HEERENVEEN - Ids Postma gaat als klassementsleider de tweede dag van het Europees allroundkampioenschap in, maar de uitgangspositie van Rintje Ritsma om zijn derde titel op rij te veroveren, is zo goed dat hij op voorhand de uitgesproken favoriet blijft. Daarmee zou de Lemster de prestatie van Hjalmar Andersen evenaren. De Noor scoorde in de periode 1950-1952 een onvervalste hattrick.
Een vergelijking met de nationale titelstrijd in Den Haag biedt de meeste houvast. Twee weken geleden bezetten de beide Friezen eveneens de eerste twee plaatsen in het tussenklassement na de 500 en 5000 meter. Het onderlinge verschil toen en nu was vrijwel identiek. Op de Uithof moest Ritsma op de 1500 meter ruim drie-tiende seconde op Postma goed maken. Nu is het gaatje bijna een halve seconde groot. Op het echte Nederlandse kampioenschap zette de Europese en mondiale vaandeldrager de zaken, mede door een matige metrische mijl van Postma, uiteindelijk heel eenvoudig naar zijn hand. Op de open nationale titelstrijd van dit weekeinde zal dat naar verwachting niet anders zijn. De kopman van de kernploeg gooide gisteren de handdoek in de ring: “De kans dat ik Rintje kan bedreigen, is superklein.”
Ritsma wilde het halverwege het toernooi niet met zoveel woorden zeggen, maar hij stelde niettemin tevreden vast dat hij niet had verwacht een groot deel van de op de 500 meter opgelopen achterstand al op de vijf kilometer te zullen goedmaken. Negen tellen harder moest hij na een abominabele sprint, het werden er zevenenhalf. “Ik zit nog niet op mijn gemak. Ik moet nog een goede 1500 meter rijden en in de laatste ronde mijn winst pakken om op de tien kilometer niet volledig aan de bak te hoeven.” Postma: “Als ik niet meer dan vier seconden had verspeeld, had ik misschien nog een kansje gehad. Het onderlinge verschil is nu te klein.”
Een klein uurtje hadden de 12 000 toeschouwers de illusie dat het EK misschien een onverwacht spannend toernooi zou worden inplaats van het door menigeen veronderstelde ABC'tje. Het was haast gênant om Ritsma op de 500 meter te zien worstelen. De rijder zelf had er ook maar één kwalificatie voor: “Triest.” Het is, net als vorig jaar, het verhaal van te zacht ijs voor de één en te hard ijs voor de ander. Het is ook het verhaal van de kennelijke onmogelijkheid om in een tijdsbestek van een paar uur voor twee totaal verschillende afstanden - met hun eigen specifieke technische kenmerken - een ideale ijsvloer te prepareren. Vorig jaar slaagde ijsmeester De Jong er in voor de sprint recordomstandigheden te creëren, maar moesten dezelfde schaatsers op een tien keer zo lange afstand over borstplaatijs zien heen te ploeteren.
Het falen van Ritsma op de 500 meter lag overigens aan hemzelf, niet aan De Jong. “Op dat moment was het ijs niet goed,” vertelt de regerend kampioen. “Ik kwam niet in mijn slag. Ik had veel grip nodig. Ter compensatie ging ik met mijn lichaam draaien, maar je bent dan niet in staat om een andere techniek in snelheid om te zetten.” Het maakte de Sanex-man onzeker. Hij durfde niet te versnellen in de bochten en mat zich de schaatshouding van een schuchtere regiorijder aan. Het is ook tekenend voor het niveau van het continentale schaatsen dat hij de misgreep op de meest cruciale allroundafstand in een ommezien ongedaan maakte. En dat de trainingsachterstand op dat onderdeel hem niet opbrak. Want, zo stak Ritsma ook de hand in eigen boezem: “Misschien rijd ik de 500 meter te weinig. Op de training gaat het goed. Dan kan ik in de bochten ook versnellen. Uit staande start is de opening redelijk (10,12 - red), maar in de bochten kom ik niet in de hoeken.”
Het verhaal van goed en slecht ijs was op het openingsnummer nog een sprookje dat niemand geloofde. Als in de begintijd van de ijshallen sneuvelden de persoonlijke records bij bosjes. Twee van de tien pr's kwamen op naam van de beide kernploegschaatsers. Martin Hersman, die een paar jaar lang voortdurend in de buurt van 38,5 uitkwam, noteerde nu ineens 37,95. Postma verraste helemaal met een glanzend kampioenschapsrecord: 37,12. Hersman schrok zich wild van zijn mijlpaal. “Ik had een misslag, omdat ik veel te hard door de bocht ging. Ik moet nog wennen aan de hoge snelheid.” Grensverleggende, bloedstollende ritten lagen in het verschiet, dacht menigeen. Postma en Hersman veronderstelden dat op de 5000 meter een score van 6.45 van realiteitszin getuigde. Uiteindelijk was de 6.50,77 van schaats-Belg Bart Veldkamp de hoogst haalbare.
Tegen die veronderstelde achtergrond moest Hersman, die van acquit diende te gaan, meteen een grote teleurstelling slikken. Hij reed weliswaar een vlak schema, maar met zijn serie van 33'ers kwam hij net onder de zeven minuten uit. Postma was een fractie langzamer en ook Ritsma haalde niet het niveau dat hij in 1995 onder vrijwel soortgelijke omstandigheden wel bereikte. “Voor mij was het ijs te zacht en voor Rintje te hard,” sprak Hersman. Dat weer is het verhaal van macht en gebrek aan inhoud. Hersman: “Als het ijs zacht is, heb je veel meer grip. Maar op de lange afstand moet je het juist weer van het glijden hebben.” Hersman wilde van geen kritiek op ijsmeester De Jong weten, omdat ook de van schaatsen en statistieken bezeten Zuidhollander weet dat het verschil tussen routinier Ritsma en de aankomende sterren Postma en hijzelf het codewoord 'inhoud' is. Hersman weegt 87 kilo, Ritsma 93, maar het onderscheid is groter dan zes kilo. Net als Johan Olav Koss gaat meer ervaring hand in hand met een surplus aan kracht. Wanneer Ritsma Postma de kampioen van de toekomst noemt, is het de beheerder van het krachthonk die de sleutel naar het succes in handen heeft. Postma, die een jaar verspeelde door de ziekte van Pfeiffer, is wat dat betreft nog groener dan zijn bijna-leeftijdgenoot. Postma is van 28-12'73, Hersman van 26-2'74. “Ik weet niet wat hard en zacht ijs is,” luidt de ontboezeming van Postma. Gemser vindt het prima zo. “Ids moet niet de strot kapot rijden. Het is voor hem niet de dood of de gladiolen. Hij is nog te weinig kanjer.” Op de 1500 meter, wanneer hij en Ritsma rechtsstreeks met elkaar duelleren, is dat vanmiddag anders. “Laat Ids hem dan maar proberen op te vreten.” Het is, in het perspectief van het totale EK, een schijngevecht. De kampioen was en is, normaal gesproken, al bekend.
De top 6 bij het EK mannen na twee afstanden: 500m5000m totaal verschil 1500m 1. Postma 37,12 (1) 6.58,56 (5) 78.976 2. Ritsma 38,02 (7) 6.51,06 (2) 79.1260,45 3. Hersman 37,95 (6) 6.58,17 (4) 79.7672,38 4. Sighel 37,87 (3) 7.01,40 (9) 80.0103,11 5. Anoefrienko 38,02 (7) 7.05,08 (13)80.5284,66 6. Veldkamp39,50 (15)6.50,77 (1)80.5774,81
Voor de gedetailleerde uitslagen zie het uitslagenblok
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.