Van een onzer verslaggeefsters ROTTERDAM - In de kamer van de Stadspartij in het Rotterdamse stadhuis heerst een feestelijke stemming.
Dat de Amsterdammers de stadsprovincie en de opsplitsing van de stad zouden afwijzen, was geen verrassing. Maar dat het '9-1' zou worden, overtreft alle verwachtingen. “Dit is geweldig”, roept Paul Kamsteeg, secretaris van de Stadspartij Rotterdam en initiatiefnemer van het Comité Redt Rotterdam.
De Stadspartij, met twee zetels in de Rotterdamse gemeenteraad, is voortgekomen uit het verzet tegen de plannen voor een stadsprovincie in het Rijnmond-gebied. Of de Amsterdamse monsterscore gevolgen zal hebben voor het stemgedrag van de Rotterdammers, die op 7 juni kunnen stemmen over hun stadsprovincie en de opdeling van Rotterdam, is onvoorspelbaar. “Maar de bestuurders hier zijn zich rot geschrokken”, weet bestuurslid Jim Möller van de Stadspartij.
Een paar kamers verderop probeert wethouder Hans Kombrink, verantwoordelijk voor de regiovorming, uit te leggen, dat er nog niets verloren is. Hij gaat er vanuit, dat er nog voldoende tijd is om de Rotterdammers er 'met argumenten' van te overtuigen, dat ze op 7 juni hun verstand moeten laten werken, en zich niet moeten laten meeslepen door hun gevoelens. “Er is wat tegenwind uit Amsterdam, het wordt er niet gemakkelijker op”, erkent Kombrink. Ook de opiniepeilingen wijzen tot nu toe niet op een positieve uitslag voor de stadsprovincie in het Rijnmond-gebied. Toch is de race nog niet verloren, meent hij.
Kombrink wijst op de 'voordelen' die de Rotterdamse stadsprovincie heeft op de hoofdstad. Om te beginnen wordt het referendum gehouden op een veel later tijdstip. Terwijl in Amsterdam nog tal van onduidelijkheden zijn over de toekomstige stadsprovincie, ligt er voor Rotterdam al een kant-en-klaar wetsontwerp bij de Tweede Kamer. Rotterdam kan de bevolking daardoor een helder en concreet pakket aanbieden, benadrukt Kombrink. Ook de lusten en lasten van de nieuwe bestuursvorm zijn bekend. Zelfs de namen van de gemeenten waarin Rotterdam wordt opgedeeld, zijn al vastgesteld.
Wat Kombrink als pluspunt presenteert, vinden de tegenstanders van de stadsprovincie juist een minpunt. Het referendum komt nu als mosterd na de maaltijd. Dat zal de animo om te gaan stemmen, niet bevorderen, vrezen ze. Sommige tegenstanders gaan nog een stapje verder. Zij vermoeden boze opzet achter dit late tijdstip. Als er minder dan 170 000 mensen gaan stemmen (eenderde van het aantal kiesgerechtigden), heeft het referendum geen geldigheid. Gelet op de verwachte negatieve uitslag zou dat de voorstanders wel goed uitkomen.
Een ander verschil met de hoofdstad is dat, waar Schiphol buiten de stadsprovincie is gehouden, de Rotterdamse haven er wel in is opgenomen. Kombrink beschouwt dat ook als een pluspunt, gezien het belang van de haven voor de hele regio. Wat ook in het voordeel van de Rotterdamse stadsprovincie werkt, is dat de deelgemeenten al ruim twintig jaar bestaan. Het 'buurt- en wijkgevoel' is daardoor in Rotterdam sterker ontwikkeld dan in Amsterdam, waar het fenomeen deelgemeente tien jaar later z'n intrede deed.
Kombrink hoopt de Rotterdammers ervan te kunnen doordringen, dat 'nee' stemmen een doodlopende weg is. Als de uitslag wel negatief is, zal de politiek dat serieus moeten nemen, meent de wethouder. “Een referendum kan niet vrijblijvend zijn.” Maar de Rotterdammers moeten zich wel voor ogen houden, dat er geen goede en haalbare alternatieven zijn te bedenken om toch een krachtig regiobestuur te krijgen, zonder opdeling van de stad. “Annexatie van onze buurgemeenten is ook niet de oplossing.”
Wat die buurgemeenten verwachten van het Rotterdamse referendum ná de dreun die de Amsterdammers hebben uitgedeeld aan de stadsprovincie, is onduidelijk. De bestuurders van de meeste Zuidhollandse gemeenten waren gisteren de hele dag onbereikbaar vanwege een congres en excursies. “Ze zijn met z'n allen op schoolreisje”, aldus de telefoniste van één van de Rijnmond-gemeenten.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.