Rob Druppers en Han Kulker. De eerste liep zich in zijn impulsiviteit voorbij; de ander wilde nooit volledige voor topsport kiezen. Twee tegengestelde karakters die kleur gaven aan het middenafstandlopen in de jaren tachtig.
Hoe fraai kwam dat contrast sportief niet tot uiting tijdens de Europese indoorkampioenschappen van 1987, voor Nederland een historisch toernooi. Beiden triomfeerden op uiteenlopende wijze, zij het in de schaduw van Nelli Cooman die op de 60 meter een trilogie scoorde.
Druppers zegevierde op de 800 meter van kop af, tijdens een van die te zeldzame bevlogen buien waarin hij leek te vliegen. Kulker won in Lievin de 1500 meter op basis van intuïtie en taktisch inzicht, waarmee hij zijn gebrek aan basissnelheid subliem kon camoufleren. Twee weken later was de tegenstelling nog veel groter. Tijdens de eerste WK indoor in Indianapolis was Druppers de grote favoriet maar hij viel in de finale ten prooi aan zijn wisselvalligheid. Waar de meer consistente Kulker met brons weer verraste.
Het jaar '87 herbergde naar later bleek ook een overeenkomst voor de twee. Nimmer zouden ze nadien grotere successen boeken. Druppers had in '88 een laatste opleving (wereldrecord 1000 meter), waarna klachten aan de achillespees het van zijn ambitie wonnen. Voor Kulker was binnen nog zilver en brons weggelegd, maar de echte doorbraak bleef uit. Wel was hij met een zesde plaats op de Olympische Spelen van 1988 Nederlands beste atleet.
Dat Druppers in potentie een absolute wereldtopper was, bewees hij als twintigjarige tijdens de eerste WK in Helsinki. In de finale demarreerde hij van positie vijf naar zilver. Dat bleek, achteraf gezien, te veel van het goede voor deze nurkse, ongedurige Utrechtenaar. Niet alleen werd hij vaak door fysieke tegenslag, ook mentaal leek hij zich te hebben vertild aan zijn de snel bereikte status.
,,Wie weet heeft die veel bedorven'', zei hij er zelf over. ,,Misschien dat ik me door het succes liet meesleuren. Iedereen wilde je zien, iedereen deed beloftes. Ik liet me het hoofd een beetje op hol brengen, slaakte slechts loze kreten, ik ging soms met de verkeerde mensen in zee.''
Druppers zou tot hij in 1992 stopte vooral imponeren op de minder hoog aangeschreven indoortoernooien. Toch werkte hij ongemerkt ook buiten aan een opmerkelijke staat van dienst. Van zijn generatiegenoten op de 800 meter kon hij alleen de bij leven legendarische Sebastian Coe nooit verslaan. Hij was de elfde loper die onder de 1.44 minuten dook; zijn 1.43,56, gelopen in Keulen 1986, staat nog altijd als Nederlands record. Met tien tijden onder de 1.45 minuten waren slechts zes atleten beter.
Voor snelle tijden moeten we niet bij Kulker zijn. Ofschoon de Leidschendammer in 1986 derde van Europa werd achter grootheden Cram en Coe ('Niet te geloven'), kon hij nooit het nationale record op zijn specialiteit bemachtigen. Maar in die Europese finale versloeg de lepe atleet wel zeven man die op papier sneller waren.
Pas op 21-jarige leeftijd zette kettingroker en feestnummer Kulker zijn eerste schreden op de atletiekbaan. Zo onbevangen als hij toen was, zou hij blijven. Kulker liep alsof hij nooit wat te verliezen had. Hij was als de klassieke middenafstandloper die plaats prefereerde boven tijd. En had bovendien het vermogen om op gevoel zijn races perfect te kunnen indelen en intuïtief de gaatjes naar te vinden.
,,Ik had plezier in trainen, de wedstrijden kwamen erbij. De sociale contacten stonden voorop. Ik was zelfs zo galant, dat ik tegenstanders voor liet gaan als ze per se wilden winnen.''
Dat laatste was er niet meer bij toen hij succes had, maar ondanks zijn prijzen kon hij aansluiting met de wereldtop niet realiseren. ,,Ik denk dat ik uiteindelijk toch dat laatste beetje talent miste. In tegenstelling tot Druppers die dat talent wel had.'' Druppers die volgens (tijdelijk) trainingsgenoot Kulker na '83 'hopeloos aan het dolen is geslagen'.
Ook wilde Kulker niet alles voor topsport opofferen. Een bestaan als prof zwoer de systeemanalist af omdat zijn maatschappelijke toekomst voor ging. Bovendien kon zijn blessuregevoelige gestel een loodzware trainingen niet aan. ,,Het keurslijf van de topsporter paste mij niet zo. Een monnikenbestaan ligt mij niet.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.