GRONINGEN - De 38ste vriendschappelijke interland tussen de korfbalnaties Nederland en België werd zaterdag een afgetekende 20-12 zege voor Oranje. Van de 38 duels heeft Nederland er nu 27 gewonnen en België zes. Viermaal eindigde de derby onbeslist.
Ze hadden er deze week in hun Vlaamse staminees nog smakelijk om gegrimast, om de redenering van Ludo Wils, korfbalcorrespondent van De Gazet van Antwerpen. Wils had een verband gelegd tussen recente Belgische resultaten en de uitspraak van de Nederlandse bondscoach Jan Hof over de internationale krachtsverhoudingen. Na een wedstrijd tegen Taiwan (uitslag 24-8) had Hof met enig dédain opgemerkt dat Taiwan op weg is naar de top en “nu al het niveau van België benadert”. Wils: “Rekening houdende met de op 4 februari 1996 opgelopen smadelijke nederlaag tegen onze Rode Duivels verwijst Jan Hof zijn ploeg dus naar de derde plaats in de rankinglijst.”
Op die winst van een jaar geleden waren ze maar wat fier in Antwerpen. Het gaf de Belgen één van die kortstondige mooie momenten waarin ze zich kunnen afzetten tegen de zich superieur wanende diknekken uit het noorden. Dat was ook hard nodig met de 38ste vriendschappelijke interland tegen Oranje in het verschiet. Want nog nooit hebben de Belgische acht op Nederlandse bodem kunnen winnen.
Ook zaterdag is het er niet van gekomen. Betrekkelijk simpel overliep het Nederlands achttal de Belgische opponent in een wedstrijd die bij vlagen afzakte naar een bedenkelijk niveau.
“Dooie boel, dooie boel”, zong het publiek al in de eerste helft, maar dat mochten de tweeduizend kijkers later in de wedstrijd vooral zichzelf aanrekenen, toen ze gezamenlijk in slaap leken te zijn gevallen. Misschien waren ze met stomheid geslagen. Dat kan want het duel bleef ver onder het niveau van een gemiddelde hoofdklassepartij. Dus ontstond er nog het meeste geroezemoes in de rust toen de uitslag van de verloting bekend werd gemaakt (“De worst is gevallen op nummer 558”).
Manco
Voor en na de verloting was het afzien voor het publiek. Nimmer bereikte de wedstrijd een aanvaardbaar peil. Bij Nederland was het doorplaatsen van de bal een opvallend manco. Te vaak was een corrigerend stapje nodig. Tempo ontbrak, de passing was slecht. Individuele kwaliteiten kwamen nauwelijks aan het licht omdat zij ondergeschikt waren gemaakt aan collectiviteit in de vakken. Slechts Voshart, Hulzebosch en invalster Tims onttrokken zich aan de malaise. Zij schitterden af en toe tussen de anderen die vooral dofheid uitstraalden.
Vooral de vrouwen waren zwak. Voor Jiska Brandt, die haar 25ste en slechtste interland speelde, was het inleveren van de bal bij de tegenpartij de gewoonste zaak van de wereld. Trienke Koopmans werd nauwelijks in het spel betrokken. Joyce Smits haalt in vertegenwoordigende teams bijna nooit haar clubniveau. Debutante Jonni Abbenhuis leed onder de haar vreemde rol van aansteunende speelster. In de combinaties met Erwin Dik (die driemaal (!) een strafworp miste) ging dat keer op keer mis.
Het enige lichtpuntje bij Nederland was de afwerking. Het schotpercentage was 25 procent en dat is redelijk hoog. Bij de doorloopballen werden zelfs zes van de negen pogingen in een treffer omgezet.
Dat dit Nederland korte metten maakte met de Belgen, zegt nog meer over het falen van de Rode Duivels, die 25 maal meer schoten dan Nederland maar achtmaal minder scoorden; hun schotpercentage was twaalf procent. Van de 59 rebounds bij de eigen korf grepen de Belgen er slechts 36.
De Belgische keuzeheer Eddy van Hoof, een beetje Van Moer-achtig type, liet zijn spelers doormodderen en greep niet in. “Wij waren slecht, da's waar. Mijn schutters faalden, de rebound was ondermaats. In de Belgische competitie gaat het te makkelijk voor deze mensen. Bij rust was het pas 9-6 achter; toen hoopte ik nog grip te krijgen. Juist na rust zijn we de vernieling in gespeeld. Toen was het gedaan en boden de mensen op de bank geen oplossing meer.”
Dat zal wel kloppen want wie met speelsters als Kim Gilles en Cindy van Autreve de oorlog moet winnen, zwaait bij voorbaat met de witte vlag. Van Hoof zal deze twee wel gezegd hebben dat het doel van korfbal is de bal door de mand te schieten, maar daarmee was het toppunt van hun spelinzicht wel bereikt. Het gênant beroerde schieten van Gilles stond symbool voor de Belgische onmacht.
De Belgen konden niet eens de schuld bij de abominabele leiding van de Brit Dave Bond leggen. Die hobbelde wat over het veld en blunderde keer op keer. “Topkorfbal onwaardig”, vond Jan Hof. De Engelsman werd overigens in de wielen gereden door zijn Tsjechische lijnrechter die het vlaggenzwaaien tot hobby verhief. Het ware beter geweest als deze grensrechter zich niet met de leiding had bemoeid.
Van Hoof hield zich na zijn derde nederlaag tegen Oranje groot. “Dit blijft een leuke job. Nee, ik reageer niet emotioneel. Ik ga dit duel op video analyseren voor de volgende match. Dat is in augustus op de World Games in Finland. Ah, wacht maar af, dat wordt desperaat voor Olland, dan staan wíj er. Die titel is voor ons, en dan is iedereen deze schande vergeten.”
Tegen die tijd heeft Ludo Wils vast wel weer een nieuwe one-liner bedacht die fierheid in de Belgische harten en vrolijkheid in de staminees brengt.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.