erom steeds kleine beetjes tegelijk te geven, die niet lang blijven liggen. Als je voert op een voertafel of voerplank, maak die dan vaak schoon, want uitwerpselen kunnen ziekten veroorzaken. Geef nooit voedsel waarin zout zit. Kaas bijvoorbeeld bevat te veel zout. Geef geen brood met margarine, want dat werkt laxerend. - De hele dag hebben wij vogels om het huis. Koolmezen die al vaak bij en in het nestkastje bezig zijn, staartmezen die op hun route door de wijk vaak meer dan een uur in de bomen en struiken naar overwinterende diertjes zoeken, pimpelmezen die met hun fijne snavels stengels van schermbloemigen openhakken op zoek naar larven en poppen, een roodborst die af en toe in luide zang uitbarst, een winterkoning die dagelijks de klimop komt inspecteren, een troepje vinken, merels en soms een paar kramsvogels. Een spreeuw zingt bij zonnig weer al bij een spleet tussen de dakpannen, waar hij elk jaar zijn nest bouwt. - De wind heeft het dorre blad uit de voortuin bijeengeblazen, waardoor de neuzen van sneeuwklokjes en van Scilla tubergeniana te voorschijn kwamen. Maar meer dan neuzen zijn het nog niet. Er is nog geen bloemknop te zien. Van de terpkrokussen, vorig jaar op 3 februari in bloei, is helemaal geen spoor te bekennen. Vorig jaar had de reuzenbereklauw eind januari al het eerste blad boven de grond en bloeide het klein hoefblad. Als het straks zachter weer wordt, komt alles tegelijk.

mailIcon print |