Vandaag spreekt de Tweede Kamer over de brief die staatssecretaris Terpstra vorig jaar september namens het kabinet uitbracht over 'De maatschappelijke positie en functie van het gezin'. Een ernstig tekortschietende brief, vindt CNV-voorzitter Westerlaken. De strekking van zijn kritiek komt in belangrijke mate overeen met de recente studie over modern gezinsbeleid van het Wetenschappelijk instituut van het CDA. De auteur is voorzitter van het CNV.
Er wordt uitgegaan van een zeer beperkte definitie van het 'gezin'. Volgens het kabinet gaat het om elk samenlevingsverband waarin afhankelijke kinderen aanwezig zijn. Deze definitie schiet tekort. Voor het CNV horen daar twee elementen bij: de verantwoordelijkheid voor elkaar die blijkt uit de zorg, en de duurzaamheid van de relatie, die in principe voor onbepaalde tijd wordt aangegaan.
Opmerkelijk is ook dat het kabinet uitgaat van een situatie waarin beide ouders arbeid en zorg met elkaar combineren. Dit geldt op dit moment nog lang niet voor alle gezinnen. Essentiëler is dat het kabinet met dit uitgangspunt de realiteit en de problematiek van de alleenstaande ouders ontkent.
Het kabinet stelt dat het voor de ontwikkeling van kinderen belangrijk is dat er ten minste een volwassene is die garant staat voor essentiële zaken als geborgenheid, primaire affectieve banden, veiligheid en het dragen van de werkelijke verantwoordelijkheid. Afgezien van het feit dat de aanwezigheid van ten minste een opvoeder natuurlijk een open deur van je welste is, maakt het kabinet hier onderscheid tussen alleenstaande ouders, die wel verplicht kunnen worden te gaan werken, en gezinnen waar twee ouders zijn. Immers, als men door scheiding of het overlijden van de partner alleen staat voor de zorg voor de kinderen, is in een uitkeringssituatie de vrijheid om zelf voor de kinderen te zorgen ineens verdwenen. De maatregelen in de vernieuwde Algemene Bijstandswet en de Algemene Nabestaandenwet zijn hiervoor het bewijs. De keuzevrijheid, waarop in het emancipatiebeleid zo op wordt aangedrongen, geldt blijkbaar niet voor alleenstaande ouders.
In de hele nota rept de staatssecretaris verder met geen woord over de sociale zekerheid in relatie tot de positie van het gezin. Het zou ook hypocriet zijn. Door de stiekeme bezuinigingen op de kinderbijslag is er natuurlijk allang geen sprake meer van een positieve impuls voor ouders met kinderen. En dat komt het hardst aan bij de alleenstaande ouders.
Het is enigszins verwonderlijk dat het gezin nu in het brandpunt van de politieke belangstelling staat. De meeste politici vinden het nog steeds moeilijk het gezin als instituut te erkennen in onze samenleving. Of is de belangstelling van vandaag vooral te verklaren vanuit 'de markt'? Immers, vanuit arbeidsmarktoverwegingen is het noodzaak dat er een betere afstemming komt tussen zorg en werk. De grote vraag in dit verband is: wie past zich aan wie aan? Het gezin aan de arbeidsmarkt, of de arbeidsmarkt aan het gezin? En. . . mag je deze vraag wel stellen wanneer het belang van kinderen in het geding is?
Voor het CNV is de aanwezigheid van kinderen een essentieel element in het beleid. Een beter beleid, beter voor de kinderen, voor relaties en voor de samenleving, vraagt om de volgende maatregelen:
1. Verhoging van de kinderbijslag.
2. Kinderafhankelijke minimumuitkeringen in alle sociale zekerheidswetten met minimumuitkeringen.
3. Uitbreiding van kinderopvang en naschoolse opvang.
4. Calamiteitenverlof opnemen in het Burgerlijk Wetboek.
5. Een wettelijk zorgverlof waarbij de verlofgangers een inkomen ter hoogte van het netto minimumloon ontvangen. Dit als uiting van de waarde die de samenleving hecht aan de zorg voor kinderen.
6. Individualisering van de overdracht van de basisaftrek, zodat de niet verdienende partner een zorgloon krijgt in de vorm van een negatieve inkomensbelasting. Het omzetten van de belastingvrije som in een heffingskorting zodat alle inkomenstrekkers een gelijk bedrag ontvangen.
'Welke waarde hecht de samenleving aan de zorg voor kinderen?', is de kernvraag bij het gezinsbeleid. Laten wij ons opjagen, worden we de kampioen haast of kunnen we ook genoegen nemen met minder meer, of misschien tijdelijk minder meer? Kinderen zijn gebaat bij regelmaat en een veilige omgeving, iets wat de huidige maatschappij steeds minder te bieden heeft. Schooltijden en opvang worden verregaand aangepast aan de werktijden. Maar het is de vraag wie daarbij de winnaar wordt. Op korte termijn waarschijnlijk de arbeidsproductiviteit, maar op de lange duur zal het steeds duidelijker worden dat het gezinsbeleid alleen maar justitieel beleid is, in die zin dat het kinderen pas beschermt als het is misgegaan. Juist op dit terrein is voorzorgbeleid essentieel.
Draagvlak in de samenleving is er volop. Het gezin is eigenlijk nooit weggeweest. Nu het beleid nog. Als kabinet krijg je niet vaak zulke investeringsmogelijkheden.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.