Het cao-seizoen 1998 nadert zijn einde. Er zijn dit jaar opvallend veel 'poen-cao's' afgesloten. De zogeheten goede doelen, zoals afspraken over meer en betere werkgelegenheid, hebben echter matig gescoord. Een slechte zaak, gezien de toenemende krapte op de arbeidsmarkt. Werkgevers kiezen liever voor korte termijn oplossingen en voeren een bitter gevecht om de gunsten van schoolverlaters. Zij vergeten de stille arbeidsreserves, en daarmee dreigen langdurig werklozen en gedeeltelijk arbeidsongeschikten definitief te worden afgeschreven.
De pijn op de arbeidsmarkt wordt meer en meer voelbaar. De tekorten op de arbeidsmarkt alleen maar toenemen door de demografische ontwikkelingen en de gunstige economische vooruitzichten. Toch kenmerken de huidige reacties van werkgevers zich door het staren naar de punten van de schoenen, terwijl men rustig verder wandelt richting valkuil. Problemen die zich onderweg voordoen en die voor het oprapen liggen, worden aangepakt met korte-termijnoplossingen.
Neem de voorman van MKB-Nederland, De Boer. Hij constateert dat de vacatures in het midden- en kleinbedrijf het afgelopen jaar bijna zijn verdubbeld, en pleit daarom voor een verlenging van de werkweek van 32 naar 40 uur. Steeds meer mensen hebben echter behoefte aan een betere afstemming tussen werk en privé en willen graag korter werken. De wapens die Coopers & Lybrand hanteert in de slag op de arbeidsmarkt zijn een stuk slagvaardiger. Zij bieden al hun vierduizend werknemers de mogelijkheid om in deeltijd te werken onder het motto 'deeltijd als bindmiddel'.
Veel werkgevers vissen nog steeds met groot enthousiasme in de vijver van schoolverlaters. Zelfs als je theologie of antropologie hebt gestudeerd, kun je bij automatiseringsbedrijven zo in een nieuwe auto of aan boord van een cruiseschip naar de Antillen stappen. Scholieren mogen met defensie mee op zomerkamp om alvast te oefenen. En studenten in technische richtingen kunnen hun basisbeurs aardig aanvullen als zij tijdens hun studie al contracten afsluiten in de metaal of chemie. Deze hunkering van werkgevers naar afgestudeerden en schoolverlaters valt goed te begrijpen. Maar de ernst van de situatie dringt maar moeilijk door. Dat blijkt uit hun weigering een prognose van het aantal vacatures te geven, omdat dat een morele verplichting schept naar mensen die via arbeidsbureaus zijn omgeschoold.
Het moet en kan anders. Om de tekorten op de arbeidsmarkt structureel aan te pakken moeten werkgevers hun uitsluitende focus op schoolverlaters loslaten, en met een goede analyse van de arbeidsmarkt op middellange termijn de aard en de omvang van de knelpunten duidelijk in beeld brengen. Als zij per sector en regio in kaart brengen hoe de vraag zich zal ontwikkelen, dan kunnen de betrokken intermediairs tijdig hun maatregelen nemen om aan die vraag te voldoen. Goede informatie leidt tot grotere kansen om via maatwerk de groep inactieven naar de arbeidsmarkt te leiden. Natuurlijk zijn ontwikkelingen in de markt en op technologisch gebied moeilijk te voorspellen. Maar momenteel ontbreekt het aan lef om tot een gedegen beschrijving van de arbeidsmarkt te komen.
De werkloosheid in Nederland daalt. Maar niet alle groepen in onze samenleving profiteren in gelijke mate van de bloeiende conjunctuur. De participatiegraad van vrouwen, ouderen, allochtonen, gedeeltelijk arbeidsgeschikten en vluchtelingen is in Nederland bijzonder laag. Werkgevers moeten zich realiseren dat groepen die tot nu toe langs de zijlijn van de arbeidsmarkt hebben gestaan, een steeds groter deel van het totale arbeidsaanbod gaan uitmaken. Men moet niet alleen in woord, maar ook in daden laten blijken dat men onder deze doelgroepen wil werven. Alleen dan kunnen intermediairs hun middelen aanwenden om mensen voor te bereiden op een arbeidsplek.
Ook in de sfeer van de arbeidsvoorwaarden moeten zij meer ruimte scheppen om werving in de 'stille arbeidsreserve' een goede kans te geven. Betere mogelijkheden om zorg en arbeid te combineren stimuleren de toestroom naar de arbeidsmarkt. Werkgevers die werk maken van deeltijdwerk, goede kinderopvang en scholingsafspraken nemen nu al een sterkere positie in bij de werving van nieuw personeel.
De onrust onder de werkgevers stijgt. Zij verdringen zich aan de startstreep om de race om de schoolverlaters in hun voordeel te beslissen. In hun fanatisme weigeren deze stropers op de arbeidsmarkt in te zien dat de overwinning ligt in een verhoging van de arbeidsparticipatie. Werkgevers moeten ervan doordrongen worden dat werknemers uit niet-traditionele groepen wel degelijk bedrijfseconomisch rendabel kunnen zijn, en de durf moeten hebben om in hen te investeren.
Men kan echter ook blijven kiezen voor korte-termijnoplossingen. Dan is de kans groot dat we afstevenen op een door niemand gewenste loongolf, en dat we onze blik weer moeten richten op buitenlandse werknemers. Dat betekent echter dat we nu besluiten om 400 000 langdurig werklozen en 120 000 arbeidsjaren bij mensen met een gedeeltelijke WAO definitief af te schrijven. Voor de CNV BedrijvenBond is dat een te hoge druk, niet alleen op collectieve lasten in de toekomst, maar vooral op het sociaal-maatschappelijk geweten.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.