PEKING - Een vader en moeder, flanerend in een park in een van de grote Chinese steden, tracteren hun kind op een ijsje. Het kind likt eraan, trekt een vies gezicht en smijt de versnapering vervolgens op de grond. De ouders tracteren op een tweede ijsje. Maar ook dat blijkt al bij het eerste likje niet in de smaak te vallen en wordt eveneens weggeworpen.
Bij menige Nederlandse ouder zouden de handen beginnen te jeuken. Zo niet in het Chinese stadspark. Ten derde male kreeg de kleine een ijsje en pas dat werd verorberd. In China noemen ze verwende krengen zoals dit kind 'kleine keizertjes'. Als gevolg van de officiële politiek die per ouderpaar slechts een kind toestaat, worden de spruiten grenzeloos vertroeteld, door de ouders en door de vier grootouders, die vaak ook slechts een kleinkind hebben.
Over de kleine keizertjes zijn vele verhalen in omloop, maar het voorval in het park is een eigen waarneming van Unilever-topman Morris Tabaksblat. Hij trok er de conclusie uit, dat bij zulk verspillend gedrag er in China een geweldige markt moet liggen voor ijsproducenten van zijn eigen concern. Inmiddels maakt en verkoopt Unilever ijs in China.
De gebeurtenis leert ook dat de ouders kennelijk in staat zijn om drie keer achtereen een ijsje te kopen. Ze zullen er per keer toch zeker twee maar misschien wel vier of vijf yuan voor betaald hebben en dat is voor de gemiddelde Chinees veel meer dan vier of vijf gulden voor ons, zelfs als we er vanuit gaan dat beide ouders een volledige baan hebben. Maandsalarissen lopen uiteen van 400 yuan voor het eenvoudigste werk in een staatsbedrijf, via 1200 yuan voor een geschoolde arbeider tot meer dan 2000 yuan voor personeel in middelbare functies.
Een groot verschil met de westerse verhoudingen is echter dat het overgrote deel van het inkomen vrij besteedbaar is. Voor veel (hoewel lang niet alle) mensen geldt, dat ze niet meer dan één procent van hun inkomen aan huur kwijt zijn, twee procent aan gezondheidszorg, twee procent aan schoolgeld en twee procent aan andere vaste verplichtingen. Bovendien houdt de overheid nog steeds de prijzen van enkele eerste levensbehoeften waaronder brandstof, via subsidies kunstmatig laag.
Magnum
Op deze consumentenmarkt, waar de koopkracht sinds 1980 met 120 procent is gestegen, komen de ondernemingen uit het westen en Japan met honderden tegelijk af. Zo ook de Brits-Nederlandse multinational Unilever, 's werelds grootste producent van consumptie-ijs. Voor 51 miljoen dollar (bijna 90 miljoen gulden) bouwde het concern nabij Peking een spinternieuwe ijsfabriek, die zowel Peking moet bedienen als de op ongeveer 150 kilometer afstand gelegen stad stad Tientsin, in totaal een afzetgebied van twintig miljoen mensen. Het complete assortiment aan ijssoorten, zoals Unilever dat ook maakt voor Europese markten, wordt in deze fabriek vervaardigd, inclusief de prestigieuze Magnum. Die smaakt overal, dus ook in China, precies hetzelfde; sommige andere ijsjes zijn wel aan de Chinese smaak aangepast en daarom wat minder zoet.
Afgelopen zaterdag werd de fabriek officieel geopend. In feite evenwel draait het bedrijf al bijna vier maanden en is het ijs, dat onder het merk Wall's wordt verkocht, al op 2500 verkooppunten in Peking te krijgen. De hoofdstad had al tweehonderd ijsfabrieken- en fabriekjes, waaronder enkele via een joint venture met buitenlandse investeerders. Niettemin is Unilever buitengewoon ingenomen met de eerste resultaten. Binnenkort wordt er bij Sjanghai een tweede ijsfabriek gebouwd. Die moet nog voor de zomer van 1995 klaar zijn en gaat opnieuw zo'n 90 miljoen gulden kosten. Partner, met 15 procent van het kapitaal is, net als in Peking, de Chinese investeringsmaaatschappij Sumstar.
De eigenlijke opening van de fabriek in Peking werd verricht door Tabaksblat en de directeur van Sumstar, mevrouw Duan Cunha. Als Tabaksblat spreekt, wijdt hij, na enkele inleidende opmerkingen, alinea voor alinea vertaald in het Chinees, enkele vriendelijke woorden aan de rol die Cunha gespeeld heeft bij de totstandkoming van de fabriek. Cunha, op de voorste rij, zit intussen geanimeerd te praten met haar buurman. De Unilever-mensen ontgaat dit niet. De relatie met Cunha is uitstekend en ze tillen er niet al te zwaar aan. De Chinezen hechten waarde aan officiële plichtplegingen maar gaan er anders mee om dan wij. Onbeleefd? Nee, een andere maatschappij.
Een harde maatschappij ook vaak. Na afloop van de plechtigheden krijgen de bezoekers een doos ijsjes mee, speciaal verpakt, zodat ze een paar uur goed blijven. Niettemin voelen buitenlanders in het gezelschap er zich wat verlegen mee. Wat moeten ze met een doos ijsjes? Menigeen besluit de lekkernij uit de delen aan de honderden nieuwsgierigen, merendeels kinderen, die zich inmiddels buiten de hekken verzameld hebben. Maar kans op uitdelen is er nauwelijks. Volwassenen, die hun eigen kroost zo mateloos vertroetelen, duwen de kinderen ruw opzij en graaien in de dozen. Met vijf of zes ijsjes tegelijk lopen ze weg, wat op de grond valt is voor de kinderen.
Een harde maatschappij is het zeker voor de bouwvakkers. Nergens ter wereld heeft Unilever een ijsfabriek zo snel gebouwd als in Peking, zonder enige concessie aan de kwaliteitseisen. Organisatorisch stellig een prestatie en tevens de vrucht van de samenwerking met de partner in de joint venture, die overal de weg weet in de overheidsbureaucratie.
Toch was dit alles niet mogelijk geweest zonder het hard werken van de bouwvakkers, die afwisselend overdag en 's nachts werken. Zeven dagen per week, 24 uur per etmaal wordt er gebouwd in China. De betonwerkers en timmerlieden wonen tijdelijk op de bouwplaats, in barakken, die ze zelf hebben neergezet. Jongens van zestien of zeventien jaar zijn het, zo blijkt als elders in de stad een ploeg net zit te schaften. Jongens van het platteland, zonder vaste verblijfplaats, die bij de bouwplaats wonen tot het pand gereed is en dan weer verder trekken naar een volgend object. Overal in Peking en Sjanghai verrijzen de kantoorkolossen en wooncomplexen uit de grond. Zo hard gaat het dat de prijzen van bouwmaterialen op jaarbasis met 80 tot 110 procent stijgen bij een gemiddeld inflatiepercentage - in de steden - van ruim twintig procent.
De uit de hand gelopen prijzen van bouwmaterialen getuigen van de fricties, die de sterke groei veroorzaken. Andere knelpunten zijn de infrastructuur die het tempo van de economische expansie niet bijhoudt en de gigantische milieuproblemen. De Chinees krijgt het materieel gezien elk jaar beter, maar de groei gaat met grote problemen gepaard.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.