Van onze wetenschapsredactie AMSTERDAM - Het heelal moet jonger zijn dan astronomen dachten: geen 19, maar 11,2 miljard jaar. Dat schrijven sterrenkundigen vandaag in Nature. Aan de hand van nieuwe waarnemingen aan een ver verwijderd sterrenstelsel kunnen ze tamelijk precies berekenen hoe ver het weg is. Dat levert een nauwkeuriger schatting van de snelheid waarmee het hele heelal in omvang groeit en dus ook van de leeftijd ervan.
Micheal J. Pierce en collega's, uit Canada en de VS, bestudeerden veranderlijke sterren in het sterrenstelsel NGC4571, in de Virgocluster. Deze groep van melkwegstelsels staat, naar nu blijkt, 48 miljoen lichtjaar ver weg. Om aan die schatting van de afstand te komen, maten ze de lichtkracht van Cepheïde-veranderlijken, sterren die met vaste regelmaat helderder en weer zwakker worden. Dergelijke sterren worden goed begrepen: als van een Cepheïde-veranderlijke bekend is hoe snel zijn schijnsel varieert, is ook bekend hoeveel licht hij uitstraalt. Alleen van dit soort sterren kan daardoor, aan de hand van de werkelijke en de op aarde waargenomen lichtkracht, de afstand worden bepaald.
Maar dan moeten die sterren wel afzonderlijk zichtbaar gemaakt en opgemeten kunnen worden. Voor sterrenstelsels in de Virgocluster was dat nog nooit gelukt. Tot voor kort leek het erop, dat alleen de Hubble ruimtetelescoop die klus aankon. De gerepareerde Hubble heeft die waarnemingen al wel gedaan, maar de Canadezen en Amerikanen hebben, met de modernste telescooptechnieken, de dure satelliet zijn primeur ontstolen.
Van een groot aantal ver verwijderde objecten was door andere waarnemingen al bekend, dat ze zo- en zoveel verder lagen dan de Virgocluster. Nu sinds vandaag bekend is hoever die werkelijk weg ligt, is volgens de auteurs de afstandsschaal voor het waarneembare heelal definitief vastgelegd.
Anderen zullen het daar zo snel niet mee eens zijn. Want met de afstandsschaal leggen de vandaag gepubliceerde waarnemingen ook de leeftijd van het heelal vast. Alle melkwegstelsels zijn immers in beweging van ons af en terugrekenend schatten de kosmologen op basis van die snelheid en hun beste schatting van de afstand hoe lang het geleden is dat die uitdijing vanuit één punt begon, in de oerknal.
De nieuwe leeftijd is eigenlijk te jong. Er zijn sterrenhopen waargenomen waarvan de leeftijd, volgens de geldende modellen, 16,5 miljard jaar is. Een probleem, erkennen de auteurs, maar, schrijven ze soeverein: “De oorsprong van deze paradox lijkt niet toe te schrijven te zijn aan onze waarnemingen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.