Een van mijn vrienden viert zijn kroonjaar. De kinderen zijn vanavond uitbesteed. De gasten treden binnen. Zijn studeerkamer, die uitzicht geeft op het grote stadspark, is van gedaante veranderd. Dit vertrek blijkt het meest geschikt om de feestdis te vieren.
We nemen plaats aan de als hoefijzer opgestelde tafels, alle gasten zorgvuldig geschikt. We maaltijden en ik luister en probeer in mij op te nemen. Het gezelschap telt wetenschapslui - nagenoeg alleen heidenen - die de Muzen niet buiten hun werk houden. De voertaal is vooral Duits. Ik zit naast een van de hoofdgasten, een hoogbejaarde dame. Ik herinner mij haar vanzelfsprekend, maar ook ik bleek niet totaal door haar vergeten. Bijna een kwart eeuw geleden, toen ik studeerde in haar stad Bazel, had ik haar, toen nog niet lang weduwe van een schrijver wiens werk ik bewonder, ontmoet en zij had mij in haar huis te eten gegeven. “Wat is er van u geworden?”, vraagt ze me terwijl ik haar de gerechten voorhoud, opdat ze zich bedient. “Ik geef les in Leiden”, antwoord ik, “en ben priester geworden.” “U bent een monnik in de wereld”, kijkt ze me aan. Ik zie boven in de boekenkast schuin voor ons, tussen de werken van haar gestorven echtgenoot, zijn boek over de monnik en dichter Notker.
“We aten pizza en dronken Italiaanse wijn aan een kleine marmeren tafel”, roep ik ons tafereel van destijds terug. “Die tafel heb ik nog steeds”, reageert ze, “al ben ik inmiddels tweemaal verhuisd.” Haar ogen lichten even op en in terughoudendheid kijkt ze me aan. Toen, maar niet minder nu, meen ik te begrijpen hoe zeer zij haar man heeft gedragen en beschermd - zelf voor de kinderen gezorgd en hem de schrijverij gelaten. “Herleest u zijn boeken wel eens?”, vraag ik. “Neen”, antwoordt zij. “In de afgelopen dertig jaar is de wereld zo veranderd en ik ben ook zelf veranderd en het kijken in zijn boeken vervult me met melancholie.” “Schrijft iemand een proefschrift over hem?” “Zijn werk wordt nog te literair gevonden, alsof historische waarheid feitelijk te achterhalen zou zijn.” Even glimlacht ze. “We geraken niet verder dan beelden van waarheid”, praat ik verder, “zoals ik van Huizinga heb geleerd.” Over de jaren heen keert bij mij terug wat toen die ontmoeting voor mij was en ik word vervuld van dankbaarheid jegens haar en het leven. Het leven is toch mooi, al lijkt de dood beter. “Ik ben vandaag in het Van Gogh Museum geweest”, vertelt ze me tamelijk plotseling, wanneer ze een tijd lang heeft gezwegen en ik met andere disgenoten heb gekwetterd. “Hoewel ik eerder in hetzelfde museum zijn werken heb bekeken, deed zich nu zo'n directe verbintenis voor en geraakte ik ontroerd om al hetgeen Van Gogh in die schilderingen heeft gelegd maar waaromtrent wij niet weten.” “We kunnen dat pogen na te gaan in zijn brieven”, reageer ik al te kunsthistorisch.
Familieleden, van verre gekomen, nemen na elkaar het woord aan deze maaltijd. Na de gastheer zelf zingt eerst de ene schoonzuster samen met haar zoon de feesteling toe, dan geeft de andere schoonzuster een ooggetuigenverslag door de ogen van een jakhals in gesprek met een tijger van het gezin op veldonderzoek - de gastheer en zijn vrouw zijn antropoloog. Maar voordat de beide broers spreken, richt de oude dame naast mij, tante van de kroonjaarvriend, het woord tot ons. “Ik spreek tot u”, zegt ze, “hoewel ik tot de generatie behoor waarin vrouwen behoorden te zwijgen.” Ze haalt herinneringen op aan de geboorte van de jarige en kaarsrecht staand in haar eigen jaren negentig, memoreert ze tijd die stil kan staan zoals tijdens een feest, een feestmaaltijd.
Wat is waarheid en wat verdichting in een mensenleven? Zo verbreedt zich het gesprek onder alle disgenoten. Wint dichterlijke waarheid het tenslotte niet van feitelijke waarheid? Waarheid brengt verbinding, zodra die meer berust op ervaring en gewaarwording dan op redenering en onderzoek. Daarom liegen dichters waarheid, naar een woord van Aristophanes. Het feest is uit, de avond over. Ik sta weer buiten. Ook de bomen in het park hebben de tijd stil gezet. Op weg naar huis weet ik weer dat in de wereld waarheid niet gezegd mag worden, laat staan gelogen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.