*

 
dossier

Archief

theater

HANS ORANJE − 24/01/96, 00:00

T/m 27, 30 en 31/1, 1-3, 22-24 en 29/2, 1-2 en 8-9/3 in het Transformatorhuis Toneelgroep Amsterdam, Haarlemmerweg 8-10 in Amsterdam.

Enkele jaren geleden vertaalde Gerrit Komrij voor uitgeverij Prometheus het stuk, fraai uitgegeven in een zwart kaftje met een strip lucifers erop geplakt. Regisseur Titus Muizelaar koos terecht voor deze vertaling, die wel een enkele blunder ten opzichte van het Grieks bevat, maar met zijn Komrijesk timbre uitstekend speelbaar blijkt. Verder - maar dit terzijde - vind ik het sympathiek dat Komrij de auteur gewoon Aeschylus noemt en niet, naar de heersende Duitse trend, van 'Aischylos' spreekt.

Overigens is het stuk zeer waarschijnlijk niet van Aeschylus, maar een pastiche geschreven in de trant van Aeschylus, zo'n vijftig jaar na zijn dood. Dat maakt het alleen maar interessanter: de 'Prometheus' is geen leerstuk over het lijden, geen zoektocht naar de ultieme gerechtigheid, maar een fris godenspektakel over een godenzoon die uit erbarmen met de eendagsvlieg de mens, voor hem het vuur uit de hemel steelt en hem zo in staat stelt zich op aarde te handhaven. Uit pure nijd daarover straffen de andere goden deze mensenvriend.

Gigantische berg

Voor het toneelbeeld wierp Paul Gallis een gigantische berg zand op - de aarde - op de vloer van het Transformatorhuis van de voormalige Westergasfabriek. Daarboven hangt een zeil vol scheuren en gaten, de verstoorde hemel. In het schemerduister brengt Hephaestus (Fred Goessens), de god van het vuur en de smeedkunst, wenend de kettingen aan op het lijf van Prometheus. Hephaestus is een zachtmoedige god, maar oppergod Zeus heeft Macht en Geweld (Joop Admiraal) met hem meegestuurd om te zorgen dat de opdracht wordt uitgevoerd. Ratelend worden de kettingen gehesen, en als een gekruisigde Christus hangt Hans Kesting in het midden boven de vloer.

Dat is een prachtig beeld, want voor 'de lijdende god' staat bij ieder van ons het beeld van Jezus aan het kruis als enige associatie voor ogen. Kesting is dan ook als Jezusfiguur uitgebeeld: naakt op een onderbroekje na, zachte lange lokken die de meeste schilders hem na de late Middeleeuwen geven, en af en toe met een Man van smarten-blik omhoog kijkend. Alleen als hij zijn mond opendoet (en Prometheus is een drukke prater) is hij de diep beledigde Griekse god die Zeus dit ongepast gedrag ooit betaald zal zetten. Want anders dan Jezus kan Prometheus niet sterven aan zijn kruis, en kan hij na een lang verhaal vragen of hij nog meer moet vertellen: “Ik heb meer vrije tijd dan ik zou willen.”

Na het vuur van Hephaestus en de aarde van de Titanenzoon Prometheus komt het water met de komst van Okeanos (Jacques Commandeur), de grote wereldrivier. Het water komt zelfs letterlijk met bakken naar beneden, het zand wordt een steeds soppiger modderpoel. Jacques Commandeur wordt stevig op zijn nummer gezet - 'Ook jij komt je vergapen aan mijn ellende?' - en als antwoord neuzelt deze: 'Ken je zelf, sla nieuwe wegen in.' De combinatie van de oude wijsheid van Apollo's orakel met die absurde nieuwe wegen (overigens meer Komrij dan Aeschylus) is subliem: zo kan alleen Commandeur dat zeggen.

Koe

De volgende bezoekster is Io, de geliefde van Zeus die door Hera's woede in een koe is veranderd en nu door lucht en winden voortgedreven, gepijnigd door horzels, over de aarde zwerft. Celia Nufaar, in witte regenjas (de acteurs dragen in deze modderpoel laarzen en dikke oliejassen) en hoorntjes op het hoofd, is diep meelijwekkend en onze haat tegen Zeus groeit met het verhaal van haar lijden. Maar de glansrol houdt ook in deze scène natuurlijk Prometheus, die Io alle moordzuchtige volkeren en vreselijke monsters schildert die zij op haar tocht zal moeten passeren. Dungeons and dragons in een wilde orgie van namen.

De laatste bezoeker is Hermes (Jasper Boeke), bode van Zeus en een gluiperd, de absolute tegenhanger van Hephaestus aan het begin van het stuk. Prometheus wijst trots het aanbod af voor de tiran van hemel en aarde te buigen. Zeus ontketent via zijn zo bedreven decorontwerper Gallis een daverend onweer, waarin hij de ongehoorzame god opsluit in de diepten van de aarde. Opnieuw met ratelende kettingen komt Prometheus weer op de grond, en de hemel valt over hem heen. Een diepe zucht van tevredenheid gaat door ons heen.

Jammer is alleen, dat ook Muizelaar kennelijk geen raad wist met het koor (Malou Gorter en Janni Goslinga). De twee dochters van Okeanos blijven sneu in de modder verdwaalde meisjes, die alleen aanwezig lijken omdat ze in de tekst staan. Goed daarentegen vind ik dat Muizelaar geen muziek gebruikt. De prachtig sonore stem van Kesting draagt deze voorstelling perfect.

mailIcon print |