*

 
dossier

Archief

'Schaatsen is een afwijking van me'

Door: redactie − 07/02/97, 00:00

Het ijs eiste deze winter zeven levens. Drie kinderen en twee volwassenen zakten door het ijs en overleefden het niet. Twee mannen werden tijdens het schaatsen onwel en stierven ter plekke. Het wateroppervlak wordt nu weer vloeibaar. Her en der is het ijs al verdwenen. Maar voor onverstoord buitenwater duikt de ijsdikteverwachting van het KNMI pas komende week door de nullijn. Een terugblik.

Een kilometer of duizend moet hij dit seizoen geschaatst hebben, inclusief een zwarte Elfstedentocht. Van natuurijs kan Willem Jan van Dijk geen genoeg krijgen.

Door een paar nachten ijs zakken doet hij de laatste jaren niet meer, maar zodra het een mens kan dragen en tot het laatste moment dat het nog kan, rijdt hij zijn tochten. “Ik ben stratenmaker, dus dat is ideaal: als er geschaatst kan worden, heb ik vorstverlet.”

Bang is hij niet geweest zondag. “Ik wilde niet verder omdat er brede scheuren waren. Als die zo groot zijn dat je er overheen moet springen, terwijl je niet weet hoe het ijs aan de andere kant is, dan houdt het voor mij op.”

“Ik neem niet veel risico. Je let goed op: kleurverschil, een gaatje waar watervogels bij zitten, luchtbellen, dat maakt je extra alert. Maar als je ergens elke dag schaatst en het is de ene dag nog dertig centimeter, dan weet je heus wel dat je daar de volgende dag ook nog kunt komen. Ik ben er donderdag ook nog op geweest. Lopend, voor schaatsen is het nu te zacht. Ja, het is een beetje een afwijking.”

Zijn tocht zondag maakte hij alleen, in strijd met de gebruikelijke veiligheidsadviezen maar volgens hem juist met het oog op het gevaar: “Met wie moet je gaan? Na de Elfstedentocht had iedereen iets van: het is geweest, het idee is weg, we stoppen ermee.”

“Er is bijna geen mens meer op het ijs, zondag misschien drie of vier man op de hele Gouwzee. En ik wil niemand meevragen. Het blijft gevaarlijk en stel dat er wat gebeurt, dan heb ik het gedaan.”

mailIcon print |