Van een onzer verslaggevers DEN HAAG - Vissen op schelpdieren kan goed samengaan met de natuurwaarden van Waddenzee en Oosterschelde, mits de mossel- en kokkelvissers zich houden aan een aantal beperkingen, vooral in jaren met weinig kokkels en mosselen. Deze beperkingen hebben de afgelopen jaren geleid tot een sterke vermindering van de negatieve effecten van de schelpdiervisserij op de natuur.
Dit staat in een evaluatie van het Produktschap Vis over het nieuwe schelpdierbeleid, dat sinds 1994 in de kustwateren wordt gevoerd. Aanleiding voor het nieuwe beleid was de overbevissing van mosselen en kokkels, die leidde tot voedselgebrek en massale sterfte van vogels als eidereenden en scholeksters. Sinds 1994 is daarom in de Waddenzee ruim een kwart en in de Oosterschelde 15 procent van de droogvallende platen voor de visserij gesloten.
Het heeft wel eens gespannen tussen schelpdiervisserij en de natuur, zei ir. D. Luteijn van de organisatie van kokkelvissers gisteren in Den Haag bij de presentatie van het rapport 'Vissers en de natuur'. “Maar we zijn op de goede weg. Het beleid van verweving van visserij en natuur heeft duidelijk vruchten afgeworpen.”
Volgens het evaluatierapport hebben de maatregelen er toe geleid dat de invloed van de schelpdiervisserij op het voedselaanbod voor vogels in jaren met weinig schelpdieren is beperkt. Zo is in 1996 en 1997 door strenge winters en het uitblijven van broedval sprake geweest van een schaarste aan schelpdieren; de kokkelvisserij op de wadplaten is toen volledig gesloten geweest. Niet de visserij, maar natuurlijke factoren hebben de grootste invloed op het aanbod van voedsel voor vogels, aldus het rapport.
Daarnaast heeft de schelpdiervisserij geen effect gehad op de ontwikkeling van natuurwaarden als mosselbanken en zeegras. De achteruitgang van de geschiktheid van de Nederlandse Waddenzee voor zeegras is toe te schrijven aan de aanleg van waterstaatswerken. Ook de bodemdaling door aardgaswinning kan in de toekomst mogelijk een negatief effect op zeegras hebben, aldus de kokkel- en mosselvissers.
De beperkingen hebben economische gevolgen voor de visserij. Het Landbouw-Economisch Instituut (LEI) heeft berekend dat de sector de afgelopen vier jaar ongeveer 72 miljoen gulden is misgelopen door minder kokkels en mosselen in de Waddenzee en de Oosterschelde te vangen. Op langere termijn schat het LEI het verlies aan netto toegevoegde waarde op circa 17 tot 32 miljoen gulden per jaar.
Volgens ir. Luteijn is de sector er echter van overtuigd dat duurzaamheid van groot belang is voor de continuïteit. Een beleid met zelfbeperkingen wordt door de vissers geaccepteerd omdat dat de beste garantie is voor het voortbestaan van de sector. Minister Van Aartsen (visserij), die binnenkort zelf met een evaluatie komt, wordt dan ook gevraagd het beleid de komende vijf jaar voort te zetten.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.