PARIJS - Je schoot elke dag wel een paar keer in de lach, wanneer je naar de Franse televisie keek. Vooral als de commentator achter de monitor overschakelde naar zijn opgewonden, hijgerige collega op de motor. Die riep dan met een blikken, hese stem: “Un scénario fantastique.” Of hij had het over “une étape de légende.” Tien miljoen Fransen leerden de afgelopen drie weken een hele rits superlatieven. Maar al die overtreffende trappen van enerverend, zinderend en spannend konden toch moeilijk op de Tour de France van dit jaar hebben geslagen.
Natuurlijk waren er wonderschone, dramatische, heroïsche en emotionele momenten te beleven. Maar bovenal was de 84ste Ronde van Frankrijk een matte vertoning, het domein van de lafaards, van de tallozen die de kennelijk onaantastbare positie van Jan Ullrich niet durfden aan te vallen. En op het laatst ook nog de speeltuin van incompetent geworden juryleden. Ullrich bevestigde overtuigend de tweede plaats van vorig jaar, van Virenque kun je in ieder geval zeggen dat hij tot het laatst heeft gestreden voor een betere positie dan die van nummer twee, Pantani was - hoe ontroerend de koning van de Alpen, maar op twee na waren de ploegen alleen maar present om de sponsornamen op gezette tijden door het beeld te zien schuiven.
Wordt dit het saaie draaiboek voor de komende jaren? Dat hangt af van de wijze waarop Jan Ullrich zich verder ontwikkelt. Het is verleidelijk om de Duitser op één lijn te plaatsen met zijn luisterrijke voorgangers Anquetil, Merckx, Hinault en Indurain. Anquetil en Hinault waren ook 23 toen ze hun eerste Tour wonnen, Merckx een jaar ouder, Indurain pas 27. De eerste drie waren, net als Fignon (die dat huzarenstukje als 22-jarige al uithaalde), grotere persoonlijkheden dan Ullrich nu. Hinault bijvoorbeeld, stond in zijn debuutronde (1978) meteen aan het hoofd van een rennersstaking. Ullrich was zaterdag na de tijdrit zelfs te bescheiden om voor volgend jaar het kopmanschap te claimen. Als renner kende hij deze maand zijn gelijke niet. Maar op Virenque na ging ook niemand op zoek naar zijn achilleshiel. Wanneer hij even in het nauw kwam, wist de Duitser zich omringd door een fantastische ploeg, met de uitgetreden Tourwinnaar Bjarne Riis als een bewonderenswaardig offervaardige meesterknecht.
Van meer kampioenen is geroepen dat ze hun generatie zouden domineren. Laurent Fignon kwam uiteindelijk tot twee Tourzeges, Greg LeMond tot drie, terwijl van hen een groter aantal werd verwacht. Met Indurain heeft Ullrich weer gemeen dat hij voorzichtig naar het hoogste plan wordt getild. Ook na de triomftocht in Parijs probeert ploegleider Godefroot ervoor te waken dat zijn 'wereldtalent' overbelast raakt en over de kop wordt gejaagd. Duitsland heeft zo lang op een Tourwinnaar moeten wachten dat de gevolgen - het claimen van een simpel mensenleven - zich laten raden. Om de drukte te ontvluchten, rijdt hij van de acht criteriums die hij in zijn agenda heeft aangekruist, slechts één in eigen land. Vijf keer is hij in Nederland te bewonderen: vanavond in Boxmeer, morgen in Stiphout, woensdag in Chaam, vrijdag in Heerlen en volgende maandag in Roosendaal. Het WK laat hij lopen, en als het aan Godefroot ligt neemt hij in de winter hooguit twee zesdaagses (maar liever geen enkele) in de planning op.
Ullrich heeft zich in deze Tour dusdanig gemanifesteerd, dat zijn collega's hem het nieuwe seizoen met argusogen zullen volgen. Dat bepaalt dan voor een groot deel hoe de weinige andere klassementsrenners naar de Tour de France toe zullen werken. Het handjevol dat zich die status aanmeet of aan mag meten, heeft het deze zomer in ieder geval niet goed gedaan. Bij Olano, Zülle, Riis, Luttenberger, en wie nog meer eigenlijk, is een kritische zelfanalyse op zijn plaats, andere hoogvliegers - Virenque, Pantani, Jalabert - zullen zich tevreden moeten stellen met de gedachte dat niemand hen later als ex-Tourwinnaar afficheert. Iedereen zegt lering te willen trekken uit de fouten van dit jaar, maar wanneer Ullrich het hele voorseizoen weer in dienst van die ene hele grote wedstrijd stelt, kun je er vergif op innemen dat de anderen dat ook niet zo'n gek idee vinden. Of kiezen ze eieren voor hun geld en verklaren ze één van de twee andere grote rondes tot hoofddoel? Waarschijnlijk niet. In tegenstelling tot de grand slams in het tennis, zijn die in het cyclisme onvergelijkbare grootheden. Slechts de Tour telt.
Hoe lastig de editie van 1998 ook zal zijn, met de kwaliteiten die Ullrich dit jaar heeft getoond, wordt hij hoe dan ook op zijn lijf geschreven. Directeur Leblanc heeft door laten schemeren dat de karavaan eerst de Pyreneeën en dan de Alpen aandoet, met bij wijze van overbrugging geen vliegreis maar het Centraal massief. Hij zal weer een hoop valpartijen voor lief moeten nemen. Dat hoort nu eenmaal bij de eerste nerveuze week, waarin de massasprints talrijk zijn en kleine renners, zoals Vasseur, ook de kans moeten hebben een paar dagen de gele trui te showen. Leblanc zal ook weer de uitspraken van de jury respecteren, die afgelopen vrijdag naar aanleiding van de siamese sprint tussen Voskamp en Heppner niet naar de schoonheidsprijs dong, maar verder streng en ook rechtvaardig optrad. Liefst drie etappes werden achter de groene tafel beslist. Op initiatief van TVM ging er gisteren wel een door twintig ploegleiders ondertekende protestbrief rond tegen het Salomonsoordeel dat in Dijon werd geveld, maar de enige opmerking die in dit verband houdt snijdt, was die van de gedeklasseerde Bart Voskamp. De Nederlander vindt het niet reëel dat een protest door dezelfde instantie wordt behandeld als degene die de straf heeft uitgesproken.
De twaalf-koppige Nederlandse delegatie, van wie er tien Parijs haalden, kreeg van de arbitrage een overwinning cadeau (Blijlevens in Marennes) en moest bij hetzelfde college eentje inleveren. De kamergenoten Dekker en Boogerd kunnen op een goede Tour de France terugkijken, de TVM'ers werkten zich op het vlakke uit de naad voor hun (falende) sprinter Blijlevens, maar de totaalindruk is mager in vergelijking met 1996, toen er liefst drie ritten werden gewonnen. Toen ontstond er in den lande wat misplaatste euforie. Dat het weer goed ging, dat de oude tijden zouden herleven. Die waren toen nog ver weg. En ook nu moet je het licht in de tunnel met een lampje zoeken.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.