*

 
dossier

Archief

Situatie Iran is veranderd, maar niet ten goede

EILDERT MULDER − 07/02/96, 00:00

AMSTERDAM - “Iran is veilig voor rijke en onverschillige mensen”, zegt een jonge Iraniër met de fel begeerde A-status. Gespannen wacht hij af hoe het landgenoten zal vergaan die net als hij politiek asiel proberen te verkrijgen.

“Rijke mensen doen wat ze willen”, vervolgt hij. “Ze kunnen veiligheidsdiensten betalen om de straat waar ze wonen af te zetten. Gokken, drinken, hoereren, alles kan want iedereen is te koop. Maar Iran blijft onveilig voor mensen met weinig geld, die toch verandering willen”.

Vroeger vonden de Nederlandse autoriteiten terugsturen naar Iran onverantwoord. Rechtszaken nu draaien mede om de vraag of het huidige Iran echt zo veilig is dat terugsturen kan. Weinig in Nederland wonende Iraniërs ontkennen dat er veranderingen hebben plaats gevonden in hun vaderland. Maar ze bestrijden dat Iran veilig is. Als belangrijke veranderingen noemen ze: het regime is zowel intelligenter als corrupter geworden en de macht van grote linkse verzetsorganisaties is gebroken. Hoewel ze soms nog wel in het buitenland een macht vormen, zoals de Moedjahidien Khalk die in Irak een leger hebben. Corruptie biedt de kans om hoeders over de zeden tot rede te brengen met steekpenningen. Bijvoorbeeld als ze vrouwen betrappen met make-up of een foute hoofddoek, waarop volgens de nieuwe strafwet tien dagen cel en 74 zweepslagen staat.

De intelligentie van het onderdrukkingsapparaat en de zwakte van het verzet maken het mogelijk de teugels soms te laten vieren. Het regime hoeft niet meer altijd zijn toevlucht te zoeken tot de ergste bruutheid. Al jaagt het ook nu nog, op gezette tijden, met een straf optreden de schrik er weer in. Dat verwarrende 'eb- en vloedgedrag' kenmerkt het regime al vanaf zijn eerste dagen. Het maakt het moeilijk de waarde te beoordelen van een momentopname uit Iran.

Begin jaren tachtig rekende het regime af met grote linkse organisaties. De nieuwe geheime diensten, na de val van de sjah in allerijl in elkaar getimmerd, moesten het vak nog leren. Hun gebrek aan kennis compenseerden ze met bruut geweld. Onder hun instructeurs waren bekeerde ex-communisten, die les gaven in communisme-bestrijding en die, toen hun lesmateriaal op was, alsnog aan de galg eindigden. In die beginjaren traden oppositiebewegingen sterk op de voorgrond, wat het mogelijk maakte hun gangen te volgen en massale arrestaties te verrichten. Ze folterden de arrestanten zo hard, dat er altijd wel een aantal doorsloeg en andere mensen verraadde.

Soms dwongen beulen verraders hun makkers te folteren en een genadeschot te geven. Waarna ze een spijtbetuiging moesten ondertekenen over hun verzet. Ze ontkwamen aan een onmiddellijke executie, maar leefden wel de rest van hun leven in angst, voor oude strijdmakkkers maar evengoed nog voor het regime. Je kunt bijvoorbeeld, door toeval, in een opstootje terechtkomen. De autoriteiten geloven dan niet in toeval, gaan er vanuit dat je toch weer verzet pleegt, waarna je alsnog aan de galg eindigt.

Er zijn ook nu nog asielzoekers, die zeggen te vrezen dat ook zij, na terugkomst in Iran, andere opposanten moeten folteren en vermoorden. Er doen verhalen de ronde over Iraniërs, wie dat overkwam nadat Zweden hen had teruggestuurd. In Nederland zijn ook Iraniërs die in opdracht oude strijdmakkers hebben gedood, en dat in een dronken bui eruit gooien. Ze zijn een prooi voor chantage en kunnen worden gedwongen medevluchtelingen te bespioneren.

Linkse organisaties verwachtten begin jaren tachtig dat de extreme terreur van het bewind vroeg of laat wel een grote opstand moest uitlokken. Dat is niet uitgekomen. Een opposant uit 'de oude tijd' vat samen: “Onze vergelijking was die met een rubberbal. Hoe harder je drukt, hoe harder hij terugspringt. Maar we vergaten dat een bal ook lek kan gaan. Zoiets is in Iran gebeurd”. Wel zijn er de laatste jaren plaatselijk oproeren geweest, maar het lukt niet daaraan een structuur te geven, zodat ze een geïsoleerd en incidenteel karakter blijven houden. Ook beheersen geheime diensten de technieken om zo'n oproer vaak geruisloos neer te slaan. Oproeren ontwikkelen zich niet tot revoluties.

Een tweede golf van ongehoorde wreedheid was er in de zomer van 1988, toen Iran de oorlog tegen Irak verloor. Om de wind eronder te houden vermoordde het bewind toen in een week tienduizend mensen. Dat was een nieuwe, vernietigende dreun voor linkse organisaties. Het zou overdreven zijn om te zeggen dat die binnen Iran geen rol meer spelen. Er zijn nog steeds netwerken en ook groepen die aan politieke scholing doen. Toch zijn de opposanten van nu, en dat is weer een verandering, minder ideologisch. Organisatorisch opereren ze knulliger dan hun geharde linkse voorgangers. Ze hebben, bij hun verhoor door de contactambtenaar in Nederland, ook minder doortimmerde verhalen.

Deze jongste 'generatie' vluchtelingen heeft alles meegemaakt: de terreur onder de sjah en na de revolutie, de oorlog met Irak, de terreurgolf na de nederlaag, de verarming sindsdien. Een kenmerk is hun afkeer van alles wat riekt naar politiek, ook de oude, linkse organisaties, zelfs als ze daarmee banden onderhouden. Het huidige verzet is ongrijpbaar. De nieuwe Iraanse strafwet, die het parlement in december goedkeurde, weerspiegelt die verandering. Er staat dat leden van een organisatie van drie of meer mensen, in binnen- of in buitenland, die de regering omver wil werpen een celstraf riskeren van twee tot tien jaar.

Die bepaling is op maat gesneden voor de talrijke, als los zand opererende groepjes die spontaan besluiten tot verzet, bijvoorbeeld nadat ze een verboden videofilm hebben bekeken. Ze maken alle beginnersfouten die ze hadden kunnen vermijden als ze les hadden gekregen van de 'oude garde'. De autoriteiten hangen, als ze zo'n clubje oprollen, een of twee leiders aan de galg. Andere deelnemers verdwijnen in gevangenissen, onveranderd oorden van gruwel.

De nieuwe strafwet duidt er niet op dat er veel is veranderd in Iran. Galg, steniging en zweep moeten mannen en vooral vrouwen in het gareel houden. Een man mag zijn vrouw straffeloos doden als hij haar met een minnaar betrapt. Het omgekeerde mag niet. Zelfs op een platonische vriendschap tussen man en vrouw staan zweepslagen. Positief zijn bepalingen die de positie van vrouwen bij een scheiding verbeteren.

De precieze inhoud van de wet is niet duidelijk. Op 7 december kopte de Iraanse krant Keyhan dat iemand die de 'geestelijke gids' Ali Khamenei beledigt, de doodstraf kan krijgen. Maar het bericht zegt erbij dat niet duidelijk is gedefinieerd wat een belediging is. Onlangs kreeg een journalist wegens belediging van Khamenei 35 zweepslagen opgelegd.

Iran mag veilig zijn voor rijke, onverschillige mensen, ook in Nederland is geld essentieel voor een Iraniër. Wie van justitie geen heil meer verwacht kan voor enige honderden guldens een pas op de kop tikken. En dan zijn smokkelaars wel bereid voor duizenden guldens een reis te verzorgen naar een land dat veiliger is dan Nederland, zolang als het duurt.

mailIcon print |