AMSTERDAM - De Fransen zullen er niet aan ontkomen. De komende maanden staan in het teken van het duistere verleden, van het 'Vichy'-regime, dat tijdens de Tweede Wereldoorlog collaboreerde met nazi-Duitsland. De etalages van boekwinkels liggen vol met boeken over die tijd; radio, televisie, kranten en tijdschriften besteden opvallend veel aandacht aan het onderwerp.
Oude wonden uit een periode die liever werd vergeten en verzwegen gaan weer open. Aanleiding is het proces dat vandaag in Bordeaux begint tegen 'de laatste oorlogsmisdadiger' van Frankrijk, de nu 87-jarige Maurice Papon. Het is van een ander kaliber dan het proces in 1982 tegen de slachter van Lyon, Klaus Barbie. Dit was gericht tegen de Duitse bezetter. In het proces Papon worden vooral de daden van de Franse overheid zelf aan de kaak gesteld, de ambtenaren die de Duitse bezetter zo keurig ten dienste stonden.
Overheidsdienaar Maurice Papon wordt verantwoordelijk gehouden voor de deportatie van 1690 joden, van wie 233 kinderen uit Bordeaux en omgeving naar Hitlers vernietigingskampen. Hij wordt aangeklaagd wegens medeplichtigheid aan misdaden tegen de mensheid. Papon was (van juni 1942 tot augustus 1944) secretaris-generaal van de prefectuur Gironde en verantwoordelijk voor joodse vraagstukken. De identificatie, het gedwongen dragen van de Davidster, de inname van eigendommen, de strenge controle van het gaan en staan en de arrestatie en deportatie van joden vielen onder zijn verantwoordelijkheid.
Papon werd na de oorlog niet opgepakt. Integendeel, hij werd alom gerespecteerd en doorliep een glanzende loopbaan. Hij bracht het zelfs tot minister van financiën in de regering Barre onder president Giscard 'd Estaing (van 1978 tot 1981). Totdat in 1981, in het jaar dat François Mitterrand president werd, het satirische weekblad Le Canard Enchaîné het oorlogsverleden van Papon aan het licht bracht.
Het proces in Bordeaux, dat drie maanden kan duren, zal het portret opleveren van een gehoorzame stipte overheidsdienaar, die moedertje staat voorbeeldig diende, voor, tijdens en na de oorlog. Al meteen in 1944 toen de Duitsers uit Frankrijk verdreven waren, was Papon te vinden aan de zijde van de grote held generaal Charles de Gaulle, toen deze op het bordes van de prefectuur van Bordeaux het volk toezwaaide. Papon bleef een autoriteit in de Gironde wat volgens hemzelf te danken is aan zijn uitstekende samenwerking met het verzet tijdens de oorlog. Hij kreeg hoge posten in Corsica, Algerije en Parijs. Vanaf 1958, kort voordat Charles de Gaulle aan de macht kwam, was Papon tien jaar lang prefect van de hoofdstedelijke politie. Later werd hij parlementslid en schatbewaarder van de gaullistische partij, voordat hij het tot minister van financiën schopte.
'Complot'
Papon ziet zichzelf als slachtoffer van een 'politiek complot'. “Naast de persoon die ik was willen zij een proces beginnen tegen een regering en tegen Frankrijk zelf. Ze willen het land veroordelen tot mededader van een genocide. En ik ben het aangewezen slachtoffer,” zei hij onlangs in een vraaggesprek met Enquête sur l' histoire, een tijdschrift dat veel in kringen van het extreem-rechtse Front National wordt gelezen. “Omdat dit een politiek proces is, is de uitspraak van tevoren bekend. Historici zullen later de waarheid zeggen.”
Het oorlogsverleden is in Frankrijk lange tijd een moeilijk bespreekbaar onderwerp geweest. Voor velen waren het jaren van ellende, honger, verdriet en vooral verwarring. Tienduizenden ontvluchtten het door Hitler bezette deel van het land, voegden zich bij de troepen van generaal Charles de Gaulle. Sommigen gingen in het verzet. Bijna twee miljoen Fransen werden gevangen genomen en keerden na de oorlog berooid en vernederd terug.
De zwijgende meerderheid leed na de oorlog aan een collectief geheugenverlies. De wederopbouw ging voor alles. Conflicten in de kolonieën Algerije en Indo-China vergden alle aandacht. Pas zo'n 25 jaar na de Tweede Wereldoorlog begonnen de Fransen onder aanvoering van een nieuwe na-oorlogse generatie aan enig zelfonderzoek te doen. Jonge historici begonnen vragen te stellen over het oorlogsverleden van ouders en grootouders.
Op school hadden zij geleerd dat de meeste Fransen zich verzetten tegen de Duitse bezetter. Slechts weinigen zouden hebben gecollaboreerd. Na de oorlog werden de verraders opgepakt. Zo'n 15 000 werden geëxecuteerd, tienduizenden gingen de gevangenis in. Maar wat niet in de geschiedenisboeken stond was dat veel 'witte boorden' met een hoge functie werden gespaard. Generaal De Gaulle zou het zo gewild hebben om de voortgang van de oorlog naar een periode van herstel zo soepeltjes mogelijk te laten verlopen.
Maar de Fransen weten nu langzamerhand dat het niet alleen de nazi's waren die joden lieten oppakken en afvoeren naar vernietigingskampen als Auschwitz. Een minderheid werkte bewust samen met de Duitsers en een zwijgende meerderheid keek de andere kant op. Veel ambtenaren bleven tijdens het Vichy-tijdperk op hun post. Politieagenten hielpen ijverig mee met het opsporen van joden en verzetsstrijders. En de rooms-katholieke kerk, waar het anti-semitisme bon ton was, keek toe en hielp de bezetter in sommige gevallen.
Ook iemand als François Mitterrand, tijdens zijn presidentschap geprezen om zijn verzetsverleden, bleek geen schone handen te hebben. Ook hij werkte samen met het Vichy-bewind, kreeg zelfs een hoge orde uit handen van maarschalk Pétain. En tijdens zijn presidentschap bood hij de beschermende hand aan hoge functionarissen. Papon heeft aan hem te danken dat zijn zaak nu pas voor het gerecht komt.
Serge Klarsfeld, een bekende nazi-speurder, ziet het proces-Papon als een goede les voor de Franse overheid. Het gaat volgens Klarsfeld om een zaak tegen een man die de zwaarste misdaden beging. En dat alleen om carrière te maken. “Het zal ook het proces zijn tegen een regering die bestond uit de elite van het land, mensen die bereid waren afschuwwekkende daden te begaan op bevel van hogerhand”, zegt Klarsfeld. Het proces zal laten zien dat je “als overheidsdienaar niet blindweg orders kan opvolgen in de veronderstelling dat je gedekt bent door je superieuren,” aldus Klarsfeld.
De zaak Papon heeft de rooms-katholieke kerk in Frankrijk aan het denken gezet. Vorige week erkenden de Franse bisschoppen in Drancy, een plaats waar duizenden joden op transport werden gezet, voor de eerste keer dat de katholieke kerk tijdens de Tweede Wereldoorlog de 'fout' heeft begaan om te zwijgen over de jodenvervolging.
“Wij smeken God om vergeving en vragen het joodse volk om dit woord van berouw te horen”, zei bisschop Olivier de Berranger dinsdag. De jodenvervolging was mede het gevolg van het anti-joodse denken van christenen door de eeuwen heen. De “giftige plant van de jodenhaat” kon volgens de bisschoppen gedijen op een voedingsbodem van christelijk anti-judaïsme.
De verklaring na al die jaren van stilzwijgen was van groot belang. Het anti-semitisme is in traditionele katholieke kringen nog steeds diep geworteld. Het extreem-rechtse Front National van Jean-Marie Le Pen profiteert van die gevoelens. Deze partij kent twee belangrijke stromingen: de katholieke traditionalisten en degenen die nog steeds het Vichy-regime vereren. In Franse anti-frontkringen werd daarom grote waarde gehecht aan de spijtbetuigenis van de bisschoppen. Jean-Marie Le Pen daarentegen was woedend, noemde de verklaring “absoluut schandalig”.
De Fransen waren in de oorlogsjaren overwegend anti-semitisch. De meerderheid van regeringsmedewerkers keurde de anti-joodse wetten en het ontzeggen van burgerrechten aan joden goed. Weinig kerkelijken protesteerden tegen de deportatie van de 76 000 joden tussen 1942 en 1944. De arrestaties werden uitgevoerd door de gendarme. Aanvankelijk werd op last van het Vichy-regime nog een uitzondering gemaakt voor Franse joden, maar dit duurde niet lang.
De jodenvervolging werd in Frankrijk echter niet zo perfectionistisch uitgevoerd als in landen als Nederland, waar de Duitse bezetter direct verantwoordelijk was voor de deportatie van joden. Duizenden Fransen riskeerden hun leven door joden te verbergen. De 80 000 joden die om het leven kwamen (4 000 in Franse gevangenschap) vormden een kwart van de Franse joodse gemeenschap. De nazi's hadden kritiek op het Vichy-regime, vond het niet efficiënt genoeg in 'joodse kwesties'. Uit teleurstelling over de 'geringe' aantallen die naar de vernietingingskampen werden vervoerd, nam de SS in 1944 de zorg voor de deportatie over van de Franse autoriteiten. Uiteindelijk wisten zo'n 175 000 joden te overleven in Frankrijk.
Kameleon
Papon zegt zelf dat hij ook met het verzet heeft samengewerkt. Hij zou inlichtingen, valse papieren en kleding hebben verstrekt voor Amerikaanse vliegers. En tussen november 1943 en juni 1944 bood hij tot viermaal toe onderdak aan Roger-Samuel Bloch, een joodse verzetsstrijder. Het bood hem de verzekering dat hij zijn carrière kon voortzetten.
Papon kan terugzien op een leven als een kameleon, radicaal in de vooroorlogse derde republiek, Vichist onder Vichy, voorbeeldig in de vierde republiek, gaullist onder De Gaulle, en giscardist onder Giscard. En gepensioneerd als oorlogsmisdadiger.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.