*

 
dossier

Archief

De rook

DIEUWKE VAN OOIJ − 19/05/95, 00:00

Als het aan de Berlijnse CDU ligt, komt er nog voor de verkiezingen na de zomer een strengere handhaving van de 'Wet ter bescherming van openbare groen- en recreatiegebieden'.

Waarom zo'n aandacht voor een plantsoenenwetje terwijl die er prachtig bij liggen, zou een bezoeker denken. Niets wijst erop dat Berlijns groen ergens tegen beschermd moet worden. Het koninklijke Tiergarten is het fraaiste park dat een wereldstad ooit heeft gehad. Al zijn maar weinig bomen ouder dan vijftig jaar. Toch wil de CDU nog voor de zomer strenger toezicht. Bovendien moet Berlijn zich maar eens gaan voorbereiden op een leven als regeringszetel. Ruhe und Ordnung, hoort daar bij.

Het hete hangijzer verschuilt zich in paragraaf zes van de wet. Vierde alinea: “Het is niet toegestaan in openbare groen- en recreatiegebieden vuur aan te steken of aan te houden.” Dat is toch in geen enkel bos toegestaan?

Als de CDU haar zin krijgt, wordt het oorlog. De grasvelden voor het presidentieel paleis en de zonneweides in het park zijn al sinds de jaren zeventig de volksbarbecuevelden. Toen werd het door het Berlijnse socialistische stadsbestuur nog als een interessant multicultureel project gezien. Er werden zelfs gemeentebarbecues aangelegd.

Inmiddels zitten honderden families hier 's zomers in het weekeinde schouder aan schouder hun kebab en braadworst te bakken, onder de neus van komende en gaande presidenten. Als de voormalige president Richard von Weizsücker zijn werkkamerraam opende, kwamen de rookslierten naar binnen. Kennelijk houdt de nieuwe staatsman Roman Herzog niet van de geur van verbrand vlees want met zijn komst verschenen op de gazons voor zijn deur ineens bordjes dat grillen niet meer toegestaan was.

De Turkse families zijn daarvan de dupe want voor het paleis leggen zij doorgaans hun kleden neer. Iedere familie zijn eigen boom. Dat zijn de wetten die gelden. Noordoostelijk bakken de Bosniërs, daarnaast de Arabieren, richting westen de Polen. Aan de zuidkant van Tiergarten, daar waar het bos dichtbegroeid is, braden de bloten en achter de gouden Siegessaüle is het domein van de homoseksuelen. De Turkse barbecuers laten het er niet bij zitten. “Waar moeten we anders met de kinderen heen?”, vraagt grootvader Ishak Tarakcioglu zich af die zelf is opgegroeid in de grillcultuur van het stadspark in Istanbul.

Het CDU-voorstel om gewoon over te stappen op Kartoffelsalat, wordt opgevat als culturele discriminatie. Zoiets is te vergelijken met het plan Duitsers te verplichten alleen nog rijst met rauwe vis te eten.

Voor de SPD en de Grünen is het een spookbeeld dat voor het oog van de internationale televisiecamera's deze zomer buitenlandse familievaders, die het nieuwe verbod negeren, met een waterkanon of door een overmacht aan mobiele eenheid van hun gazon worden verjaagd. En de politie is pas bereid in actie te komen als de gemeentebestuurders dat allemaal willen. Niemand wil hier de boeman zijn. Behalve de CDU die opkomt voor de belangen van een groep brommerige bejaarden die zich aan de buitenlandse baklucht stoort. Bovendien is de CDU de partij van de buurtbewoner-president.

De eerste echte zomerzonnestralen moeten nog komen maar CDU-afgevaardigde Volker Liepelt wil de gazons in de toekomstige regeringswijk nog voor die tijd schoon hebben: “In juli krijg je dat niet meer gedaan.” Gelijk heeft-ie. Grootvader Ishak Tarakcioglu ziet het probleem niet. “Het is toch leuk voor de regeerders, als die hier komen? Kunnen ze trots zijn dat het volk gelukkig is en gezond.”

De CDU stopte gisteren een briefje in mijn bus. De anti-barbecue-actie had niets met racisme te maken, het ging hier volgens de CDU om Umweltschutz, milieubescherming dus. Daar is weer geen speld tussen te krijgen.

mailIcon print |