Een pijnlijk parket waarin het IOC-lid prins Willem-Alexander is terechtgekomen. Hij kan niet eens reageren op de onparlementaire uithalen van voorzitter Huibregtsen van de sportkoepel NOC-NSF, die meent dat de prins afspraken aan zijn laars heeft gelapt.
En dan laten we nog in het midden of Huibregtsen woorden als judas en saboteur werkelijk heeft uitgesproken. Zijn verdediging maakt dat je niet echt twijfelt aan de weergave van het gesprek met de Volkskrant. Iemand die ervan wordt beticht een lid van het koninklijk huis meervoudig te hebben beledigd, kan nu eenmaal niet volstaan met een simpele ontkenning. Die had onverbloemd rectificatie geëist.
Bij gebrek daaraan rest NOC-NSF niets anders dan ondubbelzinnig afstand te nemen van de voorzitter; in de Nederlandse sporthistorie zijn er sporters om minder onverwijld naar huis gestuurd.
Vervelender is dat Huibregtsen op zichzelf wel gelijk heeft. Die brief waarin de beschermheer van NOC-NSF toezegt geen lid van het IOC te zullen worden, bestaat. Dat moet vooral staatssecretaris Terpstra zich aantrekken. Die had zich vanwege haar verantwoordelijkheid voor de kandidatuur van de prins, beter moeten informeren.
Trouwens voor het ondemocratische karakter van het IOC had Willem-Alexander ook gewaarschuwd moeten worden. Immers, anders dan 'gewone' mensen kan hij daar vanwege de ministeriële verantwoordelijkheid moeilijk uit de voeten. Hoezeer hij daarin beperkt wordt is met dit conflict voldoende gebleken. Maar blijkbaar heeft premier Kok ook niet bij Huibregtsen geïnformeerd naar de positie van het IOC, en volstaan met de visie van staatssecretaris Terpstra, die als het op sport aankomt niet veel meer kan dan juichen.
Pijnlijk dat Huibregtsen zo heeft gesproken, nóg pijnlijker is dat hij gelijk heeft.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.