*

 
dossier

Archief

Antilliaanse kiezers twijfelend naar de stembus

JEANNETTE VAN DITZHUIJZEN − 28/01/98, 00:00

WILLEMSTAD - Met het bekende snijgebaar langs haar keel en de woorden 'PAR a matànos' (de PAR heeft ons kapotgemaakt) maakt een schoonmaakster duidelijk wat voor een groot deel van de bevolking geldt: Pouriers bezuinigingen hebben hun grens ruimschoots bereikt. Dus stemt ze straks PNP; denkt ze. Want net als veel andere Antillianen weet ze het eigenlijk nog niet.

Van de massale steun die de PAR vier jaar geleden in één keer van nul naar acht zetels in de Staten (21 zetels) bracht, is weinig over. “We kregen maatregel op maatregel op maatregel over ons heen. Ik ben straatarm”, zegt de receptioniste van een radiostation, die in 1994 nog PAR stemde. “Wat ik wel stem? Dat weet ik ook niet. Vóór Pourier was het ook slecht.” Een Nederlander die al jaren op het eiland woont, vindt dat de PAR naïef is geweest “Ze hebben te hoge verwachtingen gewekt.”

De verwachtingen waren vier jaar geleden inderdaad hooggespannen. Miguel Pourier was er bij het referendum van 1993 in geslaagd de nationale gevoelens te mobiliseren, zodat de bevolking van Curaçao tegen ieders verwachting in massaal koos voor behoud van de Antillen. Als één blok schaarde Curaçao (in de Antillen heeft elk eiland zijn eigen partijen) zich vervolgens achter Pouriers plannen om een einde te maken aan vriendjespolitiek, corruptie, bestuurlijke en financiële wanorde.

Van die goede voornemens is bitter weinig terechtgekomen. De grote schoonmaak die de regering zich had voorgenomen bleek een veel forsere klus dan verwacht. Het begon met een overheidsschuld van 2,7 miljard gulden waar niet op was gerekend. “Als je in het bedrijfsleven een bedrijf met dergelijke verborgen gebreken overneemt, geef je het terug”, zegt de voormalige bankdirecteur Pourier daarover. Hij erkent dat zijn regering er mede door die 'verborgen gebreken' nog lang niet is. “Vier jaar is ook veel te kort om zo veel wantoestanden te beëindigen. Maar het fundament is nu gelegd.”

De financiële problemen - het land staat aan de rand van een bankroet - is het kabinet-Pourier onder meer te lijf gegaan met maatregelen zoals omzetbelasting op goederen en diensten. “We moesten wel”, verdedigt Pourier het beleid, dat de koopkracht ernstig aantastte. “Het alternatief was devaluatie van de Antilliaanse gulden. Dan had een biertje nu geen twee gulden gekost, maar tweehonderd, zoals in Suriname en Venezuela.”

Voor de sanering werd steun gezocht bij het Internationaal Monetair Fonds (IMF). Want alleen onder die voorwaarde zou Nederland deviezensteun verlenen. Met een Structureel Aanpassingsprogramma (SAP) probeerde de regering het gestrande schip langs drie sporen vlot te trekken: inkomsten verhogen, uitgaven verlagen en de economische ontwikkeling stimuleren.

Maar zo makkelijk ging dat niet. De extra inkomsten waarop de regering met de diverse maatregelen had gerekend, vielen tegen. De koopkracht daalde veel ernstiger dan verwacht, waardoor de winkels een lagere omzet hadden en investeerders wegbleven.

Partijtrouw

Voor verlaging van de uitgaven zou het logge ambtenarenapparaat moeten worden ingekrompen. Doordat vorige regeringen partijtrouw maar wat graag beloonden met een comfortabel baantje bij de overheid, is dat apparaat buiten proporties uitgedijd en gaat drie kwart van de overheidsinkomsten naar salarissen. Maar van een rigoureuze sanering van het overheidsapparaat is nog geen sprake. De privatisering van kostbare overheidstaken verkeert pas in een voorbereidend stadium, terwijl een begin is gemaakt met het verlagen van subsidies.

“Ze hebben inderdaad niet gedaan wat we hadden verwacht”, zegt een Curaçaose arts. “Maar de vraag is of ze wel iets hadden kúnnen bereiken met dit verziekte ambtenarenapparaat.” Op diverse departementen wordt het regeringsbeleid namelijk doodleuk getraineerd door ambtenaren die loyaal blijven aan de partij die hen daar in het verleden heeft neergezet. Een functionaris bij de overheid bevestigt zuchtend het fenomeen en noemt zonder moeite voorbeelden van pure, maar subtiele tegenwerking. Zoals die ambtenaar die beloofde iets te regelen, maar een week later zei: “Oh bedoelde je mij? Dat had ik niet begrepen.”

Met de economie wil het ook maar niet vlotten. “Wij zouden het economisch herstel krachtiger aanpakken”, zegt Don Martina, leider van coalitiepartij MAN. “Het moeizame besluitvormingsproces heeft investeerders ontmoedigd. Dat moet efficiënter en slagvaardiger.” Hij laat een lijst zien van projecten die binnen een jaar kunnen worden aangepakt. Het probleem is alleen dat de Antillen dan voor zo'n 16 miljoen moeten investeren in infrastructuur. En dat geld is er niet. “Daarom had het SAP een kredietlijn van Nederland moeten hebben.” De in september door de regering-Kok toegezegde 25 miljoen noemt hij 'kippenvoer'. “Ze hebben daar een jubelbegroting. En een lening is voldoende. Dat is ook de normale manier waarop het IMF met arme landen werkt.”

Volkswoningen

De socialistische MAN zal vrijdag waarschijnlijk zetels verliezen door een corruptieschandaal en concurrentie van arbeiderspartij FOL. Die strooit kwistig met beloftes als hogere pensioenen en nieuwe volkswoningen. Beloftes waarvoor menig Curaçaoenaar gevoelig is, al weet niemand waar de partij het geld vandaan haalt.

Stanley Brown was na de rellen van 30 mei 1969 mede-oprichter van de FOL die onafhankelijke Antillen nastreefde. Daar is Brown helemaal van afgestapt. Zijn vorig jaar opgerichte partij C'93 wil juist volledige integratie bij Nederland. Als dertiende provincie zouden de Antillen in één klap van hun financiële sores af zijn en de migratie naar Nederland zou afnemen. Een standpunt dat ook op het kleine Saba gehoor vindt.

Van de negen nieuwe partijen (er doen dit jaar op Curaçao in totaal veertien partijen mee) lijkt alleen de door de vakbonden opgerichte PLKP voor een zetel in aanmerking te komen. De bonden zijn het absoluut oneens met Pouriers maatregelen en denken het zelf beter te kunnen. Meer dan één zetel zit er vermoedelijk niet in.

De schuld voor de financiële rampspoed die het land treft wordt door menigeen gelegd bij voorgaande regeringen van onder meer de PNP. “Als die partij straks weer aan de macht komt, wordt alles afgebroken wat de PAR heeft opgebouwd”, zegt een leraar aan een van de middelbare scholen. “Ik vrees dat we dan één grote rotzooi krijgen. Ik stem zeker PAR, want achter de schermen hebben ze goed werk gedaan. Er is meer controle en de uitgaven worden beter beheerst.”

Machtsstrijd

Maar PNP-leidster Suzy Römer ontkent dat de huidige financiële problemen zijn veroorzaakt door haar partij. Die heeft onder leiding van Maria Liberia-Peters van 1984 tot 1994 vrijwel onafgebroken het gezicht van de regering bepaald.

Tussen de twee PNP-vrouwen woedde een machtsstrijd die Römer heeft gewonnen. Het is de vraag of de partij daarmee een dienst is bewezen, want Liberia heeft veel meer charisma en is vooral bij het volk erg populair. En juist de laagste klassen stemmen niet voor een tweede keer op de PAR. Zij hebben immers het meest te lijden onder de malaise. Een werkloze in de volksbuurt Otrobanda: “Deze regering heeft niets gedaan. De PNP is de enige die onze situatie kan verbeteren. Mi ta vota Nashonal (ik stem PNP)” Met een triomfantelijke blik: “Maria!”

mailIcon print |