Klantgericht is ook het nieuwe sleutelwoord binnen het landbouwonderzoek in Tanzania. Het landbouwkundig onderzoeks- en opleidingscentrum (Arti) in de Noord-Tanzaniaanse stad Mwanza ziet de boeren in zijn werkgebied - de Lake Zone oftewel de regio's Mwanza, Mara, Kagera en Shinyanga - tegenwoordig als klanten. Het onderzoek moet oplossingen aandragen voor vragen en problemen die bij de boeren zélf leven. En waaraan ze ook willen meebetalen.
Dat klinkt nu zo logisch, maar de situatie was in Tanzania lange tijd omgekeerd, vertelt de Nederlandse agronoom Willem Heemskerk, die al sinds 1977 in Afrika werkt; in West-Afrika, Mozambique, Zambia en nu in Tanzania. Onder het ujamaa-socialisme van Julius Nyerere was de benadering centralistisch, er was nauwelijks contact met de boeren.
Kenmerkend daarvoor noemt Heemskerk de bouw - met ontwikkelingsgelden - van een fabriek voor de verwerking van cassave. Vervolgens bleek dat er nauwelijks aanvoer van cassave was. ,,Boeren schakelen vooral in moeilijke tijden over op dat gewas en hoofdzakelijk voor eigen gebruik.'' De fabriek is een van de 'witte olifanten', de onnuttige of 'niet-duurzame' ontwikkelingsprojecten, waaraan Tanzania zo rijk is.
Tegenwoordig verleent Heemskerk namens het Tropeninstituut technische assistentie aan Arti. Samen met boeren worden vragen opgesteld. De boeren betalen mee door een percentage op de prijs van hun producten. Het onderzoek betreft zaken als gewassenverbetering, bodemvruchtbaarheid, maar ook marketing van de opbrengst.
Dat er bij boeren grote behoefte bestaat aan inzicht en advies op economisch gebied, heeft rechtstreeks te maken met hun ervaringen aan het eind van de jaren tachtig toen het centralistische systeem in elkaar zakte. De boeren konden niet langer rekenen op leveranties van productiemiddelen door de overheid, maar moesten de markt op. Tegelijkertijd stortten de wereldmarktprijzen van katoen en koffie ineen; de twee belangrijkste handelsgewassen in de Lake Zone. Heemskerk: ,,De boeren zochten alternatieven, maar er was weinig kennis en onvoldoende geld om te investeren.''
Traditioneel verbouwen de boeren in het koffiegebied van Lake Zone vooral bananen als voedselgewas en in het katoengebied vooral maïs en cassave. Maar door het aantal gewassen uit te breiden willen de boeren hun risico's spreiden. Bij de teelt van bijvoorbeeld pinda's, rijst, groenten en fruit snijdt het mes aan twee kanten. Anders dan pure handelsgewassen, kunnen de boeren ze direct zelf consumeren, terwijl ze overschotten naar de markt kunnen brengen. Om de keuze van gewassen en lokale fysische omstandigheden goed op elkaar te kunnen afstemmen is er veel toegepast onderzoek nodig.
Een probleem dat steeds urgenter wordt in het toch al niet dichtbevolkte gebied is de schaarste aan arbeidskrachten. Door aids zijn veel volwassenen weggevallen. Onderzoek naar arbeidsbesparende technieken staat bij Arti al tien jaar hoog op de agenda, vertelt Heemskerk. Op het gebied van aidsbestrijding zijn in Lake Zone tal van ontwikkelingsorganisaties actief, zoals Médecines du Monde en Care Tanzania. Arti beoogt het onderzoek af te stemmen op de activiteiten van dergelijke organisaties en legt daarom het accent tegenwoordig specifiek op technieken die op vrouwenarbeid besparen. Heemskerk: ,,Vrouwen van wie de partner is weggevallen komen in de problemen. Ze moeten het land bewerken en het huishouden doen.'' Heel ingewikkeld hoeft de oplossing niet te zijn. Het wieden van onkruid in maïsvelden met behulp van os en schoffel, bespaart vrouwen een hoop werk. Het met de hand wieden van onkruid was altijd een typische vrouwenklus.
De klantgerichte aanpak van Arti in de Lake Zone is inmiddels uitgeroepen tot het nationale model voor Tanzania. Hij zal ook in de zeven andere zones van Tanzania navolging krijgen. De Wereldbank heeft laten weten dat waar bilaterale hulp ontbreekt, ze zal bijspringen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.