en waar zijn de Chinese vrouwen op het forum in Huairou? De jonge generatie, voor wie het meer is dan een uitje, laat verlegen van zich horen tijdens de Workshops. In het nieuwe markgerichte China kunnen ze zich beter verhuren als decoratieve 'bloemenvaas' dan arts zijn in een ziekenhuis.
Ze is gekleed in een wit bloesje en een grijze broek en als ze lacht verschijnt er een rij bruine tanden. In haar dorp, een paar uur rijden van Peking, is ze leidster van de vrouwenbrigade en dus verantwoordelijk voor de vrouwen die in de velden werken. Ze zit in haar kale huisje, samen met haar vriendin, die toezicht houdt op de uitvoering van de één-kinds-politiek in het dorp en daarmee de enige vrouw is die zitting heeft in het dorpscomité.
De brigadeleidster kwam in haar jeugd naar het dorp, omdat ze was uitgehuwelijkt aan een van de mannen. “Dat was toen eenmaal zo, je had niets te kiezen”, lacht ze. Op de vraag of het leven van haar drie dochters er anders uitziet dan het hare, antwoordt ze, alweer vol overtuiging: “Nee, hoor precies hetzelfde. Zij zijn ook gelijk aan de mannen.” Dat laatste antwoord is niet helemaal tot tevredenheid van de toehorende dorpsleiders, die meteen beginnen uit te leggen dat de dochters door de economische hervormingen van de afgelopen vijftien jaar, veel, meer en beter te eten hebben en grotere welvaart kennen.
Maar wat betreft de man-vrouw-verhoudingen, hoeft er weinig te gebeuren. “De mannen hebben de macht buiten het huis, de vrouwen in het huis”, aldus de brigadeleidster. En het dorpshoofd legt uit: “Voor de revolutie hadden de vrouwen geen enkele macht. Ze hadden gebonden voeten, mochten niet het huis uit en werden geacht zoveel mogelijk zonen te baren. Wat dat betreft is er al heel snel, heel veel veranderd in China.”
De jonge generatie vrouwen in China, die de afgelopen twee weken verlegen van zich liet horen tijdens workshops op het forum van de vrouwenconferentie in Huairou, denkt er echter heel anders over. Zij werden niet door de communisten omgeschoold van huisslaaf tot brigadeleidster, maar moeten zich zien te redden in het moderne China van de economische hervormingen. Dat betekent dat de voorzieningen waar ze, als arbeidster of werkneemster van een werkeenheid, tot voor kort recht op hadden, op losse schroeven staan. Het betekent ook dat ze tegenwoordig steeds harder moeten concurreren met mannen op de vrije arbeidsmarkt.
En de jonge vrouwen, die hun haren niet meer recht en kort afknippen en jurken dragen in plaats van mao-pakken, moeten er tegenwoordig nog leuk bij lopen ook. Het was na de culturele revolutie een bevrijding voor de Chinese vrouwen dat ze zich weer als vrouw konden kleden en gedragen. Vijftien jaar later is mooi zijn en vrouwelijk gedrag echter weer een verplichting geworden. “Als je vroeger supervrouw wilde zijn, hoefde je alleen maar je best te doen op het werk. Tegenwoordig moet je een goede carrière hebben die veel geld opbrengt, een goede moeder van het ene kind zijn die ervoor zorgt dat het kind goede resultaten op school haalt. Je moet voor je man zorgen en daarbij moet je dan ook nog uitkijken dat je er aantrekkelijk uit blijft zien, anders neemt hij er een vriendin bij”, zo klaagt een jonge Chinese vrouw. “Dus geven de meeste vrouwen de moed op, laten het werk zitten en concentreren zich op het huishouden en hun man.”
Op de vraag wat de vrouwengroepen in China, zoals de particuliere All-China-Women's Federation, tegen dit soort problemen doet, zegt de jonge vrouw heftig: “De vrouwenorganisaties worden beheerst door de oude generatie. Die vrouwen hebben nog ideeën van de culturele revolutie. Ze hebben geen idee wat voor problemen wij hebben.”
De uitspraken van de jonge Chinese doen denken aan de mening van de schrijfster van het boek 'Wilde Zwanen', Jung Chang. Zij verklaarde vorig jaar tijdens een bezoek aan Peking dat, nu het leven van vrouwen in China niet meer werd beheerst door communistische instellingen en de vrouwen voor zichzelf moeten leren opkomen omdat de staat het niet langer doet, het tijd wordt voor een feministische revolutie in dit land.
Feminisme is vooralsnog ver te zoeken in China. Alhoewel je in het universiteitsdistrict van Peking regelmatig tengere meisjes met hoge stemmetjes tegenkomt die dan een doctoraal in, voor ons gevoel, typische mannenvakken als scheikunde en natuurkunde hebben gehaald. In de ziekenhuizen werken massa's vrouwelijke doktoren, gynaecologen en chirurgen. In de fabrieken werken de vrouwen, net als mannen, in de zware industrie en op het platteland nemen ze steeds meer de verantwoordelijkheid voor de akkerbouw op zich. Maar er zijn maar weinig van die vrouwen die nadenken over hun rol in de maatschappij en hun rechten ter discussie stellen.
In plaats van een unieke kans om in aanraking te komen met het westers feminisme, was de conferentie in Huairou voor de meeste Chinese deelnemers dan ook vooral een leuk uitje. Voor de gelegenheid waren verschillende vrouwen van etnische minderheden naar de hoofdstad gehaald zodat ze de gebruikelijke taak van minderheid in China konden uitvoeren, namelijk het showen van klederdrachten en het maken van dansjes.
Andere deelneemsters waren van de vrouwenfederaties. Zij gedroegen zich vooral als toeristen, maakten overal foto's van elkaar, gaapten naar al die buitenlanders die liepen te demonstreren en kwamen nieuwsgierig in de deur staan bij de workshops over lesbische vrouwen. Praten met de buitenlandse vrouwen konden ze praktisch niet, want ook al lopen er in Huairou succesvolle academisch gevormde vrouwen rond, ze spreken alleen Chinees. Dus bezoeken ze vooral de workshops van de Chinese vrouwenfederatie, waar wordt verteld wat voor geweldige wetten de regering de afgelopen jaren heeft aangenomen om de vrouwen in China te beschermen.
Bovendien vertelde men graag hoe de Han-Chinezen achterlijke minderheden (waaronder bij voorbeeld Tibetanen) leerden dat ze hun meisjes naar school moesten sturen. Voor de rest van de vrouwen in China, zelfs die in Huairou wonen, is de conferentie verboden gebied. Het is praktisch onmogelijk zonder officiële toegangspas door de beveiliging heen te komen.
Niettemin zijn er ook lichtpuntjes. Tussen alle toeristen in vind je een paar jonge vrouwen die wel aan het nadenken zijn. Zij geven harde cijfers over het aantal ondervoede en analfabete vrouwen en meisjes op het Chinese platteland. Ze vertellen dat er sinds kort een woord is in het Chinees voor ongewenste intimiteiten en dat daar nu onderzoek naar wordt gedaan. Probleem bij het onderzoek is wel dat de meeste Chinezen bij de nieuwe term meteen aan aanranding en verkrachting denken en de mildere vormen van seksueel geweld als onschuldig beschouwen. En de vrouwen vertellen dat er langzaam autonome, onafhankelijke vrouwengroepen zijn in China. Ze worden meestal georganiseerd door beroemde en succesvolle vrouwen.
Terwijl Hillary Clinton zich uitspreekt voor het recht van de Chinese vrouw om haar eigen familie te plannen, blijken de Chinezen zich over dat probleem helemaal niet druk te maken. “Het is toch alleen maar goed dat vrouwen niet zoveel kinderen meer krijgen”, vertelt een van de weinige Engels sprekende intellectuelen tegen verbaasde westerlingen. De Chinese vrouwen voeren veel liever heftige discussie over de vraag of de economische hervormingen van de afgelopen vijftien jaar nu een goede of een slechte invloed hadden op hun situatie. In eerste instantie praten de vrouwen dan over nieuwe kansen. “Mijn moeder kon niet eens lezen en schrijven, dat heeft ze pas geleerd na de 'bevrijding' (machtsovername van de communistische partij). Uiteindelijk is ze manager van een bedrijf geworden”, zo vertelt iemand trots. “Maar ook de hervormingen hebben veel voor ons gedaan. Twintig jaar geleden was het Culturele Revolutie. Toen werkte ik op het platteland. Pas met de hervormingen kreeg ik de kans naar de universiteit te gaan. We hebben tegenwoordig veel meer mogelijkheden, we kunnen al het werk doen wat we willen.”
Een ander ziet de hervormingen op het platteland, waar de communes werden afgeschaft en grote groepen mannen de dorpen verlaten op zoek naar werk in de stad, als positief voor vrouwen. “De vrouwen daar zijn nu baas over het huis en ze bewerken het land. Ze zijn gedwongen na te denken over manieren om de produktiviteit te verhogen. Sommigen weten hun stuk land zo te gebruiken dat ze rijk worden. Of ze beginnen plaatselijke eigen bedrijfjes die zo goed lopen dat ze miljonair worden. De mannen daarentegen trekken naar de stad om vooral zwaar en slecht betaald werk te doen, waarbij ze weinig kans hebben om ooit hogerop te komen. De jonge boerenmeisjes die niet achterblijven, maar ook naar de stad trekken hebben veel meer kans zich daar te kunnen vestigen. Ze kunnen trouwen met een stedeling en een betere baan vinden.”
Maar behalve voor nieuwe kansen, zorgen de economische hervormingen op veel punten duidelijk ook voor een achteruitgang. Westerlingen die samen met Chinese instellingen serieus onderzoek hebben gedaan naar de situatie van de Chinese vrouw in de afgelopen vijftien jaar, komen tot veel negatievere conclusies. Zo maken maar weinig vrouwen gebruik van de economische hervormingen om een eigen bedrijf te stichten.
Meestal kiest een echtpaar voor 'één gezin, twee systemen', de vrouw houdt haar oude, slecht betaalde en uitzichtloze baan in een staatsinstelling, waardoor het gezin recht houdt op sociale voorzieningen en het huis. De man geeft zijn baan op om een eigen bedrijf te beginnen. Er ontstaat al snel een enorm verschil in inkomen, waardoor de positie van de vrouw in het huishouden wordt verzwakt. Vooral omdat in het huidige China positie en opleiding lang niet zo belangrijk meer zijn als een hoog salaris. De vrouw die manager is in een staatsbedrijf, voelt zich minder belangrijk dan haar man die op straat ijsjes verkoopt omdat deze laatste daar veel meer geld mee verdient.
De staatswerkeenheden waar de vrouwen werken staan echter ook onder druk om winst te maken. Het gevolg hiervan is dat als er mensen ontslagen moeten worden, het vooral vrouwen zijn die buiten worden gezet omdat de rechten op zwangerschapsverlof als lastig en niet efficiënt worden gezien. In de privé-sector zijn er weliswaar veel banen beschikbaar, maar vooral voor jonge ongetrouwde meisjes. De banen zijn vooral beschikbaar in typische vrouwensectoren als textiel.
De arbeidsomstandigheden zijn bovendien slecht. In het zuiden van China, waar duizenden meisjes lange dagen werken in joint-ventures die vooral zijn gesticht door Taiwanezen en Hongkongers, gebeuren regelmatig grote ongelukken. Bovendien worden de vrouwen, op het moment dat ze een kind krijgen, buiten gezet. Datzelfde geldt voor degenen die een baan vinden in wat men in China het nieuwe beroep 'bloemenvaas' noemt: jonge vrouwen die worden aangenomen ter decoratie. Ze staan naast de ingang van hotels en restaurants vriendelijk tegen binnenkomers te lachen. Weliswaar kunnen ze hier enige jaren lang een goed inkomen mee verdienen, maar als ze zwanger raken of te oud worden, houdt het dienstverband op.
Niet alleen de vrouwenorganisaties, ook de officiële Chinese vakbonden doen weinig voor de nieuwe legioenen arbeidsters wier rechten overal met voeten worden getreden. “We hebben gepraat met het vrouwencomité van de vakbond, en het was echt deprimerend”, zo vertelt een westerse onderzoekster. “Ze hadden de instelling dat China eerst zijn hervormingen door moet voeren en zich moet ontwikkelen en dat emancipatieproblemen daarna kunnen worden opgelost. Ik vind dat zo'n typerende instelling; bij iedere revolutie komt men met de verklaring dat er eerst dit of dat moet gebeuren en de vrouwen komen op de laatste plaats.”
Behalve het feit dat de werkomstandigheden er niet beter op worden, begint de rol van de vrouw in de maatschappij er ook steeds complexer uit te zien.
De nieuwe economische en morele vrijheid die in China heerst, en de verhoogde levensstandaard, gaan gepaard met de terugkeer van oude gebruiken, zoals het houden van meerdere vrouwen. Rijke mannen vinden het tegenwoordig een statussymbool er behalve een vrouw ook een concubine op na te houden.
In Peking werd enige jaren geleden een hotline voor vrouwen opgericht. In plaats van klachten over seksueel geweld krijgen de organisatoren vooral huilende getrouwde vrouwen vanwie de man een vriendin heeft genomen aan de lijn. De vrouwen willen vooral weten wat ze kunnen doen om de man tevreden te stellen.
Nog verontrustender is de terugkeer van het oude gebruik om vrouwen te verhandelen. Duizenden van de meisjes die naar de stad trekken op zoek naar werk eindigen als bruid van een arme boer. Ronselaars beloven de meisjes een goed betaalde baan in een andere streek. Daar aangekomen worden ze verkocht. Voor de boeren is het vaak goedkoper een bruid te kopen dan er zelf een te zoeken. Voor een officiële bruid wordt men geacht een groot en duur trouwfeest te organiseren.
Niet alleen zijn gekochte bruiden goedkoper, het wordt voor boeren steeds moeilijker een vrouw te vinden. Het enorme tekort aan vrouwen begint voelbaar te worden. De een-kinds-politiek in China was weliswaar een groot succes wat betreft het terugdringen van de bevolkingsgroei, het had enorme consequenties voor de verhoudingen van jongens en meisjes. Doordat ongewilde meisjes vaak bij de geboorte werden gedood of na een test vroegtijdig worden geaborteerd is er nu een enorm vrouwentekort. In het jaar tweeduizend zullen jaarlijks miljoenen mannen die de wettelijke huwbare leeftijd van 23 bereiken, geen vrouw kunnen vinden.
De motivatie van vrouwen om een opleiding te volgen, wordt door al deze ontwikkelingen er niet beter op. In de stad gaan steeds meer vrouwen liever op zoek naar een rijke man. Op het platteland gaan de vrouwen eerder van school omdat ze op steeds jongere leeftijd een baan kunnen vinden.
Zo ook de jonge Chinese vrouw die op het forum van de conferentie in Huairou tafelkleedjes verkoopt. Na een regenachtige dag en veel gebanjer door de modder op de conferentie zitten we vermoeid in de bus die ons weer mee naar Peking voert. Naast haar zit een oudere intellectueel, die werkt voor het onderzoeksinstituut voor vrouwenzaken in Peking.
De twee vrouwen wisselen elkaars levensomstandigheden uit. De kleedjesverkoper, die jaren geleden van een omliggende dorp naar Peking trok, vertelt trots nu tweeduizend yuan per maand te verdienen. Dat is tien maal zo veel, zo ontdekt ze, als de onderzoekster, die vocht voor een plaats op de universiteit en een baan in een staatsinstelling. Na verteld te hebben over hun leven, willen de twee vrouwen alles weten over het salaris van mijn werkster. Die blijkt ook al het dubbele te verdienen van de onderzoekster. “Volgend jaar ga ik met pensioen”, zegt deze op het laatst peinzend. “Kan ik dan niet bij je komen schoonmaken?”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.