*

 
dossier

Archief

Dan hebben we het mix-dubbelen toch nog

MART SMEETS − 24/01/98, 00:00

De eerst actie 's ochtends? Nog voor de morgenplas knip ik Teletekst aan en kijk naar en beleef de Australian Open. Prachtig toch. . . in de uren dat ik heb liggen slapen zijn alle Nederlandse snaar-artiesten daar in down-under al weer weggemept uit de singles. Zoals zo vaak, denk ik en zucht.

Dan zap ik snel naar de NBA-uitslagen en...wow, op vrijdagochtend kom ik een beetje aangebrande waterpolocoach tegen bij Dieuwertje Blok. Zij èn sport, dat is verheugend, hoewel? Die coach is een zo te zien nette meneer die roep dat de NOS bij het minste en geringste oprispinkje van Louis van Gaal een verslaggever naar Barcelona stuurt en dat die arme zwem- en polomeiden en jongens in Perth het met een Belg moesten doen. Welk een leed denk ik, probeer de man gelijk te geven, maar bedenk dat het hier waterpolo betreft. Dat weet hij ook, maar zijn visie zal altijd anders en gekleurd zijn. Beperkter wellicht, maar zeker zodanig dat hij nooit de 'ins and outs' weet. Een tipje van de sluier omhoog voor deze man: onze journalist woont in Barcelona en over reis-, verblijf- en lijnkosten zal ik verder niets zeggen.

Terug naar tennis, een wereldsport, waar 'we van de NOS' overigens ook niet bij aanwezig zijn, maar dat terzijde. Niets is dus lekkerder (nou ja..?) dan met slaap in de ogen de uitslag van de partij tussen Reneberg en Squillari te kunnen zien. Buiten trekken rookpluimen langs, de buren stoken flink op deze frisse januari-ochtend en heel ver weg, in Melbourne, smeren speelsters en spelers lagen zonnebrandcrème op hun gezicht om tegen de soms inbrandende zon enigszins gewapend te zijn.

Ik vind het fenomenaal zo'n toernooidag in zijn geheel voor mijn onbeschermde neus te krijgen. Barabansikova verslaat Nejedly met 6-2 en 6-4. “Ken jij die twee?” vraag ik aan mijn partner die voor de ochtendthee zorgt. Ze roept 'neen' en wil vervolgens weten wat de onzen gedaan hebben. “Jantje een vijfsetter?” vraagt ze ten bewijze van een behoorlijke mate van kennis in de sportwereld. “Verloren”, roep ik terug. “Van die Fransman?” klinkt het vragend en ook weer cynisch uit de keuken terug. Ik knik.

“Hoe heet-ie ook alweer?” vraagt ze. Ik kijk naar Teletekst en spreek uit: 'Golmard'. En nog eens 'Gol-mard' en zeg erbij: “Ik geloof dat hij nummer 101 op de wereldranglijst staat.” Als antwoord krijg ik de vraag of Golmard links- of rechtshandig is. Daar heeft ze me en al zo vroeg. Ik denk na, heb ik hem ooit gezien, ooit iets over hem gelezen? Ik denk het wel.

“Linkshandig”, zeg ik, terwijl ze de bruine boterhammen met kaas neerzet. “Dan moet het een hele leuke wedstrijd geweest zijn”, zegt ze en nestelt zich op de bank zodanig dat ze alle uitslagen goed kan lezen.

“Nu maar het vrouwentoernooi”, hoor ik even later dwingend. “Raad maar”, zeg ik, want dat doen we ook bijna iedere ochtend. “La Schultz zal wel iets zieligs hebben gehad”, krijg ik als prelude op de verpletterende uitslag Nagyova (Slowakije)-Schultz (Ned) 6-1, 6-4. 'Watttt?' roep ik perplex uit. “Wie is dan wel mevrouw Nagyova?”

“Dat doet er niets toe, iedereen had van Brenda gewonnen, je weet toch dat ze zich niet prettig voelt in Melbourne en dat ze van alles heeft.” Ik knik. Stom, inderdaad, ik wist het. “En Kristie?” Ik zeg het ergste te vrezen, maar het beste is hopen. Boogert behoort bij mijn favorieten. Ooit in Melbourne maakten we een heel leuk NOS-filmpje over haar: four seasons in one day, zoiets dus. Nog altijd ben ik een beetje onder de indruk van haar, maar daar staat de koude douche: Basuki (Indon) - Boogert (Ned) 5-7, 6-4 en 6-3.

'Bingo', roep ik, “maak plaats voor Manon Bollegraaf...die speelt in de laatste week nog als enige van de oranje kinderen. Zoals bijna altijd...”

“Vergeet Eltingh niet”, krijg ik als antwoord. Ik knik. Weer een foutje. Eltingh is er ook nog en dus hopen we nu maar op hem. Samen met Björkman, die vierkant-gekinde Zweed in het doubles-toernooi. Een mens moet toch ergens nog in willen geloven....

“Gelukkig begint het mixed-dubbelen ook snel”, roept mijn buurvrouw met iets van prachtig onderkoeld cynisme, “dan hebben we toch óók nog wel iemand.”

“Bollegraf dus”, zeg ik.

Er valt verder een mooie ochtendstilte en ik denk na over waterpolo en snikkende meiden.

mailIcon print |