*

 
dossier

Archief

CRIMINALITEIT

MARTIN VAN DER LAAN − 04/02/98, 00:00

Je zag ze al een tijdje verlekkerd naar buiten kijken. Let op, hier, bij de eerste de beste stop, raakt de Utopia-expres direct al een flink deel van haar reizigers kwijt. Geen wonder ook, dat je hier je bestemming in de misdaad zoekt en het paradijselijke Nergensland van Thomas More aan het overige reizigersvolk gunt: in dit oord smeken andermans goederen er immers om gestolen te worden. Er ligt van alles te grijp en niemand let op, zo'n buitenkans laat je niet liggen.

Toch zou menig criminoloog de eerste afvallers op weg naar Utopia niet begrijpen. Voorop de vermaarde hoogleraar Willem Bonger, die in het begin van deze eeuw overtuigend verkondigde dat criminaliteit met armoede begint. Wie tijdens de winterdag zit te verrekken van de kou en daarbij ook nog geen brood op de plank heeft, gaat vanzelf uit stelen. En krijgt heden ten dage een knipoog mee van bisschop Muskens.

Wat is ook logischer, getuige het bewijs van Bonger: aan het eind van de vorige eeuw liep het aantal diefstallen keurig op en neer met het stijgen en dalen van de broodprijs. Zijn Duitse collega Georg von Mayr berekende zelfs heel precies dat een stijging van de roggeprijs met zes pfennig jaarlijks in één extra kraak per honderdduizend inwoners resulteerde. Volgens Bonger stal je vanwege een knorrende maag of, als je genoeg te eten had, omdat je als geboren armoedzaaier wel eens wat luxe om je heen wenste. Iedereen steelt per definitie dus vanuit een of andere achterstandsituatie.

Of kom je met die logica van de koude grond niet ver? Laten we Bonger vanuit zijn graf een voorspelling doen over het niveau van de criminaliteit in de huidige, welvarende samenleving, waarin arm wat meer in de richting van rijk is opgeschoven, dan zal hij veronderstellen dat politie en justitie tegenwoordig nog weinig om handen hebben. Fout, kunnen de Utopia-gangers zelf vaststellen. Er stapt hier een leger potentiële misdadigers uit: niet om honger of gebrek, maar doordat de vingers te erg begonnen te jeuken bij het zien van alle grijpklare waar in die flonkerende etalages waar de expres langs vloog. Bonger zat er in elk geval gedeeltelijk naast, niet alleen armoede maar vooral ook welvaart maakt de misdadiger.

Luister maar eens naar het amusante betoog van mr. J. J. M. van Dijk, die bij zijn aantreden als hoogleraar criminologie in Leiden in 1991 vertelt van zijn “participerende observatie in de snoephoeken van warenhuizen”. Ruim de helft van de klanten ziet hij onder het opscheppen vast het een en ander in de mond steken, een deel koopt niks maar graait wel gratis in het schap en weer anderen tillen bij het wegen de zak aan een punt omhoog of vullen na het wegen nog een beetje bij. Kijk, tussen zoveel onbewaakte drop verwordt zelfbediening onherroepelijk tot misdaad. Je bent haast een dief van jezelf als je de geboden gelegenheid niet te baat neemt.

Snoephoek

Voor een carrière als crimineel hoef je dus geen arme sloeber te zijn, ook niet per se zonder baan, maar liefst wel inwoner van een land waarin steeds meer wordt uitgestald. Per slot van rekening, redeneerde Van Dijk, schoot in het Zweden van de jaren zeventig met de welvaart ook de criminaliteit omhoog, terwijl de werkloosheid richting nul zakte. Natuurlijk leiden tal van andere wegen naar het boevenpad, maar de voorwaarde voor het welslagen van delicten is in elk geval dat er wat te halen valt. En zojuist reed de Utopia-expres kennelijk door een samenleving die zich heeft ontwikkeld tot een grote snoephoek, waarin niemand meer op zijn spullen let en op een betrapt vergrijp slechts een verbale schrobbering staat.

Een aantrekkelijker stop is niet denkbaar, begrijpen aanhangers van de zogenoemde gelegenheidstheorie. Neem het prachtige voorbeeld van onze fiets. Als je de verklaring voor een klein vergrijp als fietsendiefstal echt wilt zoeken in een specifieke aard van de dief of in zijn belabberde sociale omstandigheden, dan veronderstel je daarmee dat er een beperkte, afgebakende groep van zulke kruimelcriminelen bestaat. Dat zou betekenen dat bij uitbreiding van ons fietsenpark de kans dat jouw fiets wordt gestolen moet afnemen. Nou nee hoor, meer fietsen maken ook meer fietsendieven. Daar kunnen ze in China en Japan over meepraten.

Laten we wel wezen, we hebben vandaag aan de dag de deur wagenwijd openstaan, dus als de gelegenheid ooit de dief maakte. . . Hoe meer draagbare goederen in huis, hoe meer inbraken, hoe meer vrijstaande huizen met eigen tuin, zoals in Australië, hoe meer diefstal. En het tegenvoorbeeld: in Spaanse steden van de provincie Malaga, met de vele grote gezinnen, compacte huizenblokken en niet zelden een portier, is er binnenshuis lastig iets te halen en zoeken de rovers het daarom op straat. Dat wees een promotiestudie in Leiden vorig jaar uit.

Maar: “De uitgebreide suburbs vol vrijstaande woningen in veel steden in de Nieuwe Wereld vormen een burglars paradise”, lezen we in Van Dijks Actuele criminologie. En zo wordt er geschoten waar er wapens zijn en neemt het aantal bromfietsdiefstallen af als je de helm verplicht stelt. Zonder brommer maar met helm op op pad gaan, dat wekt geen vertrouwen.

Rijd mij

Houdt de criminaliteit zich werkelijk aan zo'n rechtlijnige verklaring? Wordt de dief in ons voornamelijk wakker bij overvloed? In de jaren dertig was je als automobilist in de VS nog een lonesome driver, maar toch stalen ze het vehikel haast onder je achterste vandaan. Vlak voor de oorlog lieten de dieven de auto in ene met rust, om tijdens de oorlog opnieuw actief te worden op dit front. Na 1945 verflauwde de interesse maar begin jaren zestig was hij weer hevig in trek. En dat terwijl het aantal auto's in al die jaren gestaag toenam. Hier klopt de gelegenheidsformule niet helemaal.

Die schommeling ging criminologen dan ook boven de pet, totdat de autokrakers uit al die jaren eens met elkaar werden vergeleken en bleek dat de gelegenheid verschillende dieven maakt. In schaarse tijden zien de vaak oudere professionals hun kans schoon, de planners die de voordelen van een lucratieve buit nauwgezet afwegen tegen de risico's op lange termijn. Wemelt het eenmaal van de auto's of zoals nu van de elektronische apparatuur, dan blijkt de inmiddels gedevalueerde waar juist attractief te worden voor impulsieve, vaak wat jongere delinquenten, die weinig oog hebben voor de risico's van overmorgen en in het gappen ook nauwelijks maat kunnen houden.

Voor deze chronische delinquenten bestaat overmorgen eenvoudigweg niet. Zij leven vanuit een buitengewoon kort tijdsperspectief, benadrukken criminologen. Zonder vrees voor latere represailles wordt het bijzonder moeilijk je te beheersen in een samenleving als snoephoek. Daarbij, welk een verrukkelijke opwinding dat graaien kan geven lees je in Hedendaags kwaad van Frank Bovenkerk. Glinsterende sieraden schreeuwden de nepdievegges - studentes die aan een onderzoek meededen - in het warenhuis tegemoet: 'Pak me. Ik ben het mooiste collier, de sierlijkste ring.' Ook de sportauto, met de sleutel nog in het slot, nodigt onweerstaanbaar uit: ,Het is zo gemakkelijk. Rijd mij.'

De buit ligt gewoon op je te wachten, dikwijls onbeheerd want waar gelegenheid wordt geboden, wordt ie meestal ook riant geboden. Goed hang- en sluitwerk, dat is temidden van alle wegwerpluxe eigenlijk louter zondegeld, de verzekering betaalt.

Nee, zorgeloze gelegenheidsdieven doen er best verstandig aan om op deze post uit de expres te stappen om hier blijvend neer te strijken. Waarom zouden zij zich bekommeren om de bescheiden sancties die een samenleving, die zelf vergeet de deur fatsoenlijk op de knip te doen, in het vooruitzicht stelt. Overmorgen begint voor hun pas weer te leven als na een gratis greep in de snoeppot niet altijd uitsluitend een onschuldige reprimande volgt maar incidenteel, ter plekke en onmiddellijk, een hand wordt afgehakt.

mailIcon print |