*

 
dossier

Archief

Studiereizen voor leken

HENNY DE LANGE − 07/01/95, 00:00

Ze zijn niet meer de jongsten en met hun financiën zit het wel goed. Maar een luxe cruise of 'zonnevlugje' naar de Bahama's is aan hen niet besteed. Veel te saai. Als ze op reis gaan, willen ze er wel iets van opsteken. De kosten doen er weinig toe, als er maar goede kwaliteit wordt geleverd.

Het is een kleine, maar bijzondere doelgroep waarop de Stichting voor Academische Reizen zich richt. “We zijn duurder dan welke touroperator ook, maar we bieden wel een exclusief produkt”, zegt Marijke Dessing, beleidsmedewerker van de Stichting. De Stichting voor Academische Reizen in Rotterdam timmert weinig aan de weg. En als ze dat al doet, is het bij voorkeur in bladen die worden gelezen door de doelgroep. Behalve op leeftijd en niet geheel onbemiddeld, zijn de potentiële klanten sterk geïnteresseerd in kunst en architectuur. Dat is ook de doelstelling van de stichting: het organiseren van culturele reizen onder leiding van deskundigen op een bepaald vakgebied, zoals archeologen, egyptologen, (kunst)historici en kunstcritici. Over het algemeen zijn de reisleiders academici en daaraan ontleent de stichting haar naam.

PERSEPOLIS

De stichting heeft in haar 25-jarig bestaan (dat onlangs is gevierd) nooit concessies gedaan aan haar doelstelling. Het idee voor de oprichting van de Stichting voor Academische reizen werd in Persepolis geboren. Een wetenschappelijk genootschap van de Leidse universiteit dat daar eind jaren zestig op studiereis was, vond dat dergelijke reizen ook toegankelijk moesten worden voor andere belangstellenden. De stichting begon met zeven tot acht reizen per jaar, vooral gericht op de cultuurcentra rond de Middellandse Zee. De eerste reis zou naar Egypte gaan, maar omdat daar toen net een oorlog uitbrak, werd het Perzië.

In de loop der jaren kwamen er naast cultuurhistorie en archeologie ook andere reisthema's bij, zoals geologie, land- en volkenkunde, literatuur en muziek. Het nieuwe reisprogramma voor volgend jaar voorziet bijvoorbeeld in kunst- en architectuurreizen naar Sicilië, een muziekreis naar Wenen (tijdens de Wiener Festwochen), een bezoek aan landhuizen en tuinen in Zuid-Engeland en verre reizen naar de Molukken en Hongkong en de Pearl River Delta. Maar ook worden eendaagse excursies georganiseerd in Nederland, bijvoorbeeld in samenwerking met de Nederlandse Bach-vereniging of het Frans Hals-museum. Dessing: “We hopen dat mensen die één dagje meegaan, later ook een keer met een reis meegaan.”

De laatste jaren organiseert de stichting gemiddeld zo'n zestig reizen per jaar, waarvan er ongeveer vijftig doorgaan. Het maximum aantal deelnemers per reis bedraagt 25, inclusief twee reisleiders, en het minimum-aantal 15. Dessing: “Dat maakt onze reizen ook zo duur, dat er twee reisleiders meegaan. Eén regelt alle technische zaken. De ander is de wetenschappelijke reisleider. We kunnen putten uit een reservoir van ongeveer tachtig deskundigen. Ze gaan gratis mee, maar er wordt wel wat van hen gevraagd, want onze klanten zijn bijzonder leergierig. Daarom werken we ook alleen met mensen die graag hun kennis willen overdragen.”

MOLUKKEN

Een van de duurste reizen is de 24-daagse vaartocht met een schoener langs de Molukken: 10.950 gulden. Voor een eenpersoonshut komt daar nog een toeslag bij van 3200 gulden. Veel deelnemers zijn alleenstaand, vaak oudere vrouwen, al is er de laatste jaren een lichte verschuiving naar echtparen op leeftijd (de gemiddelde leeftijd ligt rond de zestig). Dessing: “De tocht langs de Molukken is echt uniek, langs een route die normaal nooit wordt bevaren. Dat maakt het ook zo duur, maar een superluxe reis krijg je niet eens voor dat geld.” Bij de reisbeschrijving in Cultoura, het reismagazine van de stichting, worden de deelnemers er ook voor gewaarschuwd dat ze moeten zijn opgewassen zijn tegen de ongemakken die het leven aan boord van een traditioneel vaartuig en het reizen door een afgelegen eilandenrijk met zich meebrengen. Dessing: “We kiezen in principe altijd de beste accommodatie, maar als het niet anders kan, in een afgelegen gebied bijvoorbeeld, moeten de mensen ook wel eens met z'n zestienen in één ruimte slapen. Maar dat weten ze van tevoren.”

Een achtdaagse cultuurreis naar Sevilla, de stad van Don Juan en Carmen, kost bij de stichting 3555 gulden. Maar daarvoor worden de deelnemers wel de hele dag langs paleizen, parken, kloosters en kerken geleid. Dessing: “Ik hoor vaak van onze reisleiders dat de meesten er dan 's avonds nog niet genoeg van hebben en ook tijdens het diner nog vragen blijven stellen.” Over het algemeen zijn de Cultoura-reizigers onvermoeibaar en onverzadigbaar. Na de picknick nog even drie tempels en vijf graven, verzuchtte eens een reisleider.

Hoewel geld voor de meeste reizigers geen probleem is - sommigen gaan wel zes keer per jaar mee met een reis - zijn er ook voor de stichting grenzen. Het kan ook te gortig worden, zegt Dessing. Ze noemt als voorbeeld de vijfdaagse reis naar de Salzburger Festspiele waarvoor 5000 gulden moet worden neergelegd. Dessing: “Voor een toegangskaart moet al 600 gulden worden betaald. Zulke dure evenementen lokken vaak ook een ander publiek dan pure muziekliefhebbers. Ik bedoel daarmee de mensen die afkomen op de glitter en glamour. We vragen ons af of we nog wel moeten doorgaan met het organiseren van reizen naar dit festival, omdat het toch wat snobistische trekjes begint te krijgen. Onze klanten zijn gesteld op kwaliteit, maar het zijn beslist geen snobs, die op reis gaan met een koffer vol avondjurken om gezien te worden.”

mailIcon print |