*

 
dossier

Archief

Welser-Most brengt Londens Orkest tot glanzende eenheid

ADRIAAN HAGER − 10/03/94, 00:00

AMSTERDAM - De stok waarmee de Oostenrijkse dirigent Franz Welser-Most al jaren wordt geslagen is zijn jeugdige leeftijd. Als 25-jarige werd hij chefdirigent van het Oostenrijks Jeugdorkest. Eigenlijk vond men hem te jong. Zijn carriere schoot als een pijl omhoog; al in 1988 stond hij voor het Residentie Orkest. Hij maakte met het orkest zelfs een aantal toernees.

In 1990 werd hij genoemd als serieuze opvolger van Hans Vonk, hoewel sommigen hem, al weer, te jong vonden voor chefdirigent van het Haagse orkest. Uiteindelijk ga hij de voorkeur aan het Londens Philharmonisch Orkest. Vorig seizoen stond hij weer voor het Residentie Orkest, ditmaal met de tweede symfonie van Mahler. Bij die gelegenheid kreeg hij te horen dat een dirigent van 32 jaar niet in staat is Mahlers diepste diepten te peilen.

Bij het Londens Philharmonisch deed zich het 'probleem' van die jeugdige leeftijd niet voor; als dertig-jarige werd hij chefdirigent van dit door Thomas Beecham in 1932 opgerichte orkest. Dinsdagavond speelde Welser-Most met zijn orkest in de serie Wereldberoemde Symfonieorkesten in het Concertgebouw.

Een vergelijking van zijn invloed op beide orkesten is niet helemaal terecht, aangezien het Londense orkest al vier jaar onder Welser-Most werkt en het Haagse orkest de laatste jaren tobde onder de dirigentenwisseling Vonk-Svetlanov. In het openingswerk dinsdagavond (Muziek voor snaarinstrumenten, slagwerk en celesta van Bartok) onderstreepte Welser-Most dat hij het Londense ensemble inmiddels naar eigen inzichten heeft gekneed.

Nog meer dan in Bartok werd in de zesde symfonie van Sjostakovitsj duidelijk, dat het Londens Philharmonisch een virtuoos orkest is. Met zijn natuurlijke wijze van dirigeren maakte hij met name in het overrompelende Presto uit de symfonie van Sjostakovitsj van de orkestleden stuk voor stuk virtuozen.

Als er al een vergelijking gemaakt kan worden tussen dit ensemble van hoog internationaal niveau en het Residentie Orkest, dan betreft dat de eerste violengroepen van beide orkesten. De eerste violen in Den Haag kunnen niet echt de kracht van het ensemble genoemd worden. In het Londens Philharmonisch zit daarentegen een violengroep om te zoenen zo glanzend, zo stralend, zo helder.

Verder viel op dat de speeldiscipline bij het orkest van Welser-Most zoveel groter is dan bij menig ander orkest. Begrippen als geladenheid, vitaliteit en uitgebalanceerd samenspel zijn hier van toepassing.

Volgens Welser-Most zijn de symfonie-orkesten de laatste jaren steeds luider en luider gaan spelen. 'Niemand speelt nog zacht', is zijn mening. In de begeleiding van Mozarts pianoconcert KV 595 liet hij, met name in het Larghetto, horen dat zijn orkest adembenemend mooi zacht kan spelen. De weergave van dat Larghetto was een hemels moment, niet in de laatste plaats dank zij het formidabele pianospel van Mitsuko Uchida, die geinspireerder dan ooit speelde.

mailIcon print |