De utopie dat machines het werk in de huishouding zouden overnemen is niet geheel bewaarheid geworden. Want wie een wasdroger bezit, besteedt meer tijd aan wassen; wie een pasta-machine heeft, besteedt meer tijd aan koken. “Door de komst van de wasmachine zijn onze normen veranderd. We willen nu elke dag schone kleren aan.” Donderdag en vrijdag houdt de vakgroep vrouwenstudies aan de Katholieke Universiteit Brabant een internationaal congres over utopie en feminisme, en onder andere: huishoudtechnologie.
Dat de wegen van de wasdroger ondoorgrondelijk zijn, komt naar voren uit een onderzoek naar 'arbeid en zorg', van onder meer Kea Tijdens, werkzaam bij de leerstoel Vergelijkende bevolkings- en emancipatie-economie van de Universiteit van Amsterdam. Zij vroeg zich af of werkende vrouwen dank zij huishoudelijke apparaten tijd kunnen besparen.
Dat blijkt anno 1996 niet het geval. Leverden apparaten als stofzuiger, wasmachine en vaatwasser nog grote tijdwinst op, bij modernere machines als wasdroger en diepvriezer is dat veel minder het geval. Koken kan sneller met een magnetron, maar het bezit van een magnetron betekent niet dat vrouwen minder tijd aan de bereiding van eten besteden, blijkt uit Tijdens onderzoek.
Van hulpjes zoals tosti-toaster ('met handige kruimellade'), vruchtenpers, eierkoker en kruimeldief, - alle niet betrokken in het onderzoek - is nog lastiger te zeggen of ze het huishouden efficiënter maken. De aanschaf van een pasta-machine leidt tot het doorbrengen van meer tijd in de keuken. Een apparaat als de keukenmachine kan zich meten met de wasdroger. Snijden kan de keukenmachine, hakken, raspen en kneden, juicht de fabrikant. Dat het na gebruik een kwartier kost om kom, tuut, raspplaat, sikkelmes en kneedhaak weer schoon te krijgen, vertelt de maker er niet bij.
De utopie van een huis met louter knoppen, machines en robots is niet bewaarheid geworden. Monsieur Hulot, het onhandige alter ego van filmmaker Jacques Tati, kan opgelucht adem halen. In de film Mon oncle uit 1958 raakte Hulot in gevecht met het ultieme moderne huis waar zijn neefje woont. Automatisch open en dicht klappende deuren en van zelf werkende tuinsproeiers belagen Hulot als hij alleen al het huis probeert binnen te komen.
De visie op huishoudelijke apparaten in de jaren zestig en zeventig, ging mee met het technologisch optimisme in die tijd, constateert Tijdens. De komst van machines zou het huishouden aanzienlijk verlichten. “Er zou een robot komen die de bedden op zou maken. Dat was de fantasie van technologen.”
De gedachte dat robots het huishouden zouden overnemen getuigt van weinig inzicht in huishoudelijke arbeid, vindt Tijdens. “Als de technologen wat meer inzicht hadden gehad, zouden ze niet van die malle dingen hebben gezegd. Het is een overschatting van de robottechnologie en een onderschatting van het huishouden. De ontwikkeling van een robot is ongelooflijk duur. Het is ondenkbaar dat een kleine versie voor een betaalbare prijs op de markt zou komen. En het idee dat huishoudelijk arbeid simpel is, is onjuist. Het gaat veel om visuele inspectie: kijken, oordelen en op basis daarvan actie ondernemen. Waar is het vies? Liggen de dekens in een propje? Dat kan een robot niet. Bovendien is een bed opmaken, in robottermen, een geheel van complexe bewegingen. Huishoudelijke arbeid staat te boek als simpel, laaggekwalificeerd werk maar het vereist kennis, kunde en vaardigheden.”
Apparaten als stofzuiger en wasmachine hebben historisch gezien wel grote tijdbesparing opgeleverd, zegt Tijdens. Tijdbesparing was ooit de belangrijkste troef van de verkopers van die apparaten. In reclames leggen de mannen geduldig aan de vrouwen uit hoe het ding werkt. 'Het is helemaal niet moeilijk. Zo gaat die aan. Nu kunt u het zelf', was de geruststellende toon. Nu zal geen fabrikant meer zeggen: 'koop een stofzuiger, dat bespaart tijd'. Iedereen heeft al een stofzuiger. Een nieuwe is hooguit stiller, mooier of krachtiger dan de oude.
In de jaren vijftig en zestig kwamen de apparaten als geroepen. “Vrouwen hadden het in die periode veruit het drukst met het gezin en het huishouden. Het percentage fulltime huisvrouwen was hoog. Enerzijds was er de geboortegolf, anderzijds was er nog krapte aan consumptiegoederen. Huisvrouwen moesten veel zelf maken. Het gasfornuis werd destijds aangeprezen als schoner dan het kolenfornuis, het gaf minder rotzooi en bespaarde zo tijd aan schoonmaken. Er waren nog veel oude en rotte huizen, dus vrouwen hadden veel tijd nodig om het huis schoon te houden. Hun mannen werkten gemiddeld 48 uur per week. Als de mannen iets wilden doen, was dat niet veel en ze vereisten veel verzorging. De komst van een apparaat betekende minder werkdruk. Ze konden meer aandacht aan de kinderen besteden. Er was nog geen sprake van dat huisvrouwen tijd over hadden om te macrameeën of iets dergelijks.”
Meer apparaten leiden ook tot meer activiteit, wat de tijdbesparing vermindert of teniet doet. Het economische gegeven dat kapitaalintensivering tot meer produktie leidt, gaat ook in het huishouden op. Tijdens: “Vijftig jaar geleden werd er veel minder gewassen dan nu. Door de komst van de wasmachine zijn onze normen veranderd. We willen nu elke dag schone kleren aan.” Met de wasdroger is hetzelfde aan de hand. Vrouwen die een wasdroger hebben, stellen hogere eisen aan de verzorging van hun kleding en besteden daarom meer tijd aan de was, of ze nu werken of niet.
Naast de wasdroger, heeft Tijdens de diepvriezer, de magnetron en de naaimachine in het onderzoek betrokken, apparaten die in hooguit driekwart van de huishoudens aanwezig zijn. Hoewel werkende vrouwen tussen de 25 en 45 jaar minder tijd besteden aan de zorg voor voeding en kleding, is geen van die apparaten daar verantwoordelijk voor. Andere factoren, zoals inkomen en opleidingsniveau blijken meer invloed te hebben op de tijdsbesteding.
Hetzelfde resultaat vond Tijdens voor de uitbesteding van huishoudelijke taken. De pizzalijn bellen of buitenshuis eten leidt er niet toe dat werkende vrouwen minder tijd besteden aan de zorg voor voeding. In de loop van deze eeuw zijn al zeer veel taken uitbesteed, zegt Tijdens. “Vooral op het gebied van koken is dat zo. Een pot jam of een brood kopen wordt nu niet meer gezien als uitbesteden. De norm is niet meer dat je zelf jam maakt of brood bakt.”
De enige duidelijke tijdwinst komt van de huishoudelijke hulp. Tijdens koppelt daar een voorspelling aan vast voor de werkgelegenheid van werksters. Als het aantal werkende vrouwen tussen 25 en 45 jaar met tienduizend toeneemt, ontstaat er vraag naar ruim duizend huishoudelijke hulpen, berekent Tijdens. Verondersteld is dat de hulpen gemiddeld acht uur per week werken.
Tijdens heeft niet de verwachting dat een nieuw apparaat nog een revolutie kan ontketenen in het huishouden. “De vooruitgang verwacht ik niet van de apparaten, wel van de chemische technologie. Er zullen hele effectieve en tegelijk milieubewuste schoonmaakmiddelen op de markt komen.”
Van fantaserende technologen is in de ogen van Tijdens tegenwoordig weinig meer te merken. “Ik kom geen onrealistische voorstellingen meer tegen. Er is ook weinig aandacht voor nieuwe snufjes in de media. Zo is de magnetron stilletjes door grote groepen Nederlanders aangeschaft.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.