Noblesse oblige, sprak premier Kok en hij heeft gelijk: juist omdat het om de 'crème de la crème van onze rechtsstaat' gaat, mag je van procureurs-generaal verwachten, dat zij wel de allerlaatsten zijn om de minister met een kort geding te bedreigen en aldus het primaat van de politiek betwisten. Een kort geding moge voor juristen een normaal middel zijn, voor burgers doet het in deze context al gauw denken aan muiterij.
Maar curieus genoeg zal 'rebellen-leider' Arthur Docters van Leeuwen de eerste zijn deze tekst van de premier van A tot Z te onderstrepen. De 'super-pg' is een democraat in hart en nieren; een strateeg, intelligent, loyaal en al helemaal niet het vrouw-onvriendelijke dier waar minister Jorritsma hem voor hield. Desondanks ziet het ernaar uit dat de geschiedenis hem zal wegzetten als de man die danig zijn hand heeft overspeeld door de minister als collectief onder druk te zetten; een domoor dus omdat een beetje intelligent iemand gemakkelijk had kunnen voorzien dat dit wel fout moest aflopen.
Hoe het één met het ander te rijmen? Voetstoots ging ik ervan uit dat het Kamerdebat hierover uitsluitsel zou geven, maar dat viel tegen. Minister Sorgdrager onderstreepte één en andermaal dat het om een doodgewoon rechtspositioneel conflict ging over de afhandeling waarvan volwassen mensen het in alle redelijkheid eens zouden moeten kunnen worden. Ze begreep ook wel dat haar kwalificatie over Steenshuis' bijbaan ('de oren vielen van mijn hoofd') enige onrust bij de pg's had veroorzaakt. Zoals ze ook al heel goed kon begrijpen dat de heren een leespauze nodig hadden om het rapport-Dolman tot zich te nemen: 'Maar daar praat je dan toch over. Daar is toch geen kort geding voor nodig?', vatte zij de toestand samen.
Vanzelfsprekend, zou ik bijna zeggen. Steenhuis zat goed fout en Docters van Leeuwen had inderdaad niet zo stom moeten zijn deze manoeuvre van zijn collega te billijken. Hooguit geldt als (mager) excuus dat de pg's als de dood waren door de minister pats-boem voor het blok te worden gezet, zodat zij één moment serieus dachten over geen andere middelen te beschikken dan direct de hakken in het zand te zetten. Maar - en dat is essentieel - in de loop van die gedenkwaardige donderdagavond erkenden zij hun fout, het kort geding ging van tafel, er was overeenstemming over een gezamenlijke verklaring (al was Docters weer zo stom die van een papiertje voor te lezen).
Een geslaagde deëscalatie van een conflict, zou je zeggen. Desondanks barstte de 'Mexicaanse hond' toen pas los, constateerde het CDA-Kamerlid Koekkoek. En hij heeft gelijk. Op zijn persconferentie vrijdag veegde Kok de vloer met de heren aan en maandag deponeerde minister Sorgdrager een brief op poten bij de Tweede Kamer, waarin van de positie van Docters geen spaan heel wordt gelaten. Een 'doodgewoon rechtspositioneel conflict' (Sorgdrager) bleek in recordtempo te zijn uitgegroeid tot de grootste 'gezagscrisis' sinds de Tweede Wereldoorlog, die inmiddels met het nodige aplomb en de rugdekking van nagenoeg het hele parlement is gedempt.
Tijdens het debat bleek minister Sorgdrager geen echte verklaring te hebben voor deze metamorfose, anders dan dat 'het beeld geschapen is' van een gezagscrisis en dat zij Docters die beeldvorming eenzijdig in de schoenen schoof. Hoe onbevredigend zo'n verklaring ook is, ik denk dat zij daarin gelijk heeft: het beeld en dan met name de beeldtaal op de televisie met telkens dezelfde shots hebben hier de werkelijkheid geschapen van een muiterij. Treurig alleen dat man die de reorganisatie van justitie zo succesvol ter hand heeft genomen, daar het slachtoffer van moest worden.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.