L. van Liebergen, directeur van het museum van religieuze kunst te Uden, beschrijft in drie afleveringen zijn favoriete objecten uit dit museum. Aflevering 1.
Indrukwekkend waren de belevenissen van de Heilige Lucia, slachtoffer van keizer Diocletianus, notoir christenvervolger. Volgens de overlevering bezocht Lucia te zamen met haar zieke moeder het graf van de heilige Agatha. Moeder genas en uit dankbaarheid schonk Lucia haar erfgoed aan de armen. Haar aanstaande echtgenoot reageerde furieus en klaagde haar aan als christen. Zij werd veroordeeld tot het bordeel. Maar Lucia bleek niet te verplaatsen. Zelfs ossen slaagden niet haar naar het huis van lichte zeden te slepen. Ook de brandstapel deerde haar niet. Daarop stak de beul bruut een zwaard door haar hals. Dit zou haar voornaamste attribuut en herkenningsteken worden. Daarnaast wordt zij vaak afgebeeld met in een van haar handen een schaaltje met daarop twee ogen. Dit luguber element, eerder een verwijzing naar haar naam (de Lichtende) en haar patronaatschap (het licht der ogen), leverde een toegevoegde, volkse legende op, dat Lucia om onaantrekkelijk te zijn voor heidense minnaars zichzelf de ogen had uitgestoken. Dit schaaltje is terug te vinden bij een barokke Lucia in de collectie van het museum. Een beeld met een sterk contra-reformatorisch karakter, omstreeks 1720 in Antwerpen gesneden. Het heeft ooit dienst gedaan in een van de vele schuurkerken in Generaliteits Brabant.
Ingetogener is de hier weergegeven 'Lucia van Ammerzoden'. Het beeld is omstreeks 1420, mogelijk iets vroeger, gesneden in het Nederrijnse onder invloed van de grote Keulse meesters, die werkten volgens de opvattingen van de Internationale Gotiek. In stijl is het o.a. nauw verwant met de Madonna van de Kölner Friesentor.
Haar naam is afgeleid van Ammerzoden, een dorp in de Bommelerwaard. Hier vestigden zich in 1874 vanuit Megen een groep clarissen. Zij betrokken het kasteel en richtten het in als klooster. Daarbij maakten zij gebruik van beelden, meubilair en andere stukken die zij uit hun moederklooster hadden meegebracht. Daaronder deze Lucia. Eerder hadden de clarissen van Megen deze sculptuur waarschijnlijk al meegenomen vanuit hun middeleeuws klooster te Boxtel dat zij in 1717 definitief moesten verlaten. Via Hoogstraten kwamen zij terecht in de hoofdplaats van het soevereine graafschap Megen, een van de vele vrije heerlijkheden in noordoost Noord-Brabant en bouwden daar op de resten van het grafelijke kasteel hun nog steeds bestaand en imposant klooster. Nadat het beeld naar Ammerzoden was overgebracht kreeg het een andere functie. Het werd in een nis van het poortgebouw geplaatst, enigszins aangepast en vervolgens aangeduid met 'Clara'. Had de heilige immers in haar rechterhand niet een boek, de regel van de orde?
Tijdens de Tweede Wereldoorlog raakte het kasteel ernstig beschadigd en tuimelde het beeld uit de poortnis. De zusters verhuisden naar Limburg, het beeld verdween in de pastorie. Daar, in 1977, ontmoette ik haar voor het eerst. Kort daarop kon het beeld opgenomen worden in de collectie van het museum. Het museum verplichtte zich daarbij om tot restauratie over te gaan. Het werd een ingrijpende restauratie met talrijke verrassingen. Jarenlang hadden de zusters hun 'Clara' die altijd buiten stond, overgeschilderd waardoor een dikke, bijna alles verhullende, maar ook beschermende verflaag was ontstaan. Eenmaal ontdaan van al deze lagen verscheen het huidige beeld. De plooien en de haarpartij werden zichtbaar, de gelaatsexpressie kwam terug. Maar buiten dit alles werden tevens twee gaatjes in de hals zichtbaar; de bevestigingspunten voor een zwaard dat dwars door de hals was gestoken. Lucia scheen herboren. Maar, waarom draagt zij een boek in haar bedekte handen ? Was zij nog eerder misschien de heilige Dorothea? Het blijft intrigeren. Het is de mooiste vrouwelijke heilige uit onze collectie, althans volgens mij.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.