Van onze parlementsredactie DEN HAAG - Toenmalig CDA-fractieleider Brinkman heeft in april 1994 in het debat over de IRT-affaire op eigen houtje gehandeld, zonder ruggespraak met zijn collega's Wöltgens (PvdA), Bolkestein (VVD) en Van Mierlo (D66), toen hij mede namens hen een cruciale uitspraak deed die de Tweede Kamer op het verkeerde been zette.
Dit verwijt maakte Wöltgens zijn voormalige collega gisteren, in een uitzending van Radio 1. Brinkman zei, in zijn functie van voorzitter van de speciale Kamercommissie die toezicht houdt op de BVD, dat de commissie-Wierenga in het geheime deel van haar rapport niet anders over de omstreden opsporingsmethodes van het IRT oordeelde dan in het openbare deel. In werkelijkheid liet Wierenga zich in de geheime bijlage echter veel kritischer over deze methodes uit dan in zijn openbare rapport, zo blijkt uit het enquêterapport van de commissie-Van Traa.
Naast Brinkman droegen Wöltgens, Bolkestein en Van Mierlo, de andere leden van de BVD-commissie, kennis van het geheime deel. Wöltgens, tegenwoordig Eerste-Kamerlid, zei gisteren voor de radio dat hij niet weet wat Brinkman heeft bewogen tot zijn eigenmachtig handelen. Hij zei zich destijds niet tot een correctie in het openbaar bevoegd te hebben gezien, vanwege zijn geheimhoudingsplicht.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.