KARACHI/PAKISTAN - Stel, je bent dertien jaar. Lezen en schrijven kun je niet. Je ouders verdienen zo weinig geld, dat zij de school niet kunnen betalen. Genoeg geld voor eten en drinken hebben ze zelfs niet alle dagen. Je wordt daarom de straat opgestuurd en gedwongen betaald werk te zoeken.
In Pakistan is dit heel gewoon. In dit Aziatische land werken 3,3 miljoen kinderen, zo blijkt uit een onlangs gehouden onderzoek van de Pakistaanse regering en de Internationale Arbeidersorganisatie van de Verenigde Naties (ILO). De kinderen uit het onderzoek zijn tussen de vijf en veertien jaar. Ze werken vooral in de tapijtindustrie, de leerindustrie - waar ze voetballen maken - of, zoals Farhan en Imran, in garages. Farhan zegt dat hij 14 jaar is, maar hij lijkt jonger. Samen met de 13-jarige Imran runt hij in een krottenwijk in Karachi een autogarage waar zij kapotte Suzuki's repareren. Farhan doet dat al vijf jaar, Imran net een jaar. “Ik werk heel onregelmatig, meestal vanaf 7 uur 's ochtends tot 6 uur 's avonds. Het geld dat ik verdien, geef ik aan mijn baas. Hij komt ongeveer drie keer op een dag even langs, om te kijken hoe het gaat”, aldus Farhan. Zelf verdient hij twintig rupees op een dag, ongeveer negentig cent.
Toch hebben kinderen die verplicht moeten werken sinds kort ook een kans om te leren. In de krottenwijk waar Jamal, Farhan en Imran wonen, heeft de Nederlandse vakbond FNV samen met Piler, een Pakistaans instituut voor onderzoek naar werk en onderwijs, een school opgezet. Speciaal voor werkende kinderen. Voordat zij naar hun werk moeten, 's ochtends vroeg, of 's avonds net na hun werk kunnen ze les volgen in lezen, schrijven, rekenen en techniek. Ook krijgen ze sport en doen ze spelletjes. Inmiddels volgen al meer dan elfhonderd kinderen dit programma. Doordat ze op ongewone tijden les krijgen, kunnen kinderen het broodnodige geld blijven verdienen voor hun familie. Niet alleen ouders, ook zakenlieden zijn daar blij mee. “Kinderen zijn onmisbaar. Dankzij hun smalle vingers kunnen ze vliegensvlug knopen”, aldus Mohammed Ali, wever en tijdelijk chef van een weverij in Karachi. Mohammed Ali is een van de weinigen die openlijk toegeven dat hun baas kinderen in dienst heeft. Liever zwijgen ze erover: kinderarbeid is sinds 1992 officieel in Pakistan verboden. Buitenlandse regeringen zijn boos op de Pakistaanse regering omdat zij ondanks deze wet kinderen toch laten werken. Ze hebben daarom gedreigd met straffen als Pakistan toch met kinderarbeid doorgaat. De export is al gedaald.
Op 3 februari zijn er verkiezingen in Pakistan. Het aanpakken van kinderarbeid is een populair onderdeel in het verkiezingsprogramma van veel politieke partijen. Ze willen immers graag dat de export weer stijgt. De Pakistaanse Volkspartij, de grootste partij van het land, belooft dat zij nog meer dan voorheen op zoek zal gaan naar plaatsen waar kinderarbeid plaatsvindt. Een onlangs opgerichte groep van inspecteurs zal dit speurwerk voortzetten.
Azra Lalat Sayeed van Piler heeft er weinig vertrouwen in dat deze belofte ook echt wordt uitgevoerd. “Zo makkelijk gaat dat niet. Kinderarbeid is in Pakistan een traditie. Arme gezinnen hebben hun financiële hulp hard nodig. Beter is dat je het werken aangenamer maakt. Bijvoorbeeld door ze gratis naar school te laten gaan.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.