Van onze redactie economie AMSTERDAM - Een duur tobberig land, met een cultuur van angst voor verandering en bijgevolg nodeloos veel mensen die duimen draaien. Dat is veel meer het beeld dat past bij Nederland, dan de succes-verhalen over het poldermodel, zegt het adviesbureau McKinsey.
Topadviseur McKinsey heeft de Nederlandse economie onderzocht en vergeleken met andere landen. De conclusies zijn vernietigend. Economisch gezien heeft Nederland een aanzienlijke achterstand op een aantal andere landen in Europa en op de VS, stelt het bureau. De werkloosheid ligt veel hoger dan uit de officiële cijfers blijkt, landen om ons heen produceren meer en verdienen beter. In de winkels over de grens liggen modernere producten die nog goedkoper zijn ook.
Dure huizen
De adviseurs, die de studie zelf bekostigden en eerder soortgelijke studies in andere landen uitvoerden via het McKinsey Global Institute, reikten het rapport met de dikke onvoldoende gisteren uit aan premier Kok.
De Nederlandse overheid is met haar grondbeleid zelf direct verantwoordelijk voor de snelle stijging van huizenprijzen, die zich niet voordoet bij onze oosterburen. Alleen al als de bestemmingsprocedures worden bekort van 11 naar 6 jaar, kunnen huizen in Nederland tot 10 procent goedkoper worden, berekent McKinsey.
Nederland wordt op dit moment internationaal geprezen voor de manier waarop werkgevers en werknemers de stijging van de loonkosten wisten te beperken. Alle lof voor het poldermodel ten spijt: gemeten naar koopkracht is Nederland in West-Europa naar de achtste plaats gezakt, de onderkant van de middenmoot. Ook als de werkloosheidscijfers vergelijkbaar worden gemaakt, blijkt Nederland er slecht voor te staan. De deskundigen becijferen de echte werkloosheid (daaronder rekent McKinsey onder meer een deel van de WAO'ers, werkzoekenden zonder uitkering en vutters) op 20 tot 23 procent in plaats van de officieëe 7,4 procent.
Nederlandse bedrijven lijken het goed te doen, want ze halen een hoge productiviteit. Maar dat komt alleen maar omdat ze eenvoudig werk wegsaneren, is de analyse van McKinsey. In andere landen wordt de productiviteit verhoogd omdat de bedrijven nieuwe producten of fabricagemethoden bedenken. Zo wisten Amerikaanse bankiers 230 procent meer banen te scheppen dan hun Nederlandse collega's omdat ze nieuwe beleggingsproducten bedachten.
- Vervolg en meer nieuws op pagina 7
Melkert: Prikkelend, maar iets te veel naar het verleden gekeken VERVOLG VAN PAGINA 1
Minister Melkert van sociale zaken noemde de kritiek van McKinsey gisteren 'prikkelend' maar plaatste er wel een paar kanttekeningen bij. De analyse van McKinsey gaat over de lange periode van 25 jaar. Daar zit ook een periode in - in de jaren zeventig, begin jaren tachtig - waar Nederland heel wat minder presteerde dan de laatste paar jaar.
De matige uitkomsten over een lange periode zijn volgens de minister geen reden de juichverhalen van de laatste paar jaar naar het rijk der fabelen te verwijzen. Volgens McKinsey gaat het sinds 1985 inderdaad beter met de Nederlandse economie, maar is de achterstand nog lang niet ingelopen: Nederland had veel verder kunnen zijn dan het nu is, boodschapt McKinsey.
Ook nu gaat het niet goed genoeg, vindt McKinsey. Nederland heeft een klimaat dat vernieuwing ontmoedigt, signaleren de onderzoekers bezorgd. Het kan anders, menen de adviseurs. Een miljoen nieuwe banen, een extra economische groei van 15 procent en een reële verbetering van het inkomen per inwoner van 30 procent binnen tien jaar behoren tot de mogelijkheden, aldus het bureau.
Daar zijn wel een aantal controversiële besluiten voor nodig. Zo zou een deel van de landbouwgrond bebouwd moeten worden en het minimumloon op de vuilnishoop moeten. Europa mag parallelimport - directe, goedkopere invoer - niet langer verbieden en concurrentie moet aangewakkerd opdat het prijspeil in de Nederlandse winkels zakt. De extra groei die mede het gevolg is van inschakeling van een grote groep mensen die nu niet werkt, kan aangewend worden voor natuur, veiligheid, milieu, zorg of wat Nederland maar verkiest, zo pareert McKinsey de kritiek dat tomeloze economische groei leidt tot milieuproblemen.
Minister Wijers van economische zaken kan zich wel vinden in de conclusie dat Nederland er economisch gezien nog lang niet is. Nederlandse bedrijven hebben te weinig oog voor innovatie en kwaliteitsverhoging en er zijn nog tal van regels die de economie belemmeren, aldus Wijers.
Nederland kan Nederland blijven en toch tot de wereldtop behoren, prijst McKinsey haar oplossing aan. Dat moet Kok, zo pal voor de presentatie van de 'verkiezingsbegroting' van paars als muziek in de oren klinken.
De adviseurs die bekend staan om hun harde saneringen in het bedrijfsleven, menen dat de ingrepen ook in het belang van de burgers zijn. Die zijn nu in te groten getale naar de zijlijn van de maatschappij gedirigeerd - al dan niet met uitkering.
DETAILHANDEL
In Amerika zijn kleding, boeken, sportartikelen en dergelijke gemiddeld 22 procent goedkoper dan in Nederland. Leveranciers en winkeliers in Nederland leggen een hogere marge op de prijs. Dat kunnen ze onder meer doen omdat de Europese Unie parallelle invoer verbiedt, en in het binnenland allerlei vernieuwingen worden tegengehouden. Zo kent Nederland weinig nieuwe winkelcentra, vooral als gevolg van behoudzucht van politici en angst bij de winkeleigenaren dat hun pand minder waard wordt, stelt McKinsey. De gebrekkige concurrentie creëert ruimte voor hoge prijzen. Nederlanders kopen 40 procent minder dan Amerikanen. Dat komt ook door de beperktere koopkracht van Nederlandse consumenten.
McKinsey vindt dat consumentenorganisaties alerter moeten zijn op onverklaarbare prijsverschillen. De Nederlandse detailhandel moet zich vernieuwen en kan dan 30 procent productiegroei realiseren. Als er meer aandacht is voor dienstverlening, zoals in de VS, is er ruimte voor 150 000 nieuwe banen.
OPENBAAR VERVOER
Amsterdamse buschauffeurs zitten 35 procent van hun tijd op de bus. In Stockholm halen ze 59 procent. Het openbaar vervoer in Nederland presteert als bedrijfstak schrikbarend slecht, zegt McKinsey. Alleen Zuid-Limburg, waar is geprivatiseerd, steekt er bovenuit. In Amsterdam zit twee keer zoveel overhead bij de busmaatschappij en desondanks ligt de efficiency 70 procent lager dan in Zweden. Het aantal openbaar-vervoerkilometers per inwoner is in Zweden twee keer zo hoog als hier.
Als de chauffeurs productiever zijn, stijgt de dienstverlening en willen meer mensen meerijden. Zo kan ook de werkgelegenheid in de branche stijgen. De grootste belemmering voor die verbetering zijn de weinig soepele arbeidsvoorwaarden. Marktwerking kan de productie en efficiency verbeteren. Het beheer van netwerken moet echter een overheidstaak blijven, vindt McKinsey.
Een kwart van het verschil in productiviteit tussen Zweden en Nederland wordt overigens veroorzaakt door de lagere rijsnelheid in Nederland, wat een gevolg is van de files.
SOFTWARE
De VS produceren per hoofd van de bevolking veel meer software dan Nederland. Ons land is blijven steken in de productie van de (duurdere en langzaam uit de mode rakende) software op maat. Verlaging van de barrières voor starters kan leiden tot een verdrievoudiging van de productie en verdubbeling van de werkgelegenheid per 2004 in Nederland. Geldschieters in de polder zijn bang voor high tech, de overheid verzuimt een voortrekkersrol te spelen (als afnemer van nieuwe producten en diensten), universiteiten bieden een weinig vruchtbare bodem voor beginnende ondernemers en de arbeidsmarkt werkt niet mee, verklaart McKinsey het achterblijven van de groei.
Softwarehuizen moeten snel mensen kunnen aan- en afstoten afhankelijk van hun positie in de markt. Die fluctueert hevig - momenteel kampt de sector met een tekort aan personeel - omdat de ontwikkelingen zo snel gaan. De bescherming van werknemers belemmert hier de ontwikkeling.
VOEDINGSMIDDELENINDUSTRIE
De Nederlandse vlees- en melkindustrie werkt uiterst efficiënt. Maar ze concentreert zich op bulkproducten, terwijl bijvoorbeeld Denemarken meer bewerkingen doet, daardoor drie keer zoveel waarde per kilo vlees toevoegt en 125 procent meer mensen aan werk helpt. De coöperatieve structuur van de Nederlandse industrie doet de zaak geen goed: die ploegt liever geld terug naar de leden dan het te investeren in onderzoek of marktbewerking. Naar de beurs met die bedrijven, of overschakelen op verhandelbare leveringsrechten voor leden, aldus de adviseurs. Ook de Nederlandse eetcultuur werkt tegen; maar nu het aantal tweeverdieners snel stijgt, verwacht McKinsey een rappe toename van de vraag naar geschilde aardappels en ander bewerkt voedsel. De sector moet snel omgebouwd. Oost-Europa komt op als concurrent in de bulk. Lagere transportkosten vergroten die dreiging. En de beschermende Europese subsidies lopen ten einde. Als de overschakeling lukt, kan de productie met 15, en het aantal banen met 25 procent groeien.
WONINGBOUW
De bouw werkt efficiënt, levert goede producten en concurreert behoorlijk. Maar de sector wordt ernstig gehinderd door de krappe gronduitgifte. De huizen zijn 40 procent kleiner dan in de VS en de percelen waarop de huizen staan, zijn een vijfde van die in de VS. Kunstmatige grondschaarste stuwt de huizenprijzen op: de prijs van percelen verdubbelde in zes jaar tijd, terwijl die in Duitsland gelijk bleef.
McKinsey rekent voor wat er kan geburen als de landbouw vijf procent grond inlevert. Dan kunnen alle huizen op de nieuwe woninglocaties op twee keer zoveel grond staan. Bij verstandige planning hoeft het autoverkeer niet toe te nemen en krijgt de natuur meer ruimte, aldus McKinsey. De extra ruimte haalt de grote druk van de huizenprijzen en stimuleert de bouw. Dat is voor mensen die al een huis bezitten minder leuk, maar op termijn profiteert eenieder omdat wonen goedkoper wordt en de huizen beter aansluiten bij de vraag.
BANKEN
'Wanbestuur' heeft bij Nederlandse beursondernemingen geleid tot een waardevernietiging van 26 procent. Beleggers verdienden tussen 1970 en 1990 jaar niet eens de kosten van hun kapitaal terug.
Ook banken hebben de kans op vernieuwing en groei gemist. Wát ze produceren, doen ze efficiënt en met weinig personeel, zo blijkt. Maar wanneer bankiers creatiever worden in het bedenken van nieuwe producten komt er ruimte voor aanzienlijk meer groei en personeel. De bankiers hebben mede door gebrekkige concurrentie, hoge marges kunnen aanhouden en dat maakt ze lui. Zo verdienen Amerikaanse banken de helft per geleende gulden, vergeleken met hun Nederlandse collega's. Nederlandse bankiers bieden pas sinds kort beleggingsfondsen aan die de index volgen.
Amerikanen waren daarmee veel eerder. Per saldo zijn in de financiële dienstverlening in de VS 230 procent meer banen geschapen. Een belangrijk deel van de Nederlandse besparingen zijn collectieve pensioenen. Meer individuele vrijheid op dat gebied wakkert de concurrentie aan, aldus McKinsey.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.