*

 
dossier

Archief

Kenia moet arap Moi ex- en Mandela importeren

Ilona Eveleens − 16/01/99, 00:00

Kenia, vakantieland bij uitstek, worstelt met een ernstig gebrek aan toeristen. De witte stranden langs de Indische Oceaan liggen er stil bij en ook in de wildparken is het rustig. De gevolgen voor de arbeidsmarkt zijn desastreus. Ruim een miljoen mensen raakten hun inkomen kwijt en werkloosheidsuitkeringen bestaan in dit land niet.

Het toerisme naar Kenia zakte eind 1997 ineen toen het land werd getroffen door politieke onrust die gepaard ging met geweld, waarbij vele doden vielen. Het land heeft veel geïnvesteerd in zijn toeristenindustrie en daartoe veel schulden gemaakt. “We dachten dat de toeristen snel terug zouden komen. Niets was minder waar. Veel bedrijven in onze industrie konden na een jaar de schulden en rente niet meer betalen en waren genoodzaakt de deuren te sluiten”, zegt Elsa Friman, eigenaar van Scorpio villas in de badplaats Malindi.

Het stadje is volledig afhankelijk van het toerisme. Langs de boulevard staan nu talloze lege gebouwen waarin vroeger restaurants en souvenirwinkels zaten. Ook de omgeving van Malindi is getroffen. Varkensfokkerijen gingen over de kop omdat er minder vraag was naar vlees. Kleine boeren die een inkomen bijeenschraapten met de verkoop van groente en fruit aan hotels en restaurants, verloren hun afnemers. Elsa Friman legt de schuld van de misère grotendeels bij de regering, die zij verantwoordelijk acht voor het etnische geweld en de diepgewortelde corruptie.

Toerisme was in Kenia goed voor ruim 22 procent van alle binnenkomende buitenlandse valuta. Dat is gezakt naar achttien procent. Toch zorgt de toeristenindustrie nog steeds voor elf procent van de totale belastingopbrengsten. Kenia kent een grote geografische diversiteit, variërend van stranden, savannen en woestijnen tot meren, bergen en regenwouden. Bovendien leeft in de wildparken de grootste verscheidenheid aan zoogdieren van heel Afrika.

Mike Kirkland is een reisorganisator in Mombasa, de grootste stad aan de Keniaanse kust. Hij beschuldigt ook de media. “De buitenlandse pers is bevooroordeeld. Zij heeft een antipathie tegen president arap Moi en zijn regering en zij blaast verhalen op en publiceert zelfs leugens. Vergelijk dat eens met Zuid-Afrika. Daar worden soms ook toeristen overvallen en bestaat eveneens etnisch geweld. Maar de Zuid-Afrikaanse president Mandela is door de media heilig verklaard en daarom zijn de journalisten voorzichtiger in hun artikelen.”

In de toeristensector wordt in ieder geval wel gefluisterd “dat al onze problemen zijn opgelost als we Moi exporteren en Mandela importeren”.

Mombasa is overigens niet volledig afhankelijk van de toeristensector. De stad heeft de grootste haven van Oost-Afrika. Toch maakt Najib Balala, met zijn 31 jaar de jongste burgemeester van een stad in Kenia, zich grote zorgen. Hij wil de stad in oude luister herstellen en door het inzakken van de toeristensector heeft hij daarvoor veel minder geld.

Mombasa was het centrum van het etnisch geweld in 1997 en volgens burgemeester Balala was de bevolking door derden aangezet om politieke conflicten te beslechten. “Er vielen doden en gewonden, en verdwenen mensen in de gevangenis, en we raakten de toeristen kwijt. Waardoor veel kustbewoners ook nog eens hun inkomen verloren”, zegt de burgemeester.

mailIcon print |