*

 
dossier

Archief

Rosenmöller: PvdA ziet verhoging van de bijstand als het afschrijven van mensen

LEX OOMKES − 07/02/97, 00:00

DEN HAAG - De Haagse politiek lijkt per dag dichter bij de stap te komen om voor het eerst in 17 jaar uitkeringen te verhogen.

De discussie over de armoede, de strenge winter en de florissante staat van de overheidsfinanciën hebben daar sterk toe bijgedragen. Maar, zo denkt fractievoorzitter Paul Rosenmöller van GroenLinks, ook de drie dagen hoorzittingen die de Kamer deze week hield over de uitvoering van de nieuwe Bijstandswet hebben invloed. Het blijft voor hem eerst zien dan geloven: “Ik ben buitengewoon sceptisch over het daadwerkelijk realiseren. Het vraagt een enorme ommezwaai in het denken in de Haagse politiek.”

Zeker sociaal-democraten zullen volgens Rosenmöller moeite hebben de uitkeringen te verhogen. “Bij de PvdA is werk bij uitstek het middel om uit de problemen te komen. Als je de uitkering van bepaalde groepen gaat verhogen, zullen zij dat ervaren als het maatschappelijk verder afschrijven van die groepen”, denkt hij. “Het duidt op een denken over arbeid dat niet meer van deze tijd is. Er zijn groepen, ouderen per definitie, maar ook alleenstaande moeders met de zorg voor kinderen en mensen die langere tijd van een uitkering moeten leven, voor wie de stap naar de arbeidsmarkt redelijkerwijze niet te maken is. In die gevallen dient er een fatsoenlijke uitkering te zijn.”

Dat die uitkering voor de door Rosenmöller genoemde groepen niet meer redelijk is en dat ook het armoedebijstrijdingsmiddel bij uitstek, de bijzondere bijstand, de gemeenten geen soelaas meer biedt, werd de afgelopen week bij de hoorzittingen indringend duidelijk. Gemeenten zijn aan de grenzen van hun mogelijkheden gekomen en de landelijke politiek wentelt nog steeds problemen op de lokale overheden af.

Rosenmöller erkent volmondig dat voor hem en de andere initiatiefnemer van de hoorzittingen, RPF-fractievoorzitter Leen van Dijke, het levend houden van het debat over ontoereikende uitkeringen een belangrijke achterliggende bedoeling van de gesprekken was. Hij wil het ijzer dan ook smeden nu het heet is. Hij kreeg gisteren de Kamer zo ver dat er om een debat gevraagd is met minister Melkert van sociale zaken over de hoogte van bijstandsuitkeringen. Dat debat zal meteen na de krokusvakantie plaats moeten vinden.

Ondanks dat armoede en ontoereikende uitkeringen een belangrijk motief waren voor de hoorzittingen, wil Rosenmöller de officiële reden voor het Kameronderzoek niet bagatelliseren. Het gaat, om het zachtjes uit te drukken, niet goed met de invoering in de gemeenten van de nieuwe bijstandswet.

De aandacht van de Kamer komt volgens Rosenmöller geen moment te vroeg. “April is een cruciale maand. Dan worden de gemeenten afgerekend op de heronderzoeken naar de bijstandsgerechtigden. Er dreigen forse sancties als ze daar niet mee klaar zijn en er zijn vooral grotere gemeenten met veel uitkeringsgerechtigden die dat niet halen.”

“We hebben de hoeveelheid werk die de invoering van de wet vroeg in Den Haag enorm onderschat”, vindt hij. “De wet vraagt een enorme omslag in het denken bij sociale diensten. Niet alleen moet de hoogte van elke uitkering opnieuw worden vastgesteld, er moeten ook per klant plannen worden gemaakt om de terugkeer naar de arbeidsmarkt te vergemakkelijken. Zoals wethouder Van der Aa van Amsterdam vaststelde is de kwaliteit van het personeel van sociale diensten daar vaak niet eens op berekend.”

Dat de invoering is onderschat moge blijken uit het feit dat het bedrag dat minister Melkert daarvoor ter beschikking stelde, vijftig miljoen gulden, nog niet een vierde van de door de gemeenten gemaakte kosten dekt. Rosenmöller: “Maar ook het toezicht van het ministerie op de sociale diensten heeft niet geholpen. Zij beperkten de gemeenten juist weer en zorgden ervoor dat alle aandacht werd gelegd bij de vraag of uitkeringen wel rechtmatig zijn en dat de prioriteit niet lag bij de begeleiding naar werk. De selectie aan de poort van de bijstand is strenger geworden, maar de achterdeur is niet opengemaakt, de stap naar betaald werk. Vreemd dat de minister daar zijn prioriteit niet legt. Het was toch de kern van de nieuwe wet.”

“Daar schrik ik van. Als je dan bedenkt dat ook de intensievere samenwerking met de arbeidsbureaus op stapel staat en er een wet voor boetes aankomt, die sociale diensten verplicht cliënten een sanctie op te leggen bij het opgeven van onjuiste informatie, wil ik met de minister wel eens praten over de vraag of we dat niet allemaal moeten uitstellen en ons nu eerst een concentreren op die bijstandswet.”

Een groot deel van de moeizame invoering is te verklaren uit de gigantische problemen die de gemeenten hebben bij de automatisering. Rosenmöller neemt het de minister kwalijk dat hij daar niet meer bij heeft begeleid. Elke gemeente moest voor zich het wiel uittvinden. “De wethouder van Kerkrade, Smeijsters, zei dat daar wel eens honderd miljoen gulden over de balk gesmeten kan zijn. Ik zou wel eens willen dat de Algemene Rekenkamer daar een onderzoek naar doet.”

Ronduit verbijsterd is Rosenmöller over de grote verschillen in uitkering die er blijkbaar tussen gemeenten zijn. Zo liet de FNV deze week aan de Kamercommissie weten dat een alleenstaande zelfstandig wonende jongere in Alkmaar ruim 700 gulden minder uitkering krijgt dan in Nijmegen: driehonderd om duizend gulden. Rosenmöller: “Dat is echt onacceptabel. Een uitkeringsgerechtigde moet niet afhankelijk worden van de toevallige politieke kleur van een gemeente. Dat is een eigen verantwoordelijkheid van de Haagse politiek. Het is aan de andere kant vreemd dat de gemeenten bij fraude juist minder beleidsvrijheid krijgen. Waarom mag bij terugvordering van teveel betaalde uitkering niet naar de persoonlijke omstandigheden van de uitkeringsgerechtigde gekeken worden?”

De Kamercommissie zal, zo schat Rosenmöller in, op korte termijn over de deze week gehoorde ervaring met Melkert willen debatteren. Maar het gaat hem niet ver genoeg. “Ik denk erover om de Kamer te vragen toch een aanvullend onderzoek te doen. We moeten weten hoe representatief deze verhalen nu waren. En of het nu om structurele problemen gaat, dan wel dat ze alleen van tijdelijke aard zijn. Wat mij betreft moet dan ook bekeken worden of sociale diensten niet veel meer personeel moeten hebben voor de uitvoering van de bijstandswet. Als we tot de conclusie moeten komen dat het een chaos is, is dat wellicht niet leuk voor de minister, maar zeker niet leuk voor de cliënten van de sociale dienst.”

mailIcon print |