*

 
dossier

Archief

Welzijnswerk moet waken voor marktgericht denken

DIEDERIK VAN LOGGEM − 30/05/98, 00:00

De verkiezingsuitslag met een winnende PvdA en een sterke linkse oppositie zal een volgend kabinet dwingen tot een socialer gezicht. Het vermaledijde welzijnswerk zou daarbij wel eens een comeback kunnen gaan maken. Dan zal men wel enige lessen moeten trekken uit het paarse beleid tot nu toe.

Dat het economisch zo goed met Nederland gaat zou onder andere te danken zijn aan de vrije werking van de markt. Gedreven door efficiency- en bezuinigingsoverwegingen wordt marktwerking als panacee en garantie voor kwaliteit gepresenteerd. Toch is er nog nooit wetenschappelijk bewezen dat kwaliteitsverbetering gevolg is van de marktwerking. De privatisering van de ziektewet heeft niet tot minder verzuim geleid. Daarnaast is het netto-resultaat van de marktwerking in publieke taken vaak minder kwaliteit voor meer geld.

Maar ook waar de markt wel succes lijkt te hebben komt dat vaak doordat alleen dat wat winstgevend is 'vermarkt' wordt en doordat niet-rendabele zaken afgestoten worden. Soms werkt de markt zelfs averechts. Mooi voorbeeld van mislukking in Nederland is door het geprivatiseerde loodswezen: de loodsen in kleine havens kwamen zo in het gedrang dat die gesubsidieerd moesten worden, want veiligheid is nu eenmaal een publieke zaak en valt onder de overheid. Extra kosten: jaarlijks 40 miljoen gulden.

Vooral voor werk met een maatschappelijke opgave wordt er veel te gemakkelijk van uitgegaan dat concurrentie ook in deze werksoort tot betere prestaties leidt. Dat zou in die sector juist wel eens averechts kunnen werken. Wanneer een instelling aangekeken wordt op het aantal klanten, zal men eerder moeilijke klanten gaan uitsluiten. In de verslavingszorg is iets dergelijks al eens gebeurd; met het argument dat de kwaliteit van de instellingen af te lezen is aan het aantal afgekickte patiënten zijn daar destijds voor de statistiek heel wat weekendgebruikers tot verslaafden gepromoveerd, terwijl de echte krepeergevallen aan hun lot werden overgelaten.

Een ander bezwaar tegen het toepassen van de ideologie van de markt in het welzijnswerk is het ontstaan van hybride organisaties die een beetje publiek en een beetje privaat zijn. Daardoor ontstaat een valse vorm van concurrentie. Het welzijnswerk kan toch moeilijk zijn producten, die met subsidie van de overheid zijn gemaakt, zomaar op de markt brengen.

Het blijft om meer redenen vreemd gesteld met de verwachtingen van marktgericht welzijnswerk. Het feit alleen al dat het welzijnswerk niet in staat is zijn 'klanten' eenduidig te definiëren geeft te denken. Kennelijk is het niet zo eenvoudig om de concepten uit het bedrijfsleven op het welzijnswerk toe te passen. De termen 'marktgericht', 'klantgericht', 'verzakelijking' enzovoorts worden op allerlei verschillende manieren gebruikt.

Wanneer je niet alle concepten uit het bedrijfsleven zomaar kunt overplaatsen naar het welzijnswerk is dat ook het geval waar het de ISO-certificaties (het hanteren van een internationale standaard) betreft. Een goed voorbeeld is het kinderdagverblijf dat als eerste in Nederland aan de ISO-normering voldeed en ook als eerste failliet ging.

Het is om een aantal redenen onmogelijk om die diensten die het welzijnswerk mede namens de overheid aanbiedt te behandelen als waren het producten. Een product onderscheidt zich wezenlijk van een dienst, al was het maar omdat de klant meestal 'co-producent' van een dienst is en een actieve en sturende dienst heeft.

Zijn alle discussies dan allemaal alleen maar onzin? Nee, natuurlijk niet. De tijd dat het welzijnswerk het allemaal het beste wist voor zijn 'klanten' is gelukkig voorbij. Ook het welzijnswerk moet rekening houden met wat de burgers willen. Het is ook goed wanneer er zakelijker gewerkt wordt binnen het welijnswerk. De belastingbetaler heeft er recht op dat er zo efficiënt mogelijk met zijn geld omgesprongen wordt.

Zakelijkheid mag echter nooit doel op zichzelf zijn, maar moet altijd een middel zijn om een doel te bereiken. Wanneer we ons niet voldoende realiseren dat het gaat om de maatschappelijke missie van het welzijnswerk, ontstaat er verzakelijking. Dan worden mensen alleen nog maar aantallen.

mailIcon print |