*

 
dossier

Archief

Zwarte dag voor Hebron

INA FRIEDMAN − 02/01/97, 00:00

HEBRON - Nieuwjaarsdag is nooit een feestdag in Hebron, waar de Palestijnen zich houden aan de islamitische kalender.

Toch had het gisteren een feestdag kunnen worden, omdat de ondertekening van het Palestijns-Israëlische akkoord over Hebron werd verwacht. Maar het werd een zwarte dag, toen een Israëlische soldaat plotseling het vuur opende op de Palestijnse groentemarkt, pal buiten de joodse enclave. Zeven Palestijnen raakten gewond, drie ernstig.

Zodra de eerste schoten weerklinken, stuiven Palestijnen en joden in paniek alle kanten op om dekking te zoeken, terwijl journalisten en soldaten zich naar de plek des onheils spoeden. De schutter, de 19-jarige dienstplichtige Noam Friedman, wordt snel overmeesterd door een andere Israëlische soldaat.

Maar de verwarring duurt nog lang voort. Boven het lawaai uit van ambulancesirenes, toeterende auto's en woedende uitroepen in Hebreeuws en Arabisch, probeert een geïmproviseerde macht van soldaten, grenspolitie en politie in burger iets van de orde te herstellen. Vanaf jeeps roepen zij met megafoons dat een uitgaansverbod is afgekondigd. Maar dat heeft weinig resultaat. De Palestijnse bevolking is allerminst in volgzame stemming.

De Palestijnse winkelier Achmad Nasser, die ons onderdak biedt in zijn nering, is ervan overtuigd dat de schietpartij een opzettelijke poging is om het vredesproces te ondermijnen. “Die lui moeten allemaal Hebron uit”, zegt hij, wijzend op de patrouilles buiten. “Wij zullen nooit veilig zijn zo lang zij hier rondlopen met hun geweren. Het zijn racisten, het is hier net Zuid-Afrika. De joden schieten, en dan kondigen ze voor òns een uitgaansverbod af en richten ze hun geweren in ons gezicht.”

Aan de andere kant van het plein verschaft een Israëlische soldaat eerste hulp aan een Palestijn. “Wat er gebeurd is?”, snuift een woedende man op onze vraag. De tranen staan hem in de ogen. “Die hond van een Jasser Arafat heeft Palestina en Hebron uitverkocht. De bewoners van Hebron zijn moslims. We willen geen joden hier. Geen kolonisten, geen vreedzame joden: geen joden, punt.”

Een tweede man mengt zich in het gesprek: “Morgen krijgt die man die nu op ons geschoten heeft een visum voor de Verenigde Staten, en vertellen ze ons dat hij in de cel zit. De 120 000 Arabieren in Hebron leven in angst voor de 400 joden - niet andersom, want zij hebben de wapens en wij mogen ons niet verdedigen.”

Een minuut lang ontspint zich nu een discussie tussen de twee, over 'goede joden' en 'slechte joden'. “Omdat u hier niet woont, hebt u geen idee hoe verschrikkelijk het hier voor ons is, dag in dag uit”, sust een derde man. “Maar zelfs al bent u een jood, u bent welkom in mijn huis, want u bent vreedzaam. Maar die kolonisten met hun geweren moeten hier weg.”

“Wat vertel je haar nu?”, komt een vierde tussenbeide. “Ik zal u de waarheid vertellen, en ik schaam mij niet om het u te zeggen: dit is een oorlog tussen de moslims en de ketters. Wat we moeten doen is de joden afmaken, allemaal. Dan pas hebben we vrede hier.” - Vervolg op pagina 5

'De les? Moge God Hebron genadig zijn' VERVOLG VAN PAGINA 1

Dan komt een groep soldaten op ons af. “Uitgaansverbod!”, schreeuwen ze. De Palestijnen gaan schielijk naar hun huizen.

Wij gaan naar de joodse wijk, waar rabbijn Benni Elon, parlementariër voor de extreem-rechtse Moledet-partij, vandaag nog een manifestatie hield in het kader van een 'solidariteitsbezoek' aan de kolonisten. Zijn actie op deze buitengewoon gevoelige dag was net afgelopen toen het schieten begon. “Maar ik ben er zeker van dat onze actie geen verband houdt met het schieten”, zegt hij. “Deze plek is een kruitvat, en het minste of geringste kan een explosie veroorzaken. Dat zeggen we al maanden, en nu kunt u het met eigen ogen zien.”

Een paar meter verderop staan enkele vrouwen met hun babies in de ochtendzon, schijnbaar onberoerd door het geweld van zo-even. “We praten niet met journalisten”, zegt een van hen ferm als we ze benaderen. “Dat mogen we niet, zonder toestemming van onze officiële woordvoerder. Praat met Orit Struk, daar verderop”, wijst ze. Maar ook Struk weigert. “Niet vandaag. We hebben zojuist een afschuwelijke ervaring achter de rug”, legt de woordvoerster uit.

Uiteindelijk vinden we David Wilder, voormalig Amerikaan, en ook een woordvoerder van de kolonisten. Hij sjouwt rond met een camera, “zodat ik de beelden onmiddellijk op Internet kan zetten”, legt hij uit. Wilder leidt net een jonge New Yorkse politicus, Jules Polonetsky rond. “Zie je deze ruïnes?” vraagt hij wijzend op enkele verlaten panden aan de rand van de kasbah. “Ze liggen pal achter ons huis. De Palestijnen zijn bezig ze op te knappen, zodat ze er mensen in kunnen zetten. We hebben gehoord dat er zeshonderd voormalige terroristen intrekken, en premier Netanjahoe doet er niets aan. En dat is nog maar één probleem. De regering gaat de Sjehoeda-straat, de enige straat in Hebron waar joden veilig kunnen rijden, openen voor Palestijns verkeer - al waarschuwt ook het leger daartegen.”

Ergens wordt heel hard het deksel van een vuilnisbak dichtgeslagen. Iedereen krimpt instinctief in elkaar bij het horen van de klap. “Ziet u nu hoe het leven hier is?”, betoogt Wilder. “We leven allemaal op de toppen van onze zenuwen. U zag de chaos vandaag nadat die man - die niet van hier kwam - aan het schieten sloeg. Als Arafat en de zijnen het grootste deel van de stad overnemen zijn we zuur. Duizenden opgewonden Palestijnen kunnen deze wijk in enkele minuten binnenvallen en ons overweldigen. Er is maar één oplossing: stop met de terugtrekking van onze soldaten, en hou het Israëlische leger als de enige militaire autoriteit in de stad.”

Korte tijd daarna stroomt Hebron vol met vips, vertegenwoordigers van de beide gemeenschappen die elkaar liefst vandaag nog zien vertrekken. Jebril Radjoeb, hoofd van de Palestijnse veiligheidspolitie, arriveert op Israëlisch verzoek, “om de Palestijnse emoties in de stad te bedaren”. De stafchef van het Israëlische leger, Amnon Sjahak, en minister van defensie Jitschak Mordechai komen praten met de joodse kolonisten.

Ze houden de journalisten bezig. Maar geen van hen kan ook maar iets zeggen om de angsten weg te nemen of de woede te bedwingen die de bevolking van Hebron in hun grip houden. “De les van vandaag is simpel”, zegt de winkelier Achmed Nasser. “Moge God Hebron genadig zijn. Want de mensen die hier wonen kennen geen genade.”

mailIcon print |