Van een onzer verslaggeefsters AMSTERDAM - De kwaliteit van het overblijven op basisscholen laat veel te wensen over. Maar ondanks de vele klachten van ouders en kinderen blijft toch op negentig procent van de basisscholen gemiddeld de helft van de kinderen tussen de middag over. Op een aantal scholen hoort het eten van de boterham in de klas bij het continurooster, maar op de meeste scholen gebeurt het op vrijwillige basis.
Volgens onderzoek van de Wetenschapswinkel Nijmegen en het Netwerk schoolkinderopvang ontbreekt het meestal aan speciale overblijfruimtes in de scholen. Er wordt gegeten in de aula's of gemeenschapsruimtes die één keer per week worden schoongemaakt. Het zijn vooral ouders - die daarvoor een vergoeding ontvangen - of vrijwilligers die dan een oogje op de kinderen houden. Slechts in enkele gevallen zijn de begeleiders professionele krachten met een MBO-opleiding zoals in de naschoolse opvang. Als er een tekort is aan overblijfkrachten of geen geld voor professionele begeleiders, worden vaak leerkrachten ingeschakeld. Deze krijgen slechts zelden een vergoeding.
Het onderzoek 'Tussenschoolse opvang' is gedaan onder alle basisscholen in de regio Eindhoven en geeft een goed beeld van de stand van zaken in heel Nederland, aldus de Vrouwenalliantie voor economische zelfstandigheid en herverdeling van arbeid. Zij gaf de opdracht voor het onderzoek om de kwaliteit van het overblijven breed onder de aandacht brengen. Die blijft flink achter bij de kwaliteit van de naschoolse opvang. “Dit is niet verwonderlijk gezien het feit dat het overblijven weliswaar in de Wet op het basisonderwijs is geregeld, maar dat in de financiering niet is voorzien. Dit heeft tot gevolg dat overblijfkrachten geen goed arbeidscontract kan worden aangeboden en dat er geen eisen gesteld kunnen worden aan de leiding en de accommodatie”, aldus de onderzoekers.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.