*

 
dossier

Archief

De filosoof zit de reiziger in de weg

MARLEEN VAN SWIGCHEM − 20/03/99, 00:00

Er huizen drie zielen in Stewart Cohens borst. De ziel van een reiziger, de ziel van een filosoof, en de ziel van een schrijver die een roman wil componeren met alles erop en eraan. Dankbaar - zo valt uit zijn nawoord op te maken - en wellicht ook trots presenteert Cohen het resultaat: zijn vierhonderd pagina's dikke debuut 'Verborgen wereld'.

Het heeft iets van een levenswerk. En het onderwerp is ernaar: een speurtocht naar een uniek en kostbaar dertiende-eeuws wandtapijt, ooit door de Khan als geschenk voor de paus vervaardigd, dat ergens in de binnenlanden van Mongolië te vinden zou zijn.

Hoofdstukkenlang lijken die drie zielen het samen uitstekend te vinden. Dat antieke textiel als inzet van het plot is - voor alle partijen - een vondst. Het leent zich goed voor uitheemse beschrijvingen en sferen, en met z'n patronen en kleuren heeft het iets fascinerends, soms bijna hallucinerends. Bovendien heeft zo'n doek nog iets extra's: ,,Het gaat erom wat je níet ziet. . . Het betoverende van textiel is dat het alle levens die het meemaakt in zekere mate vasthoudt. Het werd afgedragen, gebruikt voor het maken van offers, er werd op gelopen en het werd in de rivier gewassen. Alles is erin vertegenwoordigd.''

Naar dit doek gaan de hoofdpersonen op zoek - elk met z'n eigen plaats en tijd in het stramien van de handeling: de rusteloze Clayton, een aan lager wal geraakte kunstenaar die in Hongkong een tijdlang beroemd was met zijn verfijnde papier-objecten; jeugdvriend Andy, een gewone, aardige, all American jongeman, werkzaam in het loodgietersbedrijf van zijn vader; Jeffrey Holt, textielhandelaar en gelegenheidssmokkelaar van bij voorkeur pre-Columbiaans textiel, en de Chinese zakenman en kenner van de oosterse filosofie Chang. De zelfmoord van Clayton brengt de actie op gang.

Allengs zit het toch wat ongemakkelijk met die drie zielen in Stewart Cohens borst: ze zijn alle drie even spraakzaam, maar ze hebben niet alle drie evenveel te zeggen. De reiziger in Stewart Cohen heeft het meeste in z'n mars. Scherp observerend en beeldend vertelt hij over de reizen en het hotelkamerbestaan van zijn protagonisten. Cohen put hier ongetwijfeld uit zijn eigen bestaan als textiel-expert en importeur van antieke weefsels. De filosoof heeft het een stuk moeilijker. Die tobt met een Onzichtbare Wereld, die eigenlijk iemands échte wereld is. En pronkt graag met uitspraken van de Chinese wijsgeer Mencius. Maar dat alles gaat niet erg diep, en meer dan een paar alinea's en bijzinnen zou deze Cohen eigenlijk niet toebedeeld mogen krijgen.

Eigenlijk zit die filosoof de schrijver in de weg. Spannend schrijven kan Cohen zeker. Compleet met kleine suspense-momenten zoals Holts eczeem op zijn elleboog dat bij onraad gaat jeuken, en de introductie van de verleidelijke Silvia. Maar die diepzinnige tussenzinnen gaan op den duur irriteren. ,,Hoeveel jonge mensen namen de opwinding van hun jaren als twintiger, op plaatsen die ze zich nauwelijks nog herinnerden, niet de rest van hun leven mee naar een eeuwig leven op de achterhaalde pagina's van een adresboek?'' Zoiets is misschien wel juist als observatie, maar het is een heel gedoe om zo'n zin te lezen. En wat eerst een verrassend thema was, dreigt gaandeweg af te slijten tot een voor de hand liggende metafoor. En trouwens, die lichtvermoeide, soms een tikkeltje joviale, soms een tikkeltje cynische toon, die het zo goed doet in thrillers, verdient een betere, of laat ik zeggen minder gehaaste vertaling dan hier bij Cohens debuut het geval is.

Jammer dat de filosoof-Cohen niet wat meer z'n mond houdt, zodat de gids-Cohen ons ongestoord mee kan nemen, naar de Chinese eethuizen met de vette noedels en het schapenvlees, en naar het bevroren landschap van Binnen-Mongolië.

mailIcon print |