Stadstaat Singapore behoort tot de tien rijkste landen ter wereld, met een inkomen per hoofd van de bevolking dat hoger ligt dan in Nederland. Niettemin wordt de Lion City met ongeveer 3 miljoen inwoners fors geraakt door de financiële crisis.
De problemen voor het ministaatje van premier Goh Chok Tong zitten niet in de zwakte van de eigen industrie of handelssector. De Singaporese banken slepen het land mee in de regionale malaise.
Geldverstrekkers hebben in totaal 41 miljard dollar geleend aan ondernemingen in de Zuidoost-Aziatische landen die worden geteisterd door de economische crisis. Zo staat 16 miljard uit in Maleisië, 3,1 miljard in Indonesië en de rest van het bedrag in Thailand, Zuid-Korea en Filippijnen.
Kabinetsleden doen hun uiterste best een mineurstemming over de gezondheid van het Singaporese bankstelsel te voorkomen. Officieel heet het dat slechts 3,2 procent van het uitstaande geld “mogelijk moet worden afgeschreven” omdat de leningen niet kunnen worden terugbetaald. Maar wat zegt dat, nu bijvoorbeeld vrijwel het hele bedrijfsleven in Indonesië bankroet gaat als de nationale munt, de roepia, op het huidige dieptepunt blijft.
De financiële perikelen gaan niet ongemerkt aan de Singaporese burgers voorbij. Omdat het kabinet stevig de hand aan de knip dient te houden, is er bijvoorbeeld niet voldoende geld voor vernieuwing van de gesubsidieerde huizen, waar zo'n 80 procent van de bevolking in woont.
Voor regeringspartij PAP is dat een vervelende tegenvaller. De PAP drukt van oudsher elke oppositie de kop in, onder meer door het verdelen van woonruimte. De distributie is stevig in handen van de regering. Wie op de oppositie stemt, kan een aantrekkelijke woning wel vergeten. Singapore is vrijwel een eenpartijstaat: de partij van premier Goh bezet nu 81 van de 83 zetels in het parlement van de bijna dertig jaar oude stadstaat.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.