*

 
dossier

Archief

Meer geld voor sociale werkplaatsen geen vervelende kostenpost, maar investering

SJEF KLEIJNEN; HANS VAN OOFT − 29/01/97, 00:00

Misschien komt er in de volgende kabinetsperiode meer geld voor begeleid werken door gehandicapten, aldus minister Melkert in een interview met Trouw (23 januari). Maar er is nu direct meer geld nodig voor de sociale werkplaatsen, die in grote problemen verkeren. De auteurs zijn resp. voorzitter van het actiecomité Behoud de WSW en beleidsmedewerker van de Tweede Kamerfractie van de SP.

Dat desondanks de tekorten nog min of meer binnen de perken zijn gebleven mag goeddeels op het conto geschreven worden van de gehandicapte werknemers zelf. Alleen aan de enorme productiviteitsstijging van de sociale werkplaatsen is het te danken dat de sociale werkvoorziening nog niet failliet is. Die productiviteitsstijging is deels te verklaren uit betere werkmethoden en voor het andere deel door het harder laten werken van de gehandicapte werknemers èn het lozen van de minst productieve werknemers - voor wie het hebben van werk wellicht het allerbelangrijkste is om een stukje zelfrespect in het vaak niet al te gemakkelijke leven te behouden.

Half miljard

Minister Melkert is niet van plan het huidige budget voor de sociale werkvoorziening aan te passen. Tot 2001 heeft hij een bedrag van 3,4 miljard gulden op de begroting gezet. En omdat dit budget door Melkert ook niet gecorrigeerd wordt voor de prijsstijgingen wordt de werkelijke waarde ervan steeds lager. Wanneer vanaf 1990 het budget voor de sociale werkvoorziening wèl zou zijn geïndexeerd, zou het nu een half miljard hoger liggen - voldoende om de noodlijdende werkvoorziening-bedrijven uit de schuld te halen en de wachtlijsten te halveren.

Verder wil de minister dat er bij de toelating van mensen tot de sociale werkvoorziening voortaan strengere criteria worden gesteld. De werkplaatsen moeten in eerste instantie bedoeld blijven voor de werknemers die echt elders niet aan de slag kunnen komen. Degenen die licht gehandicapt zijn, zouden voortaan buiten de WSW aan het werk moeten zien te komen. Dat klinkt wellicht logisch, maar wie niet helemaal een vreemde is op de arbeidsmarkt, weet dat een vlekje tegenwoordig volstaat om door het gewone bedrijfsleven geweerd te worden. De Melkert-banen en de banenpools zijn wat dit betreft geen oplossing.

Voor de sociale werkvoorziening-bedrijven betekenen die strengere criteria dat er gemiddeld minder productieve mensen binnenstromen. Minder productie betekent ook minder inkomsten. Het geld dat men daardoor tekort gaat komen moet vervolgens uit de lengte of de breedte van een alleszins te krap budget komen. De vakbeweging heeft de gevolgen al op een rij gezet: slechtere arbeidsvoorwaarden, minder mensen en wegwerken van de mensen met de zwaarste handicap.

Aan de manier waarop een samenleving omgaat met de mensen die het het minst getroffen hebben, kun je het beschavingsniveau van die maatschappij aflezen. Op de drempel van de 21ste eeuw houdt dat niet over, moet dan de conclusie zijn. De wachtlijstproblematiek moet derhalve opgelost worden door meer geld uit de la trekken of, wat meer in het politieke jargon, alsnog met terugwerkende kracht de budgetten te indexeren.

Is dat erg? Helemaal niet. Alleen gierige rekenmeesters - waarvan dit land er helaas te veel op belangrijke posten telt! - zien dit soort uitgaven als vervelende kostenposten. Meer geld inzetten in deze sector is juist een heel verstandige investering in de toekomst. Van de gehandicapte werknemers in het bijzonder, maar ook van de samenleving als geheel.

Onnozelheid

Het is heel eenvoudig: een regering die door haar krenterigheid mensen die zouden kunnen werken, verplicht om thuis achter de geraniums te gaan zitten om gedwongen niets te doen, gooit productiviteit en daarmee toekomstig geld weg. Wie mensen in plaats van werk te geven veroordeelt tot dan maar in een of andere vorm van dagopvang te verblijven maakt zich aan dezelfde onnozelheid schuldig.

Natuurlijk zou het het allerbeste zijn als mensen met een handicap via aangepast werk gewoon zouden kunnen meedraaien in het 'gewone' bedrijfsleven. Maar dat is in een tijd waarin openlijk wordt beleden dat aandeelhouders belangrijker zijn dan werknemers, wel al te naïef.

Daarom moeten we nu kiezen voor behoud van de WSW en versterking in plaats van vermindering van het sociale aspect van deze werkvoorziening. Het is goed dat iedereen zich dat realiseert. Ook wie vandaag nog in de smaak valt van het bedrijfsleven kan door allerlei omstandigheden morgen ook iets krijgen en daardoor ook te licht worden bevonden voor het mogen meewerken aan de gezamenlijke welvaart van dit land.

mailIcon print |