*

 
dossier

Archief

Rechter probeert onrust in Ochten te bezweren

Door: redactie − 20/01/98, 00:00

Van onze correspondent ARNHEM - De ouders van de jeugdige slachtoffers zijn sceptisch, maar de 'zaak-Ochten' kan nog met een sisser aflopen. De ontuchtpleger zelf blijkt bereid om uit het Betuwse dorp te verhuizen en zo zijn slachtoffers en hun ouders een pijnlijke confrontatie en een mogelijke herhaling te besparen.

De ouders van de bijna 21-jarige ontuchtpleger zijn nog niet zo ver, maar op aangeven van de fungerend president van de rechtbank in Arnhem wordt een laatste poging ondernomen om hen te overreden Ochten te verlaten. Lukt de bemiddelingspoging van advocaten en burgemeester niet, dan zal de rechtbankpresident alsnog op 3 februari uitspraak doen over de eis van verontruste ouders om de jongen een contact- en straatverbod op te leggen en een gebod om te verhuizen.

Wijst de president die eis af en komt de jongen op 11 februari zonder verdere beperkingen vrij, dan staan ouders van slachtoffers en andere betrokkenen niet voor de gevolgen in.

In het minste geval zal de jongen in Ochten en wijde omgeving geen stap meer kunnen zetten zonder dat er op hem wordt gelet. De woede en het verdriet over de louter formele vrijlating zijn zo groot en intens, dat zwaardere middelen zeker ook tot de mogelijkheden behoren.

“We proberen het op een nette manier te regelen, maar ik weet zeker dat we ervoor zullen zorgen dat deze jongen niet nog eens de kans krijgt onze kinderen te misbruiken. Dat staat als een paal boven water”, aldus een van de ouders gisteren in het paleis van justitie in Arnhem. “We gaan daarbij zo ver als nodig is.”

De aanstaande vrijlating heeft bij de jeugdige slachtoffers grote onrust en angst veroorzaakt. De meesten waren na hun traumatische ervaringen met behulp van intensieve therapie en begeleiding weer aan de beterende hand, maar hebben nu weer last van angsten en nachtmerries of gaan zich juist extra stoer gedragen.

“Vier jaar geleden heb ik tegen mijn kinderen gezegd: hij komt nooit meer terug. Maar nu dreigt dat dus wel te gebeuren.”

De zwakbegaafde jongen (overigens zelf als gedaagde aanwezig bij het kort geding) heeft een lange geschiedenis van ontucht en ook verkrachting achter zich. Hij liet zich door kinderen tussen de vier en tien jaar met de hand en mond bevredigen en heeft zich ook schuldig gemaakt aan verkrachting. Daarbij sloeg hij de kinderen en uitte de vreselijkste bedreigingen als ze iets zouden doorvertellen. Kinderen hebben uit angst maanden over het misbruik gezwegen. Het is niet duidelijk hoeveel kinderen het slachtoffer zijn geworden.

Volgens de raadsman van de jongen is er in zeven gevallen aangifte gedaan, terwijl volgens de ouders meer dan twintig kinderen zijn misbruikt. De kinderrechter heeft de toen 17-jarige jongen in 1994 wegens ontucht veroordeeld tot 'bijzondere behandeling' in de justitiële jeugdinrichting 'de Harreveld'.

Hij komt binnenkort vrij omdat hij 21 jaar wordt. Volgens het toen geldende jeugdstrafrecht is het bereiken van die leeftijd op zichzelf reden voor vrijlating. Deze bepaling is inmiddels geschrapt, maar nog wel van toepassing op de ontuchtpleger.

Daarbij is niet aan de orde of de behandeling enig resultaat heeft gehad. Bij de ontuchtpleger is dat niet het geval. Volgens de directeur behandeling van de jeugdinrichting is de kans op herhaling zeker aanwezig. De jongen gaat niet nadrukkelijk op zoek naar slachtoffers, maar is ook niet in staat om riskante plaatsen - zoals de speeltuin bij zijn ouderlijk huis - te mijden. “Zien is doen”, aldus directeur M. van Heteren.

Verhuizing lijkt ook haar de verstandigste oplossing voor de slachtoffers en om de jongen de kans te geven zijn leven te beteren 'zonder steeds aan het verleden te worden herinnerd.'

De ouders van de slachtoffers zijn zich ervan bewust dat met verhuizing het probleem alleen maar wordt verplaatst, maar vinden dat hun belang op dit moment zwaarder moet wegen. “Zij hoeven niet ook nog eens op te draaien voor de veiligheid van andere burgers, eenvoudig omdat de wet op dit punt tekort schiet. Zij hebben genoeg aan het zorgen voor een veilige omgeving voor hun eigen kinderen”, aldus raadsvrouwe A. van Bon.

De gemeente Echteld, waartoe Ochten behoort, heeft juridisch geen mogelijkheden om de terugkeer van de ontuchtpleger te verhinderen. Burgemeester H. Zomerdijk: “Als de ouders niet willen verhuizen, dan moet ik dat respecteren, hoe moeilijk dat voor anderen ook is. In dat geval willen we wel goede afspraken maken over begeleiding door de sociaal-pedagogische dienst en het vinden van werk.”

De enige mogelijkheid waar het ministerie van justitie de burgemeester op heeft gewezen is gedwongen opname volgens de wet BOPZ (bijzondere opname in psychiatrische ziekenhuizen), maar dat vindt Zomerdijk 'oneigenlijk gebruik van de wet.'

Minister Sorgdrager van justitie krijgt deze week een brief van de burgemeester en waarschijnlijk ook vragen uit de Tweede Kamer over de lacune in het jeugdstrafrecht die tot de affaire in Ochten heeft geleid.

mailIcon print |