*

 
dossier

Archief

Het recht op een fatsoenlijke dood

ROB OUDKERK − 07/02/98, 00:00

We worden steeds ouder, maar we brengen de toegevoegde jaren meer als patiënt door en soms in toenemend isolement. Als iemand in die situatie komt heeft hij recht op aandacht. En hij heeft zeker het recht om over de waardigheid van zijn eigen leven te oordelen. Indien hij vervolgens tot de duurzame conclusie komt dat hij ondanks die aandacht niet verder wil of kan leven, dient gerespecteerd te worden dat iemand mag en kan beschikken over zijn eigen leven. Het recht om zelf over het lichaam te beschikken is een recht dat in artikel 11 van de grondwet is vastgelegd.

Maar wat is een verantwoorde beslissing in deze? En aan wie moet een patiënt verantwoording afleggen? Aan zichzelf? Aan een naaste? Maatschappelijk? Sociaal? En wie ben ik om te beoordelen of zo'n beslissing verantwoord is voor dat ene individu? Natuurlijk, er zijn procedures. Maar kun je zelfbeschikking aan regels of andermans normen en waarden verbinden? Ik ben nu ruim drie jaar politicus. De politiek legt bij de wetgeving rondom euthanasie en hulp bij zelfdoding veel nadruk op de bescherming van het leven en legt de mogelijkheid op een waardige wijze afscheid van het leven te nemen ook in handen van anderen dan de persoon zelve. Terwijl dat in het dagelijks leven anders is geregeld. Zo hoeven aanstaande ouders geen test bij derden te ondergaan of ze wel geschikt zijn voor het ouderschap. Als mensen niet behandeld willen worden voor een ziekte regelt wetgeving dat dat ook niet gebeurt.

Zo gaat het vanaf de geboorte tot vlak voor de dood. Want als iemand tot de duurzame slotsom is gekomen dat verder leven uitzichtloos is, dat goed overwogen heeft en daar over gepraat en gedacht heeft, gelden andere regels. Natuurlijk, iemand mag een besluit tot zelfdoding nemen, maar er is geen andere keuze dan of de dokter om hulp bij zelfdoding te vragen of een - soms gruwelijke - eigen methode te kiezen. Want als de dokter niet kan of niet wil, rest er weliswaar zelfbeschikking, maar hoe menswaardig is die? En hoe verantwoord?

Wie ooit in de ogen heeft gekeken van een patiënt die van zijn dokter de verzekering kreeg dat hij hem niet in de steek zou laten als het 'ooit zover kwam' weet dat uit die ogen het gevoel van geborgenheid en vertrouwen, maar vooral van opluchting en veiligheid spreekt. Andersom: wie ooit patiënten heeft ontmoet die de dood of hun doodswens niet konden bespreken, ziet in hun ogen angst, onrust, eenzaamheid en onveiligheid. Ziet in hun ogen dat ze bang zijn dat ze het lot niet meer in eigen handen zullen hebben als ze in een bepaalde situatie geraken. In beide voorbeelden speelt zelfbeschikking een grote rol.

Dunning schreef eens in zijn prachtige boek 'Broeder Ezel' dat de geneeskunst te belangrijk is om aan artsen alleen over te laten. Regelingen rond euthanasie en hulp bij zelfdoding zijn ook te belangrijk om aan juristen of politici over te laten. Het is naar mijn oordeel een teken aan de wand dat bij de evaluatie van de meldingsregeling, die op zich een hoog kwalitatief niveau had, niet gevraagd is aan patiënten of nabestaanden of familie hoe zij over die meldingsprocedure dachten. Want de echte 'deskundigen' die ons kunnen vertellen wat 'verantwoorde' zelfbeschikking is zijn patiënten, familie, vrienden. Degenen die ooit met euthanasie of hulp bij zelfdoding in aanraking zijn geweest. Het is slecht dat we zo weinig weten over de beweegredenen van mensen om te blijven leven of dood te willen. Het is hoog tijd dat we meer inzicht krijgen in wat mensen daarin beweegt. Mensen moeten zich misschien sociaal-maatschappelijk verantwoorden voor hun daden, maar de maatschappij heeft ook de plicht zich te verantwoorden ten opzichte van dat ene individu. Verantwoording die niet is gebaseerd op beeldvorming, maar op de realiteit van alle dag. De betekenis van het woord 'therapie' is voor mij daarbij leidraad. In het oude Griekenland betekende dat niet alleen 'verzorgen, genezen en verplegen', maar ook 'dienaar en krijgsmakker zijn.' Voor patiënten die ik tijdens hun sterfbed heb mogen begeleiden, gelden ook die laatste betekenissen. Ik spreek - niet alleen als huisarts - steeds meer ouderen die onzeker worden. Over hun toekomst. Hun besteedbaar inkomen.

Of ze wel kunnen blijven wonen waar ze nu wonen als er 'iets' gebeurt. Of ze wel goeie zorg krijgen als ze dat nodig hebben. Of het nog wel veilig is op straat. De overheid kan en moet veel meer doen om isolatie van medemensen te voorkomen. Iedereen telt mee. Ik spreek ook steeds meer mensen die heel veel vragen hebben over wat er eigenlijk gebeurt als 'het zover is.' Of ze dan niet in de steek worden gelaten. Dienaar en krijgsmakker zijn betekent veel van deze mensen niet extra onzeker maken over iets waar we bijna allemaal bang voor zijn: een ondragelijk leven voor de dood. Laten we maatschappelijk en politiek onze verantwoordelijkheid nemen om dit zo moeilijke onderwerp dat ik recht op een fatsoenlijke dood zou willen noemen met elkaar bespreken waar de mogelijkheden en onmogelijkheden liggen om elkaars strijdmakker te zijn. Een commissie zou de komende kabinetsperiode een voorstel kunnen ontwikkelen dat recht doet aan zelfbeschikking en bescherming van ieder individu. Een voorstel over het recht op het zelfgekozen levenseinde en de verantwoordelijkheid van overheid, naasten en hulpverleners daarbij zou een flinke stap voorwaarts zijn op weg naar verantwoorde zelfbeschikking.

Eskimo's gaan als ze klaar zijn met leven op een ijsschots zitten en laten zich doodvriezen. Indianen gaan in een ver bos zichzelf een dodelijk gif toedienen. Die eenzaamheid lijkt mij vreselijk. Ik vind dat wij in onze cultuur de verantwoordelijkheid moeten nemen letterlijk en figuurlijk iemands hand te blijven vasthouden bij het zelf gekozen levenseinde.

mailIcon print |