*

 
dossier

Archief

Corruptie of geen corruptie Rusland blijft ondernemers lokken

WENDELMOET BOERSEMA − 07/02/98, 00:00

AMSTERDAM, GRONINGEN - Handeldrijven met het oosten heeft Len Boot, directeur marketing NNZ Industriële verpakkingen, met de paplepel binnengekregen. Al in 1922 kreeg het familiebedrijf, toen nog voluit de Noord-Nederlandsche Zakkenhandel, subsidie van Economische Zaken als het handel zou gaan drijven met de Baltische Staten. Duizenden Letse, Estse, Litouwse en Russische boeren verpakten hun aardappels in de Groningse jutezakken, tot de Tweede Wereldoorlog een eind maakte aan deze contacten.

Jute, papier en karton hebben bij NNZ nu gezelschap gekregen van kunststof netten, polypropyleen en de 'containerzak'. Alles wordt verpakt, van groente tot chemicaliën. NNZ breidde uit naar Duitsland, Amerika, Italië. Toch bleef het oosten trekken. In 1991 namen Boot en zijn collega's een kijkje op de agrarische beurs in Vilnius. Ook zij waren aanvankelijk huiverig. Er hing een beangstigend sfeertje, volgens Boot. “Op straat lagen nog de antitankkruisjes. We zijn hier te vroeg, dacht ik.”

Twee jaar geleden was het wel zover. In Moskou ontmoetten Boot en zijn collega's een Litouwse zakenman, met wie NNZ nu een joint venture heeft. Ook in St.Petersburg zijn de eerste stappen gezet voor investeringen samen met een lokale partner. “Russen beginnen langzaam te wennen aan verpakkingsmateriaal”, zegt Boot. “Dat heeft tijd nodig. Oude vrouwtjes gingen al hun hele leven met hun tasje naar de markt en kregen zo, hup van de vrachtwagen, de aardappels mee. Maar in verpakking blijven veel levensmiddelen langer goed, en kunnen ze beter over de winkels worden verdeeld.”

De aanvankelijk afwachtende houding van bedrijven als NNZ is typerend, aldus directeur J. Buisman van FIPC in Amsterdam. Zijn organisatie is 'het bruggenhoofd van het Russische ministerie van EZ' en bevordert sinds oktober investeringen in de Russische Federatie. “Bedrijven gingen na de val van de Muur eerst naar Polen, Tsjechië, Hongarije. Maar de grote Russische markt blijft lokken. Ik zou haast zeggen, ondanks alle slechte verhalen over misdaad en corruptie. Iedereen wil het proberen.”

Wat Buisman opvalt, is dat meer dan de helft van de bedrijven die bij FIPC komen, al in Rusland zitten of het daar geprobeerd hebben. “Dan is ergens iets mis gegaan: ze hebben de verkeerde partner getroffen, kregen problemen met de bureaucratie of criminaliteit. Wij zorgen dan dat ze de juiste overheidskanalen leren kennen, en openen deuren voor hen. Ook testen we de financiële betrouwbaarheid van Russische bedrijven.”

De eerste plaats die Nederland inneemt op de lijst van topinvesteerders, verbaast Buisman niet. Hij nuanceert de cijfers. “Nederland fungeert voor veel geld als doorvoergebied. Buitenlandse bedrijven investeren via een Nederlandse holding. Ook neemt Nederland veel handels- en bankkredieten voor zijn rekening. De cijfers werken dus flatterend, maar ze zijn er in Nederland toch zeer tevreden over. Het gaat beter dan voorspeld, maar de Russen hopen natuurlijk op nog meer.”

Dat ligt volgens Buisman voor een groot deel aan de toegenomen financiële en juridische stabiliteit van het land. “Drie jaar geleden was het belastingsysteem zeer vaag. Juridisch drijfzand noemde ik het. Nu is de wetgeving een soort archipel. Bepaalde gebieden zijn goed geregeld, zoals eigendomsrechten, en tussen die eilandjes zitten nog gaten. Maar in het algemeen is de rechtszekerheid sterk verbeterd, heel belangrijk voor bedrijven.” Over de veel besproken corruptie van Russische zakenlieden is Buisman mild. “Zeker, er zijn clans die elkaar de bal toespelen. Dat heb je in West-Europa ook, in mindere mate. In bepaalde sectoren moet je als zakenman oppassen, maar het gros van onze relaties heeft daar weinig last van. Bovendien, de straffen in Rusland voor het geven van smeergeld zijn niet mis.”

Wel verbaasd over de toppositie van Nederlandse investeerders is directeur Louise van Weerden van Top Trade Matching (TTM) in Groningen, een exportbureau dat taal- en cultuurkennis koppelt aan internationaal zakendoen.

“Onze klanten zijn de middelgrote en kleinere bedrijven, die zijn misschien voorzichtiger. Ze gaan eerst naar Polen of Tsjechië en dan pas een stap verder”, denkt Van Weerden.

Knelpunten in de handel met Rusland zijn volgens haar de taalbarrière, de verschillen in handelscultuur en de ondoorzichtige regelgeving. “Afspraken moet je driedubbel checken, want misverstanden ontstaan zo. Soms kom je dan op een afspraak daar, blijkt het bedrijf in kwestie niet meer te bestaan of ineens een andere naam te hebben.”

Voor informatie over douanepapieren, keuringscertificaten en belastingregels gebruikt bijna ieder bedrijf lokale vertegenwoordigers, weet Van Weerden. “Het overzicht vanuit Nederland up-to-date houden, is ondoenlijk zonder goede contacten.”

Een analist van de Financial Times zei het ooit al: In Rusland maak je eerst vrienden, dan partners en vervolgens geld. Ook Len Boot ziet dat als de basis voor succesvol zakendoen in het oosten. “NNZ heeft de vertrouwensrelatie voorzichtig opgebouwd. Eerst een half jaartje driekwart vooruit laten betalen, dan op krediet, vervolgens samen praten over investeringen. Regelmatig gaan we naar Litouwen en St. Petersburg om onze mensen te coachen. Ze leren bijvoorbeeld dat ze niet bang hoeven zijn voor concurrentie.”

Boot pakt het fotoalbum erbij. “Kijk, in deze brakke schuur is onze partner begonnen. Hij verkocht verpakkingen rechtstreeks vanuit de container. Nu staat er een fabriekje met moderne drukmachines van een half miljoen, en heeft 'ie vijftien man in dienst.”

mailIcon print |