KAAPSTAD - Het is zomer op het zuidelijke halfrond, de Zuid-Afrikaanse examen-uitslagen zijn binnen en ze zijn om te huilen. Slechts een kwart van de zwarte middelbare scholieren verlaat de school met een diploma. De rest komt of nooit aan het eindexamen toe of zakt en voegt zich bij het eindeloze leger van ongeschoolde werklozen.
Het slechtst bracht de noordelijke provincie het eraf waar 31,8 procent slaagde. Het 'best' was de provincie Mpumalanga met 54,5 procent. In de meeste provincies haalde niet meer dan 40 tot 45 procent van de kandidaten zijn eindexamen, opnieuw minder dan het jaar daarvoor en het jaar daarvoor en het jaar daarvoor. Sinds kort wordt er in het Zuid-Afrikaanse onderwijs geen raciaal onderscheid meer gemaakt, maar het is geen geheim dat het er op de voormalige blanke scholen - ook nu daar aanzienlijke groepen zwarte leerlingen zitten - veel beter toegaat. Daar zijn slaagpercentages van 95 tot 100 procent gewoon. Als je bedenkt dat zo'n 40 procent van de zwarte leerlingen al van school afgaat voordat ze zelfs maar aan het eindexamen toekomen, rest de conclusie dat maar een kwart van Zuid-Afrika's zwarte jongeren een eindexamen haalt. Geen goede basis voor de zo vurig gehoopte economische wederopbouw en een Afrikaanse renaissance.
Over het waarom verschillen de meningen. De eerste gedachte is natuurlijk: apartheid. In de jaren zestig besteedde de regering 20 maal zoveel geld aan een blanke als een zwarte leerling. In de jaren '80 werd er veel in het zwarte onderwijs geïnvesteerd maar het verschil bleef altijd nog 4 tegen 1. De voormalige blanke scholen zijn in alle opzichten beter uitgerust: betere leraren, schoolgebouwen en lesmateriaal. De laatste jaren zijn stappen gezet om die verschillen weg te werken, maar die achterstand haal je niet zomaar in. Vooral de voor onderwijs verantwoordelijke ANC-functionarissen grijpen naar dit argument. Maar apartheid is niet langer een afdoende excuus, zegt dr. Thamsanqa Kambule, onderwijsdeskundige uit Soweto. Het verklaart niet waarom de resultaten ook na 1994 elk jaar slechter worden. Het echte probleem is een totale ineenstorting van de discipline in het zwarte onderwijs. Uit onderzoek blijkt dat op de meeste scholen in zwarte townships 40 tot 60 procent van de schooltijd verloren gaat. Niet omdat er sportdagen of uitstapjes zijn, maar omdat er slecht gewerkt wordt.
Ministeries en scholen regelen de aanschaf van nieuwe boeken pas op de eerste schooldag zodat er de eerste weken en soms maanden van lesgeven vrijwel niets komt. Leraren verschijnen massaal te laat of helemaal niet of staan dronken voor de klas. Velen hebben onvoldoende kwalificaties maar scholen zich niet bij. Onder leerlingen geldt het als normaal om rond de middagpauze naar huis te gaan en niet terug te komen, van huiswerk maken komt niets. Op tal van scholen wordt in het laatste kwartaal geen les meer gegeven.
Deze praktijken zijn op zeer veel scholen gemeengoed en er wordt niets tegen ondernomen, zodat het van kwaad tot erger gaat. “De discipline is volledig ingestort”, aldus Kambule. “Of zoals dat hier in politiek jargon heet: er is geen onderwijscultuur. We weten allemaal dat het onderwijs sinds de jaren tachtig werd geboycot als onderdeel van de politieke strategie van het ANC om het land onregeerbaar te maken. Toen is de anarchie begonnen en niemand is er nog in geslaagd dat tij te keren. Daarvoor betaalt Zuid-Afrika nu de prijs”.
Dat oordeel klinkt hard, maar wordt onderstreept door die paar 'zwarte' scholen die je toch ook wel aantreft met slaagpercentages boven de 90 procent. Ondanks het gebrek aan goede lokalen, boeken en computers, ondanks de armoede van de leerlingen en hun ouders. Wie daar kijkt merkt dat een factor hen van de omliggende scholen onderscheidt: discipline, een keihard werkend lerarencorps en ouders die hun kinderen juist daarom naar die school sturen.
Het echte probleem is dat de regering de noodtoestand niet volmondig erkent en aanpakt. Het is makkelijker om het bij de halve waarheid te houden en apartheid de schuld te geven.
Van diverse kanten wordt nu gevraagd om het ontslag van de minister van onderwijs Sibusisu Bengu. Niet omdat hij niet van goede wil zou zijn maar omdat er iemand nodig is die een frisse wind laat waaien. Maar natuurlijk treedt Bengu niet af, zo gaat het ANC niet met zijn ministers om. Dus produceert Zuid-Afrika jaar na jaar weer een nieuwe verloren generatie.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.