De Tocht dus. Het was 1985 en een hele generatie was opgegroeid met uitsluitend verhalen. Ja, we kenden de beelden van de lachende Paping en soms vertelde iemand wel eens een stoer verhaal over afgevroren ballen, tenen en als je de naam Arie Kleywegt noemde, sprak men met respect: hij was de man die Bartlehiem op de kaart had gebracht, hij had nog drie passen mee opgelopen met Paping: hij was iemand. Dus werd het 1985 en een hele generatie televisiemakers wist alleen via overlevering, verhalen en zwart-wit beelden wat de Elfstedentocht was.
Er heerste toen in Leeuwarden een zenuwachtige, opgewonden, blije stemming. Hier ging iets gebeuren waarvan we allen gedroomd hadden. Hoe het zou worden, wist niemand, er bestond geen draaiboek, geen blauwdruk, er bestond alleen maar iets dat geschiedenis heette en dat is een verrekt smalle basis als je een lange live-reportage moet gaan maken. Op de middag van de dag voor de start, vroeg iemand of de namen van de wedstrijdrijders (mannen en vrouwen) op een lijst zouden komen. Er viel een stilte. Dat zou toch wel? En hoe zag die lijst er dan wel uit? Namen? Rugnummers? Niemand wist het. De mensen van de organisatie, eerlijk en oprecht in hun doen en laten en ook niet gewend om met de grote-mensen-media om te gaan, konden in dezen niet helpen.
Dus begonnen we bij de inschrijving met een simpele actie. Iemand van ons vroeg, letterlijk, aan de mannen met de stoere koppen die zich kwamen inschrijven: rijdt u mee, hoe heet u, welk nummer zult u dragen, waar komt u vandaan en nog twee of drie dingen van uiterst triviale aard. Het was heerlijk ad-hoc werk en werd zo professioneel mogelijk uitgevoerd. De gegevens werden met de hand opgeschreven, als er een vel vol was, werd dat velletje snel naar een dertig meter verder gelegen kamertje gebracht waar een inmiddels via een Leeuwardens uitzendbureau ingehuurde tikmevrouw (volgens mij kreeg ze nog even kortstondige verkering met één van ons) de gegevens op een lijst zette en tegen negenen hadden we met vier man, zo goed en zo kwaad als het ging, de wedstrijdrijders in kaart gebracht.
Zo nu en dan (her)kende je een naam, marathonschaatsen was geen grote sport in dit land, de toppers van toen kende je een beetje, maar de meeste rijders waren voor ons allen acabadabra (een Friesch woord ken ik daar niet voor).
Toen we, nog steeds met een klein groepje, al die gegevens bij elkaar hadden geveegd, waren we er zeker van dat we niet compleet waren, want zo nu en dan was er wel zo'n knoestig figuur langs ons geglipt. Toch waren we er een beetje trots op binnen zeven uur een redelijk betrouwbare startlijst in elkaar getimmerd te hebben en nadat de tikmevrouw alle wereldrecords geslagen had, stond alles op nummer op mooie lijsten. Ai, hoe nu te kopiëren? Dat was een probleem, want het kantoortje was dicht en in de grote veehal was niet zo snel een kopieermachine te vinden. Dus werd er weer getoverd en zo bestond het dat tegen tienen in de avond, toen de briefing van de commentatoren en verslaggevers net begonnen was, aan een ieder een pakketje werd uitgedeeld: hier, deze mannen en vrouwen rijden de wedstrijd, doe je best de nummers te herkennen en veel plezier. Wat al mijn collega's eraan gehad hebben tijdens die eerste tocht? Weinig. Toen de ochtend langzaam klom, toen bij Hindeloopen de eerste contouren van wedstrijdrijders zichtbaar werden en voetbal- en handbalspecialist Evert ten Napel de eersten op zich af zag komen, toen hoorde je de fabelachtige twijfel...wie zijn die mannen (vrij naar: Who are those guys uit de film Butch Cassidy and the Sundance Kid)? Die twijfel bleef de eerste uren; nummers waren nauwelijks zichtbaar, onze mensen herkenden zo soms eens iemand in de schemer en pas bij Bolsward, waar voetbal- en atletiekspecialist Theo Reitsma zat, werd een beetje duidelijk hoe de wedstrijd verliep, wie waar reed en hoe de koplopers heetten. Het is nu 4 januari 1997 als u dit leest. We zijn twaalf jaar verder, ouder, wijzer, handiger...ik ben benieuwd waar we een goed beeld van de wedstrijd gaan krijgen. Natuurlijk, de twee commentatoren van nu zijn ingeslepen in deze sport en weten een hoop meer dan hun collega's van toen, maar een deel van de charme is toch: who are those guys?
Om cryptisch af te sluiten: wie is de Robert Kamperman van deze aflevering. Ik wens u een prettige dag.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.