De winterslapende dagpauwoog in het toilet was wakker geworden. Hij zat op de vloer langzaam te klapwieken. Ik heb hem voorzichtig opgepakt en naar de koudere schuur gebracht. Buiten was het elf graden en zong een merel op voorjaarssterkte. Vanaf de prille ochtend trokken troepen kolganzen roepend over in noordelijke richting. Zouden we nu al af zijn van de winter? Ik weigerde het te geloven en ging op zoek naar nog meer voorjaarstekens.
De Kleine Poel maakt deel uit van de Amstelveense Poel. Aan een zijde grenst de plas aan de achtertuinen van de huizen langs de Legmeerdijk. Ik benijd de bewoners wel eens om hun riante uitzicht op de moerasbosjes aan de overkant van het water, langs de Kleine Noorddijk.
De Kleine en de Amstelveense Poel en hun oeverlanden zijn door de provincie aangewezen als natuurgebied. Zij vormen een schakel in de ecologische verbindingszone tussen het Spaarnwouderbos en Amstelland, een strook op de landkaart 'waarin de natuurlijke en landschappelijke waarden moeten worden versterkt en daar waar ze ontbreken moeten worden ontwikkeld'. Het gebied heeft al veel langer een beschermde status, want het maakt sinds 1935 deel uit van het Amsterdamse Bos, toen nog het Bosplan.
Van meet af aan was het de bedoeling de oeverlanden van de Amstelveense en Kleine Poel natuurlijk te laten. Er lagen een paar kwekerijen, die teruggegeven zijn aan de natuur. Aan de Kleine Poel zijn op die gronden bossen ontstaan van zwarte elzen en amandelwilgen. Nog steeds is de bodem voedselrijk. Daarom staan de brandnetels er 's zomers meer dan manshoog en zo dicht opeen dat je nauwelijks een meter het bos in kunt kijken.
Uit Amstelveen kom je via het Schinkeldijkje op de Kleine Noorddijk tussen de oeverlanden van de Kleine Poel en het Amsterdamse Bos. Blubber en ijzeren platen bedekken het fietspad en zandauto's en bulldozers rijden af en aan voor de aanleg van een waterleiding door het doodlopende knotwilgendijkje, dat aftakt van de Kleine Noorddijk, en vervolgens door een belendend weiland. Zo dicht aan de rand van de bebouwde kom kun je de illusie van ongestoorde natuur wel vergeten. Maar het wandelpad met grasberm door het moerasbos wordt er niet door aangetast en op deze door-de-weekse dag is het er stil. Anders dan op zondag, want het is een geliefde wandelroute van mensen uit de buurt, die er hun hond komen uitlaten of gewoon van het landschap komen genieten.
BREINAALDEN De vorst van de afgelopen weken heeft weinig schade aangericht in de plantenwereld. In de berm heeft hondsdraf flink wat groot blad en overal komt lichtgroen de kleine veldkers te voorschijn. Bij wat donkergroene pollen pitrus - bossen stijve breinaalden van driekwart meter lengte - hebben de op de grond gedrukte rozetten van de kale jonker hagel, sneeuw en ijzel uitstekend doorstaan. Verderop staan aan het pad ook rozetten van de verwante speerdistel, veel groter en oneindig veel stekeliger. De brandnetels zijn niet eens helemaal afgestorven en zitten nog vol groen blad. Ook de bramen, die plaatselijk een stekelige borstwering vormen, zijn groen, alsof er geen winter geweest is.
Het ijs is nog niet uit de sloot. Hele bossen heldergroen sterrekroos schemeren erdoorheen. Gele lis en scherpe zegge staan al handhoog aan de oever, waar ook het harig wilgeroosje uit de grond komt.
Een winterkoning ratelt tussen de brandnetels, een matkop roept slepend in de elzen. Scheldend vliegen twee merels weg uit de berm, waar ze bezig waren het kledderige dorre blad op regenwormen te doorzoeken.
Een grote hoop dood plantemateriaal bezijden het pad is bedoeld voor de ringslangen. Om er te overwinteren en er eieren te leggen. Deze winter zijn drie van zulke broedhopen in het gebied aangelegd. De Poel herbergt nogal wat ringslangen, die ooit in contact stonden met de ringslangen van de Zuiderzeekust. Bebouwing tussen de Poel en Duivendrecht en de aanleg van een dicht netwerk van verkeerswegen sneden de ringslangen van de Poel af van de grote populatie. Onder meer voor deze soort zal de toekomstige ecologische verbindingszone belangrijk worden.
Pluimzegge ziet nu niet groen zoals de pitrus, maar de ongeveer een halve meter hoge horsten aan weerszijden van het slootje aan de zuidkant van het wandelpad zijn onmiskenbaar. Tussen de berken achter het slootje is het veenmos lichtgroen. Hier en daar wit gespikkeld door massa's uitgetrokken donsveertjes van holen- en houtduiven, die geslagen, geplukt en gekropt zijn door de havik, die in het Poelreservaat huist. TROEBEL WATER De laagstaande zon blikkert op de plas. Er zwemt een aalscholver, die geluidloos en soepel onderduikt en zich niet meer laat zien. Hij kan haast op de tast vissen, want de plas barst van de brasems, die in scharen voortdurend de losse veenbodem omploegen en opwervelen. Het water is altijd troebel, ook door de microwieren, die gedijen op de vele meststoffen in de Poel. Daardoor ontbreken snoeken, de voornaamste jagers op brasems. Het geringe doorzicht van het water verhindert de groei van hogere waterplanten. Er groeien alleen wat waterlelies in ondiep water dicht bij de huizen aan de Legmeerdijk.
In de Kleine Poel zijn nu op enige afstand van de oever schermen van wilgeteen aangebracht, in de hoop dat zich in het rustiger water erachter riet en lisdodden vanaf de oever zullen uitbreiden. Dan wordt het water helderder, waardoor zich daar waterplanten kunnen vestigen en snoeken er een geschikt milieu kunnen vinden. Vissen kunnen het scherm door openingen passeren. Daarnaast zullen voor twee en een half miljoen technische ingrepen worden gedaan om het water weer helder te krijgen, met een rijke water- en oeverbegroeiing en een gevarieerde visstand. Er komt een defosfateerinrichting en de sluipende aanvoer van afvalwater naar de Poel zal worden gestopt.
BRUILOFTSKLEED Twee futen drijven vlak bij op de plas. Ze hebben al brede roodbruine bakkebaarden en een tweehoornige kuif. Het lijkt wel of de futen elk jaar vroeger het bruiloftskleed aantrekken.
Het paar zwemt met de kop laag op het water naar elkaar toe. Als ze elkaar tot op enige decimeters genaderd zijn, strekken ze de hals en beginnen ze de kop te schudden, de halskraag wijd uitgezet, de kuifveren naar voren gebogen. Plotseling duikt er een onder. Meters verder komt hij weer boven en dan begint het spel opnieuw. Ik wacht op de dans, waarbij de twee vogels hoog boven het water uit rijzen. Maar het is kennelijk toch nog te vroeg. De vogels lijken nog niet in de juiste stemming.
Natuur deze week
Koolmeesmannetjes verdedigen nestkastjes tegen soortgenoten en dreigen ook tegen mussen en pimpelmezen, die te dicht in de buurt komen. De mezemannetjes brengen de nacht in het kastje door. Pas in de broedtijd maken ze plaats voor het vrouwtje. - Ook eksters hebben al weer belangstelling voor de nestbouw. Ze scharrelen voortdurend op en om de grote overjarige nesten rond en slepen met dikke takken en twijgen. - Veldleeuweriken trekken niet ver. Bij zacht weer blijven ze vaak in ons land. Bij vorst vliegen ze net voor de vorstgrens uit en na de vorst komen ze vaak al weer snel terug. Trekkende leeuweriken maken een kort 'tsjirrup'-geluidje, vooral te horen bij onbewolkte hemel. - Onze kauwen blijven in Nederland. Buiten de broedtijd vormen ze flinke troepen, die tegen de avond vaak spectaculaire speelvluchten maken. Kauwen gaan een verbintenis aan voor het leven. In een voedsel zoekende troep zijn de paren duidelijk te onderscheiden. - Helaas laten de winterkoningen zich minder horen dan in de vorige winters. De langdurige ijzel heeft veel slachtoffers gemaakt onder deze peuterige zangvogels. De ijsafzetting sloot veel spleetjes en kiertjes af, waarin de insekten en spinnen overwinteren, die juist het voedsel zijn van winterkoningen. - Op de heide tonen zandplekjes rondom uitgegraven holletjes dat de driehoornmestkevers al actief zijn. Ze brengen konijnekeutels in de grond, die ze vermalen tot voedsel voor hun larven. - Op de oevers van sloten en vaarten beginnen al veel planten uit te lopen. De valeriaan bijvoorbeeld, met nog kleine geveerde bladeren. En de moerasspirea, waarvan het fijn geplooide blad bronsbruin is. Op veel plaatsen is langs de slootkant het glimmende, ronde blad van het speenkruid te zien, dat al voor de jaarwisseling zo groot was als een kwartje. - In de Amsterdamse Hortus staat het stinkend nieskruid, familie van de kerstroos, in volle bloei. Ook kleuren daar de eerste gele bloemtrosjes van de grote mahonia, die een winterbloeier is. - Sneeuwklokjes die nu in de tuinen bloeien, zijn grote sneeuwklokjes, een soort die thuishoort in de Kaukasus. - Andere planten aarzelen nog, wat voornamelijk te wijten is aan de kou rond de jaarwisseling. Vorig jaar bloeide de eerste gele kornoelje op 19 januari. Nu zijn de ronde bloemknoppen van dezelfde struik nog stevig gesloten.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.