*

 
dossier

Archief

VAK R

RUUD VERDONCK − 09/09/96, 00:00

Graag bijgevallen door collega's vertelden trainers een jaar of vijftien terug er smakelijk over. Een paar keer per seizoen huurden ze een busje, stopten dat vol met spelers die in verband met ernstige blessures ongeschikt waren geworden voor het betaald voetbal en reden er mee naar België. Daar werden ze een voor een afgezet bij allerlei clubjes in de tweede en derde nationale met een iets te ambitieuze sponsor. Zo'n speler had zich thuis helemaal moeten intapen en mocht maximaal één helft z'n kunsten vertonen in een oefenwedstrijdje. Langer dan één helft mocht niet, moest hij zeggen, omdat hij zaterdag bij zijn club nog moest spelen.

Haalde hij een geniale passeerbeweging uit, maakte hij een doelpunt of liep hij anderszins positief in de kijker, dan had hij de opdracht onmiddellijk een lichte blessure voor te wenden ver van de versplinterde meniscus, de gescheurde hamstring of de wrakke enkel vandaan. In negen van de tien gevallen werd in de euforie van het moment tot een transfer besloten. Speler tevreden, clubs tevreden en de trainer, die als tussenpersoon op procentjes stond óók tevreden. Veel verder dan een wedstrijd of twee drie kwam zo'n speler zelden. Dan werd hij alsnog definitief afgekeurd maar had hij toch met een leuk klappertje afscheid genomen.

Moest ik ineens weer aan denken toen ik vanwege Kanu hoorde hoe de topclub Ajax z'n spelers keurt.

mailIcon print |