*

 
dossier

Archief

De 'bende van drie' krijgt weinig begrip

LEX OOMKES − 17/01/98, 00:00

Drie PvdA-Kamerleden lijken te zagen aan de stoel van fractieleider Wallage AMSTERDAM - Wat de drie PvdA-leden Oudkerk, Duivesteijn en Van der Ploeg nu precies met hun actie bedoelden, is niet helemaal duidelijk. Met hun interviews in twee kranten gisteren hadden ze volgens hen geenszins de bedoeling de positie van fractievoorzitter Wallage te ondermijnen.

Maar uiteraard legde elke bezoeker van het PvdA-verkiezingscongres, dat gisteren in Amsterdam begon, het wel als zodanig uit. Met name Duivesteijn laat in beide artikelen, in de Volkskrant en de VNU-dagbladen, weinig twijfel bestaan. “Ik kan me voorstellen dat de nieuwe fractie opteert voor een andere fractieleider”, zegt hij in de Volkskrant.

In de VNU-dagbladen is het nóg duidelijker. De oud-wethouder van Den Haag oppert zelfs een alternatief. Hij vindt dat Karin Adelmund, nu partijvoorzitter, het stokje maar van Wallage moet overnemen na 6 mei.

Toch zag Van der Ploeg er gisteren geen been in alle ontstane commotie als vergeefse moeite weg te wuiven. Sterker, er is in de PvdA-fractie geen groter fan van Wallage dan Van der Ploeg, zou je bijna denken. “Wij prijzen hem voor het smeden van een hechte fractie”, aldus de financieel woordvoerder. “De laatste twee jaar heeft hij individuele fractieleden steeds meer ruimte gegeven voor eigen initiatief. Zo konden Duivesteijn en ik met de ideeën komen om ook de mensen met een lager inkomen in staat te stellen een huis te kopen. In de nieuwe fractie zal een open afweging moeten worden gemaakt voor de verdeling van de functies, maar uiteraard is Wallage een belangrijke kandidaat voor het fractievoorzitterschap.”

Volgens Van der Ploeg was het artikel in de Volkskrant een poging om vooral de vele nieuwkomers in de fractie na de verkiezingen er van te doordringen dat ze vooral onafhankelijk moeten proberen te blijven en niets voor vast aan moeten nemen, het fractievoorzitterschap van Wallage dus ook niet.

Maar uit de uitlatingen van Duivesteijn in de VNU-dagbladen moet je toch concluderen dat in ieder geval één van zijn 'mede-samenzweerders' snodere bedoelingen heeft. In het interview beklaagt hij zich er over dat de PvdA niet meer open debatteert. Hij wijt dat vooral aan de bestuursopvattingen van Wallage. Bruggen bouwen en vooral proberen de boel bij elkaar houden is nuttig in moeilijke omstandigheden, maar het slaat nu de boel tezeer dood, vindt Duivesteijn.

Duivesteijn, Van der Ploeg en de Amsterdamse huisarts Oudkerk behoren alle drie tot de groep nieuwelingen die in '94 door de toenmalige partijvoorzitter Rottenberg werden verlokt een plaats op de kandidatenlijst in te nemen. Met enige regelmaat beklaagden vooral Oudkerk en Duivesteijn zich de afgelopen jaren over te weinig vrijheid in de fractie en een overfixatie op het overeind houden van het kabinet onder leiding van parijleider Kok. Met name Oudkerk wordt er door mede-fractieleden van verdacht zelf ambities te hebben in de richting van het fractievoorzitterschap.

Zijn collega-Kamerlid Van Gijzel kan geen begrip opbrengen voor de actie van het trio. “Als Oudkerk voorzitter wil worden, moet hij niet wachten tot na de verkiezingen en zich meteen dinsdag, als de fractie weer vergadert, kandidaat stellen.”

Ook bij andere fractiegenoten kan de 'bende van drie' op weinig begrip rekenen. Op het volstrekt verkeerde moment en in hoge mate naief is, samengevat, het oordeel.

Dat juist zij klagen over te weinig ruimte voor eigen initiatieven is inderdaad redelijk vreemd. Juist Duivesteijn, Van der Ploeg en Oudkerk verwierven hun vooraanstaande positie in de fractie door hun oorspronkelijke geluid. Als er fractieleden waren die afgelopen vier jaar de ruimte kregen, dan waren zij het wel. Dat zei de door de actie getergde fractiesecretaris, het Kamerlid Jan van Zijl. Dat Van der Ploeg was gewaarschuwd vooral toch geen column te gaan schrijven in het Algemeen Dagblad en Oudkerk liever geen eigen televisieprogramma te gaan maken, zoals ze in de Volkskrant beweren, wordt door hem pertinent ontkent. Sterker, aldus Van Zijl, “ik weet nog dat Wallage Van der Ploeg juist aanmoedigde.”

Wellicht zagen de drie hun kans schoon na het interview deze week in het weekblad HP/De Tijd, waarin Wallage aankondigde de landelijke politiek over vier jaar te willen verlaten. Maar, vreemd genoeg, stelt Wallage in datzelfde interview aan het slot nagenoeg hetzelfde vast als Duivesteijn, Van der Ploeg en Oudkerk. De partij moet oppassen, stelt Wallage. “De partij heeft nog veel te weinig nagedacht over grote vraagstukken van de toekomst. We hebben ons in twee kabinetten laten opslokken door de eisen van de dag. We moeten ons de derde keer niet door het regeren laten afleiden”.

Van der Ploegs stem heeft Wallage voor een nieuwe periode kennelijk al. Gezien het programma dat hij voor de nieuwe fractie in het verschiet ziet, kunnen Oudkerk en Duivesteijn zich wellicht bij Van der Ploeg scharen.

De bewindslieden van PvdA-huize, donderdagavond al op de hoogte gebracht van het initiatief van de drie fractieleden, verklaarden bij die gelegenheid alvast dat als zij na 6 mei zitting nemen in de fractie, ze Wallage als hun voorman wensen.

mailIcon print |