*

 
dossier

Archief

Europa moet Arabische bedreiging Israël keihard veroordelen

WIM KORTENOEVEN − 29/01/97, 00:00

Volgens Israëls minister van buitenlandse zaken David Levi, op bezoek in Nederland, ziet het ernaar uit dat Israël en Syrië hun vredesoverleg binnenkort hervatten. De schrijver van onderstaand artikel waarschuwt echter voor 'de oorlogszuchtige tamtams in Damascus' en andere Arabische staten. De auteur is directeur van het in november vorig jaar opgerichte Netherlands-Israel Public Affairs Committee (NIPAC) in Den Haag dat zich ten doel stelt achtergrondinformatie over Israël te verstrekken.

De Israëlische huiver voor te grote Europese betrokkenheid is begrijpelijk. De EU en de individuele lidstaten daarvan hebben onverholen de Palestijnse kant gekozen, hetgeen onder meer blijkt uit het zwijgen over de vele Palestijnse schendingen van de Oslo-akkoorden. Israël werd daarentegen onder zware politieke druk gezet. Het Amerikaanse verzet tegen Europese inmenging kan onder meer worden verklaard uit de Europese weigering zich te conformeren aan de Amerikaanse sanctiewetgeving tegen terroristische staten als Iran en Syrië.

Juist het Nederlandse voorzitterschap van de Europese Unie kan nu de gewenste onpartijdigheid bevorderen, ook waar het gaat om de Israëlisch-Palestijnse component van het vredesproces. Ondanks de Europese houding vis-à-vis Jeruzalem zijn de Nederlands-Israëlische relaties immers traditioneel goed en de Nederlandse betrokkenheid bij Israëls veiligheidsbelangen is oprecht - en uiteindelijk zelfs doorslaggevend - als wij (bijvoorbeeld) Hans van Mierlo moeten geloven.

Onpartijdigheid impliceert echter, onder andere, het niet willens en wetens en selectief negeren van bedreigingen aan het adres van een van de partijen in het Midden-Oosten. De oorlogszuchtige tamtams in Damascus en de militaire opbouw aan Israëls noordgrens zouden daarom keihard door Europa moeten worden veroordeeld. Onpartijdigheid betekent ook dat stappen worden ondernomen tegen alle partijen die gemaakte afspraken aan hun laars lappen.

Dat Europa voor een inhaalrace staat bleek onder andere uit een rapport met de alarmerende titel Approaching the new cycle of Arab-Israeli fighting dat vorige maand werd gepresenteerd door het US Task Force on terrorism and unconventional warfare, een adviesorgaan van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden. Volgens het rapport staat het Midden-Oosten op de rand van een grote regionale oorlog: “Talloze bronnen in de regio bevestigen dat de belangrijkste leiders - zowel burgers als militairen - in de meeste Arabische staten, maar ook die in Iran en Pakistan, ervan overtuigd zijn dat Israël momenteel zo enorm verzwakt is dat er een unieke kans bestaat om het proces te beginnen dat moet leiden tot de vernietiging van Israël. Deze omstandigheden worden beschouwd als een historisch window of opportunity dat de islamitische wereld niet zou moeten missen. In verband hiermee zijn verschillende Arabische staten, maar ook Iran en Pakistan, verwikkeld in een krankzinnige bewapeningsinspanning en treffen zij sinds een aantal maanden actief voorbereidingen (voor een oorlog) (...)”. Over dat laatste meldt de Task Force dat vorig jaar concrete militaire samenwerkingsovereenkomsten werden gesloten tussen Syrië, Iran, Irak en de PLO. Onder die overeenkomst zouden de inmiddels tot een sterkte van 50 000 man gegroeide Palestijnse strijdkrachten dood en verderf in Israël moeten zaaien op het moment dat de gevechten aan het noordelijke front beginnen. Bovendien zou Saoedi-Arabië zich bereid hebben verklaard bij het uitbreken van vijandelijkheden een totale olieboycot tegen het Westen in te stellen.

Het Amerikaanse rapport geeft ook uitgebreide informatie over de rol die niet-conventionele wapensystemen in een toekomstig conflict zullen spelen en stelt vast dat de nucleaire afschrikking van Israël inmiddels is ondergraven door het nucleaire, chemische en biologische potentieel van de islamitische landen. Europa in het algemeen en Nederland in het bijzonder zouden zich het moeten aantrekken dat Arafat vele miljoenen investeert in het opbouwen van een militair apparaat dat onder de Oslo-akkoorden niet is toegestaan. Dat hij serieuze voorbereidingen treft voor “een enorme confrontatie met Israël” wordt bevestigd door Ehud Ya'ari, een vooraanstaand Israëlische commentator op militair gebied. Maar ook in de Arabische wereld klinken geluiden die deze catastrofale ontwikkeling bevestigen.

Ondanks het vredesproces tikken er in het immer onvoorspelbare Midden-Oosten een paar levensgevaarlijke bommen. Het is zeer te hopen dat Washington en Brussel daar niet stilzwijgend in berusten. In plaats van druk op Israël te blijven uitoefenen om unilaterale concessies te doen op bijvoorbeeld de Golan, lijkt het niet alleen noodzakelijk maar ook in moreel opzicht aangewezen dat Teheran, Damascus, Bagdad, Gaza én Cairo worden gewaarschuwd dat verdragsschendingen en militaire avonturen keihard door het Westen zullen worden afgestraft. Ook zou nu eindelijk eens moeten worden uitgezocht wat er gebeurt met de vele miljoenen die de EU in Arafats autonome gebieden pompt.

Hans van Mierlo ging er ooit prat op dat een aantal oprichters van D66 in 1967 naar Israël was vertrokken om aan Israëlische zijde te vechten tegen de Arabische agressie. Hopelijk zullen de geschiedenisboekjes later vermelden dat Van Mierlo als minister van buitenlandse zaken en als Europees leider, in die goede D66-traditie alles heeft gedaan om hernieuwde Arabische agressie tegen Israël te voorkomen.

mailIcon print |