De moderne stad pakte de vernieuwing van de straat groots aan. In een brief aan de bewoners spraken de ambtenaren van nieuw 'interieur'. Een lantaarnpaal heette tegenwoordig plotseling 'stadsmeubilair'. Aan het einde van het schrijven vroeg de deelraad de bewoners van de Amsterdamse Pijp mee te helpen de straat op te vrolijken. Met trots liet de raad weten dat er geld was uitgetrokken voor een heus 'geveltuinenbeleid'.
Daar wil een datsjabewoner wel van opveren. Een geveltuin in een bedompt straatje in de Pijp moet toch een uitdaging zijn. De laatste zin van de brief deed het hart nog sneller kloppen. De deelraad loofde een prijs uit voor de mooiste geveltuin.
Zodra de stratenmakers hun biezen hadden gepakt kon het werk beginnen. De buurman van tweehoog tegenover slaagde er ieder jaar weer in om op zijn balkonnetje metershoge zonnebloemen te laten groeien. Als het daar wil groeien, moest het beneden toch ook lukken. Er stonden zoveel planten in het tuintje van de datsja aan de Amstel waar wel een stukje van af kon.
Eerst werden er zakken aarde en compost aangesleept. Alles achter op de fiets. De vorig jaar gekapte coniferen werden in mootjes gehakt en rechtop in de fietstassen gezet. Al slingerend werd de brug van de Amstel gehaald. Maar het was de moeite waard. De buren stroomden toe en onder het nodige commentaar werden de boomstammetjes als een ware singel rond het miniatuur geveltuintje geslagen. Geen hond die nog een poot in de tuin durfde te zetten. Nu konden de margrieten, mottenkruid, eendagsbloem, lavendel, korenbloemen en de vaste anemonen worden afgestoken.
De buurt volgde de aanleg op de voet. De spade hoefde maar de grond in te gaan of ergens in de straat werd een gordijn opzij geschoven. Het zaaigoed stond al in bakken te wachten om te worden uitgezet. De salvia's, tabaksplanten, papavers en de Oostindische kers gingen als laatste de grond in.
Wat nog ontbrak was een mooie klimplant. Er groeide een overvloed aan rode en paarse bloemen, dus wilde ik een hagelwitte klimmer om de straat te imponeren. Ook die kwam er. Een vriend bracht een prachtige clematis mee. De plant werd uit zijn benauwde pot geklopt en op zijn nieuwe plek gezet. Als dat ging groeien, zo links en rechts langs de ramen omhoog en in een boog terug naar beneden tot over het hekje van boomstammen, dan moest het tuintje toch het pareltje van de straat worden. Zover is het niet gekomen. De clematis heeft een maand prachtig staan bloeien tot hij op een ochtend plotseling is verdwenen. Gestolen. In het holst van de nacht heeft een dief de plant eruit gerukt. Schande werd er van gesproken in de straat. Voor de buurman van de zonnebloemen was deze diefstal het bewijs dat de mensheid nooit meer zou deugen.
Het plezier in het geveltuintje is danig bekoeld. De wedstrijd hoeft niet meer. Nog even overwoog ik een nieuwe clematis te kopen en aan de voet van de plant een rattenklem te plaatsen. Een bordje aan het raam, 'jatten op eigen risico, eerste hulp OLVG Oosterparkstraat', leek de beste waarschuwing. Maar dat zou toch iets te gewelddadig worden. Teleurgesteld keerde ik terug naar mijn datsja aan de Amstel.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.