*

 
dossier

Archief

Walter Etty is weer eens gewoon boos

FRANS DIJKSTRA − 27/08/98, 00:00

Plotseling was hij er weer: Walter Etty, de actievoerder. De studentenactivist van de jaren zeventig is na een lange mars door overheidsorganen, besturen en directiekamers weer eens gewoon boos. CNN mag niet van de Amsterdamse kabel en dus voert Walter Etty weer actie.

De slimme gifkikker die als twintiger met zijn politieke maten op een PvdA-congres 120 amendementen overgenomen wist te krijgen, de zwijgende 'regent in een trui' die het Amsterdamse stadsbestuur op z'n kop zette en vervolgens werd verdacht van ongezond grote machtshonger, de wendbare adviseur en interim-manager die her en der in het land organisaties op de ontleedtafel legt, die Walter Etty is op z'n 49ste wat kalmer en dikker geworden. “Ook verdraagzamer”, vindt hij zelf.

Het bericht dat de Amerikaanse nieuwsgrossier CNN van de tv-kabel zou verdwijnen, riep bij hem oude instincten wakker. In een paar uur tijd had hij een actie in elkaar gezet, met een telefoonlijn van de Consumentenbond voor protesterende kijkers en de dreiging van een kort geding als stok achter de deur. “Mijn zoontje had me wakker geschud, toen de muziekzender MTV op zwart ging in Amsterdam. Hij was woedend. Hij wilde een schotel op het dak. Jaja, dacht ik, wie gaat dat betalen? Daar bleef het bij. Toen CNN ook aankondigde te verdwijnen, zag ik het patroon. Er zou steeds meer gaan verdwijnen. Terwijl er steeds meer mogelijk is.”

Als vanouds riep zijn actie ook meteen wantrouwen op bij de spraakmakende kringen in Amsterdam. Als Etty zoiets doet, dan moet daar iets achter zitten. Ja, hij wil voorzitter worden van de Consumentenbond. Was hij trouwens zelf als wethouder niet verantwoordelijk geweest voor de verkoop van het gemeentelijk kabelnet aan die vermaledijde Amerikanen? Etty maakt korte metten met de praatjes.

Ja, hij wil voorzitter worden van de Consumentenbond, maar aangezien hij de enige kandidaat is, hoeft hij heus geen actie meer te voeren. Nee, hij was niet verantwoordelijk voor de verkoop van de kabel, dat was zijn opvolger Frank de Grave van de VVD die nu minister is.

Hij kan het niet laten nog even in de aanval te gaan. “Dat gemopper van Amsterdamse intellectuelen in de cafés, dat staat me tegen in deze stad. Het is een schande, zeggen ze. Maar ze doen niets. Mijn instelling is: zoek naar een oplossing. Die mentaliteit zie ik te weinig in Amsterdam.”

Walter Etty weet dat zijn persoon weerstand oproept. “Mensen zoeken er bij mij vaak iets achter. Ik wek de indruk dat ik allerlei strategieën in m'n achterhoofd heb. Daar ben ik wel blij mee, want ik maak graag een weloverwogen indruk. Maar ik heb eigenlijk nauwelijks strategieën. Ik werk op het moment. Ik doorzie situaties snel. En dan formuleer ik een opvatting en luister wat er teruggezegd wordt. Je hebt mensen die eindeloos met iedereen moeten telefoneren om tot een standpunt te komen. Acht uur lang delibereren om tien minuten te vlammen. Bij mij is het omgekeerd: ik bereid me tien minuten voor en vlam dan acht uur lang.”

De CNN-actie was ook in een flits geboren. Is zijn optreden een voorproefje van wat hij met de Consumentenbond gaat doen? Gaat hij met die wat bedaagde organisatie de barricaden op? “Ik niet. Het bestuur blijft op de achtergrond. Er zijn wel al veranderingen op gang gekomen bij de bond. Je ziet het accent verschuiven van consumentenbescherming naar de soevereiniteit van de consument. Zijn recht om te kiezen is in het geding. Dat zie je nu ook in de kwestie met de kabel. Keuze en kwaliteit, daar gaat het om. De Consumentenbond is allang niet meer een club die naar de laagste prijzen zoekt. Andere aspecten wegen mee. De manier waarop iets is geproduceerd, de milieuschade, of er kinderarbeid aan te pas is gekomen, dat weegt bij de consument ook mee als kwaliteit.”

Begin dit jaar werd hij benaderd om voorzitter te worden. Sindsdien zijn er reeksen van gesprekken geweest op allerlei niveaus in de organisatie. “Het is me opgevallen hoe zorgvuldig dat bij de Consumentenbond gebeurt. Vergelijk dat eens met hoe een kabinet wordt samengesteld. Binnen een paar uur moeten kandidaten ja of nee zeggen. Dan krijg je van die gekke situaties als die van Klaas de Vries (minister van sociale zaken) die ja moet zeggen op een passage in het regeerakkoord die hij steeds heeft bestreden. Dat zou ik nooit hebben gedaan.”

Als penningmeester van de PvdA (een van zijn onbetaalde bestuursfuncties) hoorde hij hoe Kok en Melkert hun personeelsbeleid uitvoerden. “Die lijstjes met namen, waarover de kranten schrijven, die lijstjes bestáán niet eens. Er wordt alleen maar gepraat over namen. En het moet allemaal heel snel. Dat is toch wel gek met zulke belangrijke functies.”

Natuurlijk denkt hij weer in oplossingen. “Waarom zou je niet een halfjaar voor de kabinetsformatie 75 mensen kunnen polsen voor de 30 of 35 functies die te verdelen zijn. Je kunt die mensen dan ook gebruiken als achterwacht bij de onderhandelingen over het regeerakkoord. Want uit die groep kies je uiteindelijk de ministers en staatssecretarissen die het moeten uitvoeren.”

Toen hij in 1978, op zijn 28ste, in de Amsterdamse gemeenteraad kwam, had hij een veel zwaardere selectie doorlopen dan de ministers van nu. “Er was toen een hoop ruzie in de PvdA. Ik was een heel omstreden kandidaat. Ik had een duidelijke keuze gemaakt voor stadsvernieuwing. Ik wilde een compacte stad en de zittende PvdA-wethouders zoals Han Lammers waren juist de mensen van de overloop naar Lelystad en Almere.”

Hoe controversieel de jonge Etty ook was, binnen twee jaar was hij wethouder. Van financiën nog wel, een spin in het web.

Met financiën had hij zich nooit bezig gehouden. “Ik was zeer onervaren. Maar ik heb het grote geluk gehad dat er een heel goeie club ambtenaren zat. Er was op financiën een heel precieze afbakening van wat des ambtenaars is en wat de wethouder doet. Op m'n eerste dag kreeg ik een goede les. Binnen de partij was ik gewend meteen te roepen: 'Dit is niet goed, dat is onzin'. Dat deed ik als wethouder ook. Toen nam de directeur begrotingszaken me apart en zei: 'Je mag het er niet mee eens zijn, maar zeg nooit tegen ons: Dit is onzin'.”

Tien jaar zat hij op financiën zich overal tegenaan te bemoeien. “Een heerlijke tijd was dat. De Amsterdammers kenden me nauwelijks, want de wethouder financiën is stil. Maar intern heb je overal een vinger tussen.”

Zijn publieke onbekendheid kwam hem duur te staan. Met hem als lijsttrekker leed de PvdA een spectaculair verlies. Hij verdween vrijwillig.

Hij had zijn zinnen gezet op Den Haag. “Ik wilde in het kabinet. Toen had ik geen bedenktijd geëist. Maar niemand vroeg me.”

En nu?

“Ik denk er niet meer zo over na. Als organisatieadviseur die veel voor de overheid werkt, zit ik vaak in de buurt van het kabinet. Maar ik doe eigenlijk alleen maar dingen die ik leuk vind. Voorzitter worden van de Consumentenbond bijvoorbeeld. Morgen onder de douche verzin ik zo weer iets nieuws.”

“Een beetje PvdA'er wil altijd de directeur spelen”, is zijn ervaring. Als vennoot van het Utrechtse adviesbureau AEF kan hij dat naar hartelust doen. Maar maatschappelijke activiteiten horen erbij. Na zijn vertrek als wethouder liep hij een halfjaar rond bij - wat hij noemt - 'een groot financieel concern.' “Ze wilden me daar hebben en dat leek me ook wel wat. Banken spelen in de private sector dezelfde rol als de overheid in de maatschappij als geheel. De rol van regisseur, van verdeler van middelen, die rol trekt me. Maar het liep stuk doordat die onderneming eiste dat ik me vijf jaar lang maatschappelijk gedeisd zou houden. Dat was niks. Zo iemand wilde ik niet zijn.”

mailIcon print |